De historicus had mij uitgenodigd voor het avondeten. ‘Heb je iets tegen kalfsschnitzel?’, had hij per mail gevraagd. ‘Niets’, had ik geantwoord. Ik ben een makkelijke eter.
We hadden ooit op dezelfde middelbare school gezeten, hij een jaar of vijftien voor mij. Nu had hij de oorlogsgeschiedenis van die school in kaart gebracht.
Tegen de woorden ‘grijze zone’ maakte hij bezwaar. Maar welke woorden je ook kiest, er blijven dilemma’s.
Een SS’er in de Hollandsche Schouwburg die met Joodse vrouwen naar bed gaat en ze al naar gelang zijn humeur ook redt. Sommigen van de geredde vrouwen wilden na de oorlog dat hij een onderscheiding kreeg, ze waren immers gered.
De historicus maakte, vertelde hij, samen met andere historici bezwaar tegen zo’n onderscheiding. Willekeur en misbruik mogen geen redding heten. De vrouwen weigeren begrijpelijkerwijs bezwaar te maken tegen hun eigen redding.
Bij de kalfsschnitzel wordt champagne geschonken. Voor de gast het weet gaat er een tweede fles open, er wordt aan Napoleon gerefereerd.
Rond middernacht zegt de partner van de historicus: ‘Ik gooi je eruit.’
De historicus zegt: ‘De oorlog is verslavend.’
Hij begeleidt me tot op straat, bij het fietspad neemt hij afscheid. De verslaving gaat door.
In mijn oude jongenskamer ligt mijn 4-jarige zoon naast een knuffel of zes zachtjes te snurken. Ik ga naast hem liggen en geef hem tientallen kusjes, je moet van de slaap van je kinderen goed gebruik maken. Grijze zone? Liefde? Misbruik?
Luisterend naar liederen van kozakken herlees ik vervolgens in de woonkamer delen van Mein Kampf.
Je kunt veel van die kozakken zeggen maar ze wisten wat leven was.
Als ik het boek sluit, is het alweer licht.
Dan kruip ik naast mijn zoon en neem me voor na de zomer een fiets met kinderzitje te kopen.
Voornemens. Ook verslavend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns