Het Parkpaviljoen in Rotterdam werd in 1937 ontworpen als hersteloord voor patiënten ‘vermoeid van lichaam en geest’, die er baadden in zonlicht en frisse lucht. Nu heropent het als publieke ontmoetingsplek, waar je kunt bijkomen van de drukte in de stad.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
Midden in Rotterdam, omringd door hoogbouw, verkeerswegen en de Nieuwe Maas, ligt het Park. In 1852 door vader en zoon Zocher, landschapsarchitecten, aangelegd als een romantische wandelplaats, en uitgegroeid tot een oase in de stad. Met monumentale bomen, waterpartijen en bijzondere bouwwerken, waaronder het historische Heerenhuys, de Euromast – in 1960 gebouwd als boegbeeld van de eerste Floriade – en: het Parkpaviljoen.
Het langgerekte, bakstenen gebouw, gelegen aan het kruispunt van de Westzeedijk en de ’s-Gravendijkwal, was een van de beter bewaarde geheimen van Rotterdam. Het werd in 1937 gebouwd als hersteloord voor ‘vermoeiden van lichaam en geest’, naar ontwerp van architect C.J. Hemmes. Hij bouwde een ‘lighal’ in de sfeer van Sanatorium Zonnestraal in Hilversum (1928, architect J. Duiker) met verdiepingshoge, glazen deuren, die openden naar het park. Er stonden 32 bedden waarin patiënten – vooral vrouwen die druk waren met zorgen, maar zelf zorg ontbeerden – badend in zonlicht en frisse lucht konden herstellen. Zij waren verwezen door de GGD of een dokter.
Door de opkomst van betere huisvesting en de moderne geneeskunst verloor het paviljoen zijn functie, waarna de gemeente het gebruikte als opslagruimte voor de plantsoendienst. Gaandeweg verloederde het pand; deuren werden dichtgetimmerd, het terrein werd afgezet met hekken, en zo belandde het gebouw op de nominatie voor sloop.
De filantropische Stichting Droom en Daad, die de afgelopen jaren met de gemeente het park – een rijksmonument – opknapte, herkende de waarde en kocht het gebouw. Studio Makkink & Bey kreeg de opdracht om het te renoveren in de geest van het oorspronkelijke ontwerp.
Op 21 juni is het Parkpaviljoen heropend, als hedendaags hersteloord, waar parkbezoekers welkom zijn om te ‘herstellen van al het grootstedelijk geruis’. Hoe werkt dat in de praktijk?
‘Het bijzondere van dit gebouw zit ’m in de sociaal-progressieve gedachte erachter’, zegt ontwerper Jurgen Bey in de gerenoveerde zaal, met uitzicht op het park. ‘De weldaad van deze ruimte was ooit voor iedereen die daaraan behoefte had toegankelijk.’ Veel patiënten konden geen 1,25 gulden per dag betalen; de vereniging betaalde hun kosten, met behulp van giften. Bey: ‘Vergelijk dat met hoe we nu denken over wellness, als een dagje naar de spa; een luxeproduct. De vraag aan ons was om het oorspronkelijke ideaal opnieuw gestalte te geven, en ruimte te maken voor cultuur.’
Het gebouw, mettertijd volgebouwd met binnenwanden waarin schimmel woekerde, is opgeschoond, de gevels zijn hersteld. Op de westelijke kop is een werkplaats gemaakt voor de hoveniers van het Park, op de oostelijke een kantoor voor Stichting het Park, die het paviljoen beheert en programmeert. Daarnaast bevindt zich de entree annex keuken, waardoor je de zaal betreedt.
De open ruimte is ingericht met fraaie, houten tafels en stoelen, gemaakt van gevelde bomen uit het park. Tegen de achterwand hebben de ontwerpers met planken een ophangsysteem gemaakt voor het tonen van kunst en het opbergen van tuingereedschap.
Een hovenier loopt met een ‘hartstikke botte’ kettingzaag door de zaal naar de werkplaats. Door de glazen tussenwand kun je zien hoe ze de zaag slijpt. ‘We willen voor het publiek zichtbaar maken welke zorg en aandacht nodig is om het park mooi te houden, en mensen daarbij betrekken’, zegt Nienke van Wijk, directeur van Stichting het Park.
Je kunt als vrijwilliger helpen met tuinieren, meedoen aan een cursus bomen herkennen, of deelnemen aan een sessie ‘parkbaden’: een twee uur durende wandeltocht door het park, waarbij je de natuur intensief in je opneemt. In de keuken worden workshops georganiseerd over koken met kruiden, geplukt in het park. Denk aan pesto van zevenblad of limonade van lindebloesem. Van Wijk pakt een potje met zwarte inkt van een plank. ‘Dit hebben we laatst gemaakt van gallen, die groeien op een eik in het park.’
Elke zondag is er een concert, elk kwartaal verschijnt een gratis poëziebundel. ‘Voor de verzorging van de innerlijke mens’, aldus Van Wijk. Er is ook een kinderboek over het Park verschenen, op basis daarvan wordt een educatieprogramma ontwikkeld.
‘Het grote verschil met vóór de verbouwing is de openheid’, zegt de hovenier. Regelmatig turen wandelaars met hun neus tegen de ramen naar binnen. ‘Mensen zijn nieuwsgierig, vragen of ze er koffie kunnen drinken, of eten’, vertelt Van Wijk. Ze legt dan uit dat je er niets kunt bestellen. ‘Je bent hier geen consument, maar deelnemer. Het idee is dat je actief wordt in de natuur, en op die manier tot rust komt.’ Al mag je ook gewoon in de zaal zitten met een (gratis) glas water of kruidenthee, of binnenlopen voor een wc-bezoek.
Bey maakt de vergelijking met de hedendaagse bibliotheek, als plek voor ontmoeting en informele studieplek. ‘We willen bewerkstelligen dat je iets leert over de natuur, door mee te kijken en te doen.’ Zelf stak hij het nodige op van het project. ‘Bijvoorbeeld dat je met het sap van meekrapwortels kleurstoffen kunt maken.’ Die heeft hij verwerkt in de coating van de hanglampen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant