Suriname krijgt woensdag zijn eerste vrouwelijke president. Het is de 71-jarige Jennifer Simons, veteraan uit de partij van wijlen Desi Bouterse. Haar regering belooft forse investeringen, maar onduidelijk is waar het geld vandaan moet komen.
deed vanuit Paramaribo verslag van de verkiezingen
Suriname ging eind mei naar de stembus voor parlementsverkiezingen. Nog geen 48 uur nadat de laatste stem was uitgebracht, was er al een nieuwe coalitie gesmeed. Het gaat om een verbond van zes partijen: de Nationale Democratische Partij (NDP) en vijf kleinere partijen.
Het presidentschap valt in handen van NDP-leider Jennifer Simons (71), tot voor kort de belangrijkste rivaal van regerend president Chan Santokhi. Ze is opgeleid als arts en al decennia verbonden aan de NDP. Zo zat ze tussen 1996 en 2020 voor de partij in het parlement.
Sinds ze in 2024 partijleider werd, probeert ze afstand te creëren tot haar charismatische en minstens zo controversiële voorganger Desi Bouterse. Onder diens leiding werden in 1982 de Decembermoorden gepleegd; ook liet zijn partij na eerdere regeerperioden (1996-2000, 2010-2020) de staatskas meermaals leeg achter. ‘Ik vind niet dat je structureel meer geld moet uitgeven dan je binnenkrijgt’, zei ze in een interview met deze krant.
Met de beloftes om beter op de staatsfinanciën te letten en corruptie te bestrijden, kiest Simons in woord voor een nieuwe weg. Ook in de aanloop naar de inauguratie zijn er enkele gunstige voortekenen. Suriname heeft nog altijd een te hoge staatsschuld; vanuit de boezem van Simons’ partij klinken voorzichtige geluiden om weer in zee te gaan met het IMF. Simons koos ook een minister van Financiën die erom bekend staat sober begrotingsbeleid te voeren.
In andere opzichten wijkt Simons minder af van Bouterse. Ook Simons bleef tijdens de campagne de samenleving voeden met wantrouwen tegen instituties zoals de rechterlijke macht. De beschuldigingen vallen in vruchtbare aarde in Suriname, waar het gemiddelde opleidingsniveau niet hoog is.
In het zeven pagina’s tellende regeerakkoord stelt de nieuwe regering de Surinamer een hoop in het vooruitzicht. Het belooft te investeren in de gezondheidszorg, het onderwijs en gesubsidieerde ‘basisgoederen’. Verder zal het corruptie bestrijden en inzetten op een ontwikkeling van de landbouw-, toerisme- en ict-sector.
Het is nog niet helemaal duidelijk waar de nieuwe regering deze beloftes mee gaat financieren: Suriname kan pas vanaf 2028 rekenen op grote olie-inkomsten. Tot die tijd heeft het amper geld om investeringen te doen. In het akkoord hint de regering op het verhogen van belasting zoals de btw en voor bedrijven, en het hebben van ‘sober bestuur’. Maar dat zal vermoedelijk niet genoeg zijn. Met de beloftes stelt Simons het geduld van haar electoraat, dat ook in de campagne al gouden bergen in het vooruitzicht is gesteld en bezuinigingsmoe is, verder op de proef.
Welke band de nieuwe regering met Nederland wil onderhouden, is nog niet duidelijk. Suriname viert in november groots dat het vijftig jaar onafhankelijk is en bij de festiviteiten nodigde de huidige regering ook de Nederlandse koning uit. De NDP is van oudsher zeer kritisch op Suriname’s oud-kolonisator; een partijwoordvoerder kan niet zeggen of die uitnodiging nog steeds staat.
Met de inauguratie van de regering Simons, komt woensdag ook een einde aan het presidentschap van Chan Santokhi (2020-2025). Zijn Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) verloor in mei 3 zetels en zakte terug naar 17 zetels. Het verschil met de NDP was 6.513 stemmen. De VHP is de enige partij die geen deel zal uitmaken van de nieuwe regering en wordt dus oppositiepartij.
De 66-jarige Santokhi was tot veel bereid om zijn politieke leven te verlengen, blijkt achteraf. Zo heeft hij de Nationale Partij Suriname (NPS), dat zes zetels behaalde en kingmaker was tijdens de coalitie-onderhandelingen, het presidentschap aangeboden, in ruil voor een samenwerking.
Santokhi ruilt het presidentieel paleis vanaf woensdag in voor een zetel in het parlement, van waaruit hij zint op een comeback. ‘De geschiedenis van Suriname is er een van opstaan na vallen’, zei hij in een afscheidsrede eerder deze maand.
‘Ik hoop dat men mij niet alleen zal herinneren voor de beeldvorming (...), maar om mijn inzet.’ Santokhi voerde een hard bezuinigingsbeleid, wat hem lof opleverde van economen, maar wat hem hoost impopulair maakte onder een deel van het volk. ‘Ik neem met nederigheid afscheid van het hoogste ambt, maar ik blijf dienaar van dit volk. Mijn liefde voor Suriname kent geen ambtstermijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant