Home

Opinie: Hou op met die focus op excellentie en kijk ook naar originaliteit

Wetenschap gedijt niet bij conformiteit, maar bij ruimte voor twijfel, experiment en afwijking. Maar de financiering is veel te veel gericht op de dominante theorieën.

Een bestaand vaccin tegen gordelroos dat mogelijk ook de ziekte van Alzheimer vertraagt? Volgens een recent artikel in de Volkskrant is het een serieuze mogelijkheid. Dat roept een fundamentele vraag op: hoe kan het dat deze richting jarenlang is genegeerd, terwijl er miljarden zijn geïnvesteerd in één dominante theorie — de amyloïdehypothese — die nauwelijks tot effectieve behandelingen heeft geleid?

Het antwoord zit niet alleen in de wetenschap zelf, maar in hoe we die wetenschap organiseren en financieren. We hebben een systeem gecreëerd dat in naam innovatie beloont, maar in de praktijk afwijking ontmoedigt — en zo structureel vernieuwing belemmert.

Over de auteurs

Tomas Knapen is universitair docent cognitieve neurowetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Yaïr Pinto is universitair docent cognitieve psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Zowel de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) als de European Research Council (ERC) verdeelt haar grootste subsidies via persoonsgebonden beurzen voor ‘excellente’ onderzoekers. Daarbij ligt de nadruk op een indrukwekkend cv, publicaties in toptijdschriften en internationale zichtbaarheid.

Maar ‘excellentie’ is geen objectief gegeven. Wat als excellent geldt, wordt bepaald door beoordelingscommissies die opereren binnen dezelfde netwerken, paradigma’s en aannames als de onderzoekers die zij beoordelen. Dit leidt tot een feedbackmechanisme: erkenning en middelen stromen naar gevestigde namen en gevestigde ideeën. Wie daarbuiten valt — door onderwerpkeuze, methode of institutionele positie — krijgt nauwelijks toegang.

Op deze manier wordt het wetenschappelijk landschap homogeen en voorspelbaar. Vernieuwende ideeën krijgen zelden de kans zich te bewijzen, niet omdat ze ondeugdelijk zijn, maar omdat ze niet in het bestaande beeld passen.

Het alzheimeronderzoek laat dit mechanisme op pijnlijke wijze zien: decennialang lag de nadruk vrijwel exclusief op amyloïde-eiwitten, ondanks toenemende signalen dat andere oorzaken ook relevant zijn. Onderzoekers die andere routes wilden verkennen, liepen aan tegen gesloten deuren — in peer review, bij publicaties en bij financiering.

Dit is geen incident. Ook de langzame erkenning van de mogelijkheden van mRNA-technologie — nu de basis van meerdere vaccins — past in dit patroon. Net als de trage wetenschappelijke aandacht voor de schadelijke effecten van ultrabewerkte voeding. In al deze gevallen blijkt dat dominante modellen en gevestigde belangen hand in hand gaan met financieringsstructuren die risico mijden en afwijking ontmoedigen.

Rapporten van onder meer het Rathenau Instituut en de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) bevestigen dit: het huidige financieringsmodel is te sterk gericht op beheersbaarheid en meetbare prestaties, en te weinig op ruimte voor het onbekende en onzekere. Kort gezegd, vrijwel niemand is immuun voor tunnelvisie.

De ‘excellente wetenschappers’ die artikelen en beursaanvragen beoordelen geven alle ruimte aan geluiden in hun straatje, maar zijn minder happig op afwijkende ideeën. Dit leidt tot convergentie – iedereen hangt de amyloïde-hypothese aan – waardoor echte innovatie ontbreekt.

In de huidige situatie doen we feitelijk alsof we vooruitgang kunnen plannen op basis van wat al is bewezen — terwijl echte doorbraken nu juist ontstaan op onverwachte plekken. In Nederland speelt nog iets extra’s: omdat de NWO en de ERC op vergelijkbare wijze werken, krijgen Nederlandse onderzoekers dubbel te maken met een systeem dat het bekende bevoordeelt ten koste van het nieuwe.

Als we willen dat wetenschap zich werkelijk vernieuwt, moet ook het financieringssysteem openstaan voor het onverwachte. Reserveer substantiële budgetten voor kleinschalige, risicovolle projecten van minder zichtbare onderzoekers. Overweeg loting bij gelijke beoordeling, zoals eerder bepleit door hoogleraar psychologie Han van der Maas in de Volkskrant. Bied ruimte aan voorstellen die niet in bestaande kaders passen, maar wel methodologisch deugen.

Er zijn genoeg ideeën voor verbetering. Wat ontbreekt, is de politieke wil om het systeem fundamenteel te herzien. Want hoewel het woord ‘excellentie’ ambitie suggereert, leidt de huidige invulling ervan vooral tot uniformiteit, herhaling en vertraging.

Wetenschap gedijt niet bij conformiteit, maar bij ruimte voor twijfel, experiment en afwijking. Zolang we financiering blijven toekennen op basis van gevestigde profielen en vertrouwde ideeën, blijven we kansen missen — soms met ingrijpende gevolgen, zoals bij alzheimer. De echte vraag is dus niet wie excellent is, maar wie origineel is, en of we het aandurven om echt nieuwe ideeën te onderzoeken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next