De kosten voor AOW-uitkeringen voor ouderen groeien maar door, waardoor de overheid steeds meer belastinggeld moet bijleggen. Inmiddels komt meer dan de helft van het AOW-geld uit de schatkist.
De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een basispensioen voor 67-plussers die in Nederland gewoond of gewerkt hebben. Het is een bescheiden bijdrage voor het levensonderhoud, maar door de vergrijzing lopen de totale kosten hard op.
Het totaalbedrag groeide vorig jaar naar 51,9 miljard euro, blijkt uit data van statistiekbureau CBS. In 2000 kostten de AOW-uitkeringen samen nog 19,1 miljard euro.
Een deel van de kosten wordt betaald uit het geld dat werkenden bijdragen met een zogeheten premie volksverzekeringen. Dat gaat automatisch van het loon af. Tot 2001 leverde deze premie genoeg op om alle AOW's mee te betalen.
In de jaren die volgden legde de overheid steeds geld bij om alle ouderen van het basispensioen te voorzien, zoals je in onderstaande grafiek kunt zien. De bijdrage uit de belastingpot groeide van 0,7 miljard in 2001 naar 28,5 miljard euro in 2024. Daarmee komt nu meer dan de helft van het benodigde geld uit de schatkist.
Er moeten meer uitkeringen worden betaald doordat er steeds meer ouderen zijn. Daarnaast overlijden mensen op latere leeftijd en krijgen ze dus langer een pensioen.
De hoogte van de AOW is gekoppeld aan de hoogte van het minimumloon. Die steeg vorig jaar, waardoor de AOW-uitkering omhoog ging. "Dat zorgde voor een extra sprongetje in de uitgaven", zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van CBS.
De komende jaren zal het waarschijnlijk niet anders zijn. "De vergrijzing zet alleen maar door", zegt Van Mulligen. "De geboortecijfers zijn laag en mensen worden ouder. We gaan dus naar een nieuw evenwicht toe."
Ondertussen groeit de premie die werkenden betalen niet mee. Door de heffingskortingen komt er zelfs minder geld binnen via premies. Hoogleraar pensioenrecht Erik Lutjens denkt niet dat daar een oplossing zit voor de hoge overheidskosten. "De premie is al best een last naast de vele andere lasten."
Het verhogen van de AOW-leeftijd is een andere mogelijke bezuinigingsmaatregel. Die ligt nu op 67 jaar. "Die leeftijdsgrens houdt geen rekening met zware beroepen", zegt Lutjens.
Een gemiddelde stratenmaker is veel eerder uitgewerkt dan iemand met een kantoorbaan. Daardoor kan de AOW-leeftijd niet zomaar veel omhoog.
De AOW zou ook kunnen ingaan na een bepaald aantal jaren werken, zodat mensen met een zwaar beroep, die vaak jonger beginnen, op tijd met pensioen kunnen. Lutjens: "Dat is wel ingewikkeld om in te voeren. En ook kostbaar."
Source: Nu.nl algemeen