De welvaart in Nederland is gemiddeld hoger dan in de rest van Europa. Maar op het gebied van luchtverontreiniging, baanzekerheid en persoonlijke ontwikkeling liggen nog veel kansen, blijkt uit onderzoek van de Rabobank.
Nederlandse provincies scoren gemiddeld iets hoger dan andere regio's in Europa. De Rabobank en de Universiteit Utrecht meten de welvaart jaarlijks aan de hand van de Brede Welvaartsindicator (BWI). Daarbij wordt gekeken naar elf onderdelen die het welzijn van de bevolking bepalen.
Dat Nederland goed scoort, komt vooral door het hoge cijfer dat mensen geven aan hun geluk en tevredenheid. Ook de woontevredenheid ligt gemiddeld hoog, net als de maatschappelijke betrokkenheid. Bij dat laatste wordt gevraagd naar vrijwilligerswerk en vertrouwen in anderen.
Op andere gebieden valt er nog wel wat winst te behalen, schrijft de Rabobank. Vooral op het gebied van werk-privébalans scoren Nederlandse gebieden minder goed, met name door flexibele arbeidscontracten. Ook fijnstof heeft een negatieve invloed. Die beide effecten zijn vooral terug te zien in de Randstad. Volgens de Rabobank is dat logisch te verklaren: "Deze gebieden hebben een hogere bevolkingsdichtheid en er vindt vaak ook het grootste deel van de landelijke economische activiteiten, groei en vernieuwing plaats."
De Europese regio's die het hoogst scoren, zijn te vinden in Noorwegen en Zwitserland. Luzern in Centraal-Zwitserland behaalde het hoogste cijfer. Dat komt vooral doordat inwoners van die regio een goed cijfer geven op het gebied van veiligheid, milieu, gezondheid, huisvesting, tevredenheid en baanzekerheid.
In Hongarije en vooral Griekenland is de welvaartsscore het laagst van Europa. Dat komt vooral door de lagere inkomens. Daarnaast zijn mensen in die regio's gemiddeld minder tevreden en gelukkig, vooral in Griekenland. In Hongarije is het slechter gesteld met de gezondheid. Griekse regio's scoren ook slechter op het gebied van werk-privébalans en huisvesting.
Source: Nu.nl economisch