Jonas Abrahamsen heeft verrassend de elfde etappe in de Tour de France op zijn naam geschreven. De Noor van Uno-X toonde zich na een lange ontsnapping de sterkste in een sprint met Mauro Schmid. Mathieu van der Poel probeerde nog vanuit een achtervolgende groep de sprong naar voren te maken, maar de Nederlander kwam net tekort.
De rit begon met veel aanvallen, waarbij Schmid, Ballerini en Abrahamsen lange tijd samen op kop reden. Groot was hun voorsprong niet, mede door voortdurende aanvallen in het peloton. Later kregen zij gezelschap van Burgaudeau en Wright. Het vijftal nam een voorsprong van ongeveer twee minuten, maar daarachter bleef het onrustig. Uiteindelijk wist een sterke achtervolgende groep met onder anderen Van der Poel, Van Aert, De Lie, Simmons en Laurance weg te rijden uit het peloton.
Ondanks hun kracht slaagde deze groep er niet in om aansluiting te vinden bij de koplopers. Simmons probeerde op het voorlaatste klimmetje nog de sprong naar voren te maken, maar ook de kopgroep viel toen uiteen. Schmid en Abrahamsen reden samen weg en begonnen met een halve minuut voorsprong aan de laatste beklimming. Van der Poel gaf alles in de slotfase en kwam in de laatste kilometer nog dichtbij, maar Schmid en Abrahamsen bleven net buiten zijn bereik. Abrahamsen won uiteindelijk de sprint en schreef zo de etappe op zijn naam.
In het peloton testten de klassementsrenners elkaar, maar op de top bleef iedereen bij elkaar. Vijf kilometer voor de finish was er nog opschudding toen Tadej Pogacar ten val kwam. Gelukkig werd er op hem gewacht, waardoor de wereldkampioen geen tijd verloor.
Source: Fok frontpage