De Hautacam was donderdag weer het decor voor een mythische etappe. Team Visma-Lease a Bike ging razendsnel van start, maar blies zichzelf op met die tactiek. Pogacar won de etappe en zette Vingegaard op een nauwelijks nog te overbruggen afstand.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.
Het is chaos troef op de top van de Hautacam, de eerste serieuze klimtest van deze Tour de France. Een voor een druppelen renners met uitgeholde ogen en doorweekte wielertenues over de finish. Tadej Pogacar, etappewinnaar en door een ongeziene slotklim mogelijk in het algemeen klassement al niet meer te achterhalen, is zo diep gegaan dat hij nauwelijks kan juichen. Op de col waar hij in 2022 op achterstand werd gereden, haalde hij nu zelf vernietigend uit.
Hij lacht zijn tanden bloot, maar niet van plezier of opluchting. Het is een van pijn vertrokken grimas, misschien veroorzaakt door de naweeën van de crash van woensdag in Toulouse. Zijn gezicht, meestal ontspannen of geconcentreerd, is zeldzaam getekend. Hij overgiet zichzelf met water, lurkt aan een flesje alsof hij dagen niet heeft gedronken, en wordt daarna naar het podium begeleid.
2 minuten en 10 seconden duren een eeuwigheid in de wetenschap dat de Tour hier mogelijk al beslist is. Het is de achterstand die Jonas Vingegaard heeft opgelopen onderweg naar de Hautacam, de klim die in het verleden al zo vaak het decor was van mythische etappes. Hoewel uitslagen nadien meer dan eens moesten worden herzien vanwege hoofdrolspelers die zich hadden vergrepen aan verboden middelen. Mannen als Bjarne Riis en Lance Armstrong wisten er de Tour naar hun hand te zetten, maar bleken dat achteraf met vals spel te hebben gedaan.
Enfin, dat was toen, wat we deze donderdagmiddag hebben gezien is tot het tegendeel zou worden bewezen zuivere topsport van het hoogste niveau. Dus is het maar gewoon genieten op de Hautacam, waar duizenden wielerfanaten, van in Borat-kostuum uitgedoste mannen tot dikbuikige Basken, naartoe zijn gekomen om hun grootheden te kunnen aanraken. Het is een volksfeest op de flanken van de Pyreneeëncol. En dat is prachtig om te zien.
Terug naar de finishstraat. Ook Vingegaard wordt door een horde opgewonden cameramensen en journalisten belaagd. Ze schieten op hem af als bijen op nectar. De Deen zoekt wanhopig naar een plek om op adem te komen, ergens waar hij zich heel even kan realiseren wat er het afgelopen halfuur allemaal is gebeurd, en vervolgens te bedenken wat hij daar nu weer over aan de media kwijt wil. Maar hij krijgt nauwelijks ruimte. Iedereen heeft er het grootste belang bij om met eigen ogen te aanschouwen hoe verliezen er in de eerste momenten van indalend besef precies uitziet.
Perschef Emile Vaessen maant het journaille tot kalmte. ‘Give him space!’, buldert hij, terwijl hij als een bodyguard om de kopman heen gaat staan. Vingegaard zelf slaakt een diepe zucht. Hij drinkt een pak kersensap – schijnt het herstel te bevorderen – in een paar teugen leeg en buigt zich dan over zijn stuur. De aderen kronkelen zo duidelijk over zijn scheen- en kuitbenen dat het kloppen van zijn hartslag te zien zou moeten zijn. Hij krijgt een handdoek in zijn nek, een fluorescerendgeel windjack om zijn schouders en zet dan koers richting dal, waar zijn ploegbus staat, en waar hij een douche kan nemen.
Daar aangekomen, na een lange afdaling waarin hij ongeacht de uitslag van de rit door toeschouwers zal worden bejubeld, zal hij mogelijk inzien dat een derde Tourzege nu al een schier onmogelijke opgave is geworden. Zijn totale achterstand na deze donderdag is 3 minuten en 31 seconden.
Zijn ploeg was nog zo voortvarend aan de twaalfde etappe begonnen. Visma-Lease a Bike liet over de aspiraties weinig twijfel bestaan. Ze zetten zich al op de tweede beklimming van de dag, de Col du Soulor, en groupe aan kop en reden zo hard omhoog dat driekwart van het peloton naar adem hapte.
De bedoeling was duidelijk om ook de ploeggenoten van Pogacar overboord te gooien, teneinde de Sloveen te isoleren en dan een overtalsituatie uit te kunnen spelen op de Hautacam, maar zover kwam het niet. Sterker nog: Visma-Lease a Bike schoot met die tactiek zichzelf in de voet. De Amerikaan Matteo Jorgenson kon het slopende tempo van zijn ploegmakkers meer dan eens niet volgen. Hij verloor uiteindelijk tien minuten en kelderde in het algemeen klassement. Die troefkaart kan de Nederlandse formatie niet langer uitspelen als het gaat om de strijd om het geel.
Ook zijn landgenoot Sepp Kuss moest passen. ‘Misschien was de tactiek een beetje te agressief voor de benen die we hadden’, zegt hij nadat hij een klein flesje met doorzichtige vloeistof weg heeft getikt. Dat zijn ketonen, zegt de ploeg. Ook goed na zo’n zware inspanning. ‘Maar met deze benen had Tadej overal wel een antwoord op gehad. Ook als we hem met zijn allen hadden kunnen aanvallen.’
Het is een ontnuchterende conclusie na de zoveelste knotsgekke dag in de Tour. Wel geruststellend is dat Pogacar bij lange na geen record reed op de Hautacam. Die tijd staat al sinds 1996 op naam van de Deen Bjarne Riis en werd gereden op epo. Op die tijd moest Pogacar na een vlammend eerste stuk ruim 40 seconden toegeven.
Van de twaalf ritten die nu zijn afgelegd, hebben de heren renners het precies nul keer rustig aan gedaan. In een kwart daarvan was Tadej Pogacar de beste, best ontluisterend als je erover nadenkt. Een vierde Tourzege lijkt hem bijna niet meer te kunnen ontgaan, of hij moet een inzinking krijgen gelijk aan Primoz Roglic in de Tour van 2020. ‘Pas op’, waarschuwt zijn ploegleider Mauro Gianetti, de Zwitser die in 1998 bijna overleed aan de gevolgen van zijn eigen dopingexperimenten. Hij kijkt aan de finish tamelijk onderkoeld naar een groot scherm, waarop te zien is hoe het fenomeen uit zijn ploeg de wedstrijd in een plooi legt. ‘De Tour duurt nog lang’, zegt hij. ‘En iedereen heeft geleden. Ook Tadej.’ Gelukkig maar.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant