In 1924 werd Jacob Israël de Haan in Jeruzalem vermoord: de eerste politieke moord in de ontstaansgeschiedenis van Israël op een niet-Arabier. Deze homoseksuele, ultraorthodoxe Jood uit Nederland begon als felle zionist, maar eenmaal in Palestina veranderde zijn toon.
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Drie pistoolschoten knallen op de avond van 30 juni 1924 over straat in Jeruzalem. Een gerichte, goed voorbereide politieke moord op een van de belangrijkste, meest uitgesproken tegenstanders van het zionisme. Het slachtoffer, de Nederlandse schrijver en dichter Jacob Israël de Haan, zakt hevig bloedend in elkaar op de stoep. Voorbijgangers dragen hem haastig naar binnen in het nabijgelegen Shaare Zedek-ziekenhuis, waar hij kort na binnenkomst het bewustzijn verliest. Een paar minuten later is hij dood.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
De moord op De Haan geldt als de eerste politieke moord in de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël – althans: de eerste politieke moord op een niet-Arabier. Het slachtoffer was een man vol schijnbare tegenstrijdigheden: een homoseksuele ultraorthodoxe antizionist in Jeruzalem. De moord laat zien dat het complexe en licht ontvlambare debat over de verschillende visies op de Joodse staat al meer dan een eeuw oud is.
Jacob Israël de Haan is in Nederland bijna vergeten, maar zijn werk is uit historisch- én literatuurhistorisch oogpunt boeiend. In 1904 debuteerde de schrijver met de openlijk homo-erotische roman Pijpelijntjes. De publicatie veroorzaakte destijds een klein schandaal. Een kennis van De Haan die zichzelf meende te herkennen in een van de hoofdpersonages kocht om verdere verspreiding te voorkomen de hele eerste oplage.
In 1919 emigreerde De Haan vanuit Amsterdam naar Jeruzalem. Van daaruit maakte hij reportages voor Algemeen Handelsblad. De auteur, zoon van een joodse voorzanger, was als jonge man zijn geloof verloren, maar hij was wél een vurig pleitbezorger van het zionisme. Althans in het begin.
De 394 artikelen, tegenwoordig te lezen via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, geven een historisch beeld van de vroege ontstaansgeschiedenis van de staat Israël én van De Haans persoonlijke ontwikkeling. De schrijver was vol linkse idealen geëmigreerd naar toenmalig Palestina, maar gaandeweg veranderden zijn ideeën – en zijn toon.
In Jeruzalem hervond De Haan het geloof uit zijn jeugd, maar dan wel in een zeer conservatieve variant. Hij sloot zich aan bij de gemeenschap rond de ultraorthodoxe rabbijn Chaim Sonnefeld, die vanuit religieuze motieven uitgesproken tegenstander was van zionisme. Zijn argument was, zeer kort weergegeven, dat Joden pas een nationaal thuis konden stichten ná de komst van de Messias.
Vanaf juni 1923 schreef De Haan ook bijdragen voor de Britse Daily Express en via persbaron Lord Beaverbrook, eigenaar van de Express én The Times, vond zijn uitgesproken antizionisme zijn weg naar het Britse establishment. Daarmee werd de schrijver een gevaar voor de zionistische beweging. De Britten hadden het in Palestina voor het zeggen, dus was steun voor het zionisme vanuit de opperste echelons van de Britse samenleving voor de beweging van groot belang
In de loop van 1924 ontving De Haan verschillende dreigbrieven, waarover hij sarcastisch schreef in Algemeen Handelsblad: ‘En deze verstandige en welwillende brief [was] natuurlijk geschreven in het Hebreeuwsch, de Taal van onze Nationale Wedergeboorte.’
Maar zijn ‘verstandige en welwillende’ vijanden waren bloedserieus. Op de laatste dag van juni, kort voor De Haan naar Londen zou reizen, maakten ze hun dreigementen waar. Scotland Yard deed in 1924 onderzoek naar de moord, zonder ooit een verdachte aan te wijzen. Een beloning van 200 Egyptische pond voor het opsporen van de dader leidde tot geen enkele tip. Opvallend detail: de politiedossiers over de moord zijn niet terug te vinden in archieven. Hoe dat komt is niet duidelijk, maar volgens De Haans biograaf Ludy Giebels is het denkbaar dat het Britse bestuur in het mandaatgebied de stukken destijds bewust heeft verdonkeremaand.
Jarenlang was de officiële lezing dat De Haan was vermoord vanwege zijn homoseksualiteit. ‘Homoseksuele problematiek werd misbruikt om de waarheid te verdoezelen’, schreef eerdere biograaf Jaap Meijer daarover. Pas in de loop van de jaren zestig, bijna veertig jaar na het overlijden van De Haan, onthulde de Israëlische krant Haaretz dat hij was omgebracht door de paramilitaire zionistische organisatie Haganah. Opdracht voor de moord kwam volgens de reconstructe van de krant van commandant Itzhak Ben-Zvi, de latere president van Israël.
Source: Volkskrant