Home

Opinie: Investeer in de woningcorporaties, zodat iedereen in een fijn huis kan wonen

Met holle leuzen als ‘bouwen, bouwen, bouwen’ zoals in de vorige verkiezingscampagne komen we er niet, stelt Yrla van der Ven. Woningcorporaties moeten weer de ruimte krijgen om sociale huurwoningen neer te zetten, klein en groot.

Veel van mijn vrienden en collega’s, eind twintig, begin dertig, lagen de afgelopen weken wakker, badend in het zweet. Onze appartementen worden met het hete weer 26 tot 30 graden, sommige nog warmer. Omringd door straten zonder hoge bomen en struiken is er weinig dat de hitte kan tegenhouden, en is er weinig om naartoe te vluchten.

Als we wel slapen, dromen we, net zoals de generaties voor ons, van een woning met een verkoelende tuin en een boom voor de deur. Maar als ik praat met economen – wat ik voor mijn werk vaak doe – dan hoor ik dat mijn generatie blij moet zijn met elke woning die we kunnen krijgen. Hoe heet, lawaaierig en klein die ook is.

Over de auteur

Yrla van de Ven werkt als redacteur en gaat na de zomer in de slag in het onderwijs. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

In discussies binnen de economiefaculteit krijg ik bijvoorbeeld terug: ‘Er moet nu eenmaal veel gebouwd worden, dus we moeten de hoogte in, en jongeren moeten niet denken dat ze in een paleis kunnen wonen.’ Ook veel gehoord: ‘Niet iedereen kan in Amsterdam wonen.’

Vermogende ouders

Klaag niet zo, is de boodschap die onder die opmerkingen lijkt te zitten.
Hebben deze economen dan gemist hoe sterk de huizenprijzen in heel Nederland de afgelopen jaren zijn gestegen? Tussen 2015 en 2023 landelijk wel met 80 (!) procent . In Pekela zijn woningen volgens het CBS het goedkoopst, met een gemiddelde verkoopprijs van 250 duizend euro. Met een modaal inkomen kun je volgens de Hypotheker 218 duizend euro lenen – net te weinig, wat jammer!

Een fijne woning is volgens deze economen, en – als we afgaan op het kabinetsbeleid – een groot deel van de politici, gereserveerd voor de mensen die het kunnen betalen. Voor de hoogste inkomens, die samen met hun partner fulltime hun tijd doorbrengen op kantoor, of de mensen die geld meekrijgen van hun vermogende ouders.

De rest mag in een flatje wonen, tot ver na hun dertigste. Het liefst in de vrije sector, want: ‘De vrije sector is te klein, daarom zijn huurwoningen zo onbetaalbaar.’ De florerende socialehuursector die volop betaalbare (gezins)woningen bouwde, is inmiddels een droom uit het verre verleden. (Overigens won de vrije sector de afgelopen tien jaar al terrein, en steeg in de sociale sector het aandeel dure huurwoningen van 3 naar 11 procent, maar dat terzijde).

Op woningcorporaties is sinds 2012 (door kabinet-Rutte II) flink gekort, met als gevolg lange wachtlijsten, minder nieuwbouw, de verkoop van gezinswoningen en veel te weinig investeringen in de kwaliteit en duurzaamheid van bestaande sociale huurwoningen. De overheid heeft weliswaar prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties over de bouw van 30 duizend woningen per jaar vanaf 2029, maar neemt vervolgens niet de ingrijpende maatregelen waarmee die doelen kunnen worden behaald.

Lange wachtlijsten

En zelfs als het wél lukt, kunnen we niet spreken van een grote inhaalslag, zeker als corporaties tegelijkertijd nog woningen verkopen en slopen. In 2024 lag het aantal corporatiewoningen met 2,3 miljoen op hetzelfde niveau als in 1995, terwijl het aantal huishoudens in Nederland sindsdien met bijna 2 miljoen (!) is toegenomen. Met als gevolg lange wachtlijsten.

Dit zou een groot verkiezingsthema moeten zijn voor iedereen die, zoals ik, vindt dat mensen uit alle lagen van de samenleving door elkaar moeten kunnen wonen in een zo fijn mogelijk huis. Dat is een politieke mening – net zoals de stelling dat ‘we een grotere vrije sector nodig hebben’ gebaseerd is op een politieke mening. En ik begrijp dat niet elke econoom die deelt.

Maar juist over zulke politieke keuzes zou het deze verkiezingscampagne moeten gaan – anders dan de vorige, toen partijen weinig verder kwamen dan loze kreten als ‘bouwen, bouwen, bouwen’ en wijzen naar asielzoekers.

Flatgebouwen vergroenen

Ik gooi graag een steen in de vijver. Wat mij betreft investeren we als samenleving weer flink in de woningcorporaties, zodat ze meer en vooral beter kunnen bouwen en geen gezinswoningen meer hoeven te verkopen. Zorg dat ze niet alleen kleine woningen kunnen bouwen, maar ook grotere woningen waar dertigers een gezin kunnen beginnen.

Dat kan deels met leningen van de overheid aan de corporaties, tegen een lage rente. Haal extra geld op met het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek, een vermogensbelasting, hogere erfbelasting of een belasting op de verkoop van een huis met overwaarde.

Ten slotte: gemeenten, help ons op de korte termijn weer te slapen door de omgeving van flatgebouwen te vergroenen en alle verhuurders te verplichten zonwering aan te brengen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next