Fatih Birol is tien jaar de baas van het internationaal energieagentschap IEA en vormt met zijn organisatie een belangrijke stem in het wereldwijde energiedebat. ‘De energietransitie is niet meer te stoppen.’
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Het Amerikaanse tijdschrift Time riep hem uit tot een van de honderd invloedrijkste personen op aarde in het klimaatdebat. De Australische zakenkrant Financial Review noemde zijn invloed groter dan die van de Amerikaanse politicus Al Gore en de Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg. Toch is Fatih Birol ( 67), al tien jaar de directeur van het Internationaal Energieagentschap IEA en deze week in Den Haag voor overleg met demissionair klimaatminister Sophie Hermans, voor veel Nederlanders een onbekende.
Opmerkelijk, omdat politici wereldwijd de adviezen van het IEA opvolgen. En ook burgers luisteren naar wat de Turkse Birol te zeggen heeft. Zo zetten Nederlanders in 2022 op advies van het IEA hun thermostaat massaal twee graden lager om energie te besparen, nadat Rusland de gaskraan had dichtgedraaid. En hielden Duitsland en België om dezelfde reden hun kerncentrales langer open.
Veel gezaghebbende internationale organisaties geven goede adviezen. Maar naar hen wordt lang niet altijd geluisterd. Waarom wel naar u?
‘Omdat onze analyses worden gestut door gegevens en wetenschappelijk onderzoek, niet door emoties. Natuurlijk kennen wij ook emoties, maar die houden we uit onze rapporten. Onze geloofwaardigheid is groot omdat onze cijfers kloppen. Data winnen altijd.’
U werkte eerder voor Opec, het samenwerkingsverband van olieproducerende landen. Ook Opec zegt haar analyses te baseren op data. Maar zij komt tot heel andere conclusies als het bijvoorbeeld gaat om de toekomstige vraag naar olie. Hoe kan dat?
‘Omdat wij geen belang hebben in een bepaalde technologie, in olie of in welke energievorm dan ook. Ons enige belang is dat van het publiek. Eind 2023 zeiden we bijvoorbeeld dat de vraag naar olie minder sterk zou stijgen dan iedereen toen dacht. Opec voorzag juist een sterke groei. Dus keek iedereen wie er gelijk had. In de maanden daarop kwamen de gegevens binnen en toen bleek dat wij het bij het rechte eind hadden.’
Dus u glom van trots.
‘We hebben vaak gelijk, maar we zijn niet arrogant. Ik ben een groot fan van Johan Cruijff. Hij zei: ik focus altijd op de bal. Voor ons zijn data de bal.’
Toen u tien jaar geleden aan het roer kwam te staan, was IEA vooral gefocust op olie en gas. U verlegde de koers richting duurzame energie. Waarom?
‘Vanwege klimaatverandering; de grootste uitdaging waar de wereld voor staat en daaraan moest iets worden gedaan. Ongeveer 85 procent van de uitstoot van broeikasgassen komt van de energiesector. Als we die niet fiksen, kunnen we ook het klimaatprobleem niet oplossen. Daarom zei ik dat mijn organisatie zich moest gaan focussen op duurzame technologie.
‘Onze leden bestonden destijds alleen uit rijke landen. Ik vond het tijd de deur open te zetten voor opkomende economieën als Mexico, Brazilië, Indonesië, China; de toekomstige grootgebruikers van energie. Als we hen erbij konden halen, zouden we iets kunnen doen aan het klimaatprobleem.’
Waarom moest het IEA een belangrijke stem worden in het klimaatdebat? U had ook kunnen vasthouden aan het maken van analyses en het duiden welke kant het opgaat.
‘Ik wilde de wereld verbeteren. Als je alleen maar rijke landen vertegenwoordigt, ben je er maar voor 40 procent van het totaal. Als je de wereld wilt veranderen, moet je de anderen erbij betrekken. Wat gebeurt in India of Brazilië of Indonesië heeft nu veel meer impact dan wat er in Europa of Noord-Amerika gebeurt. Ik wilde van het IEA dé wereldwijde energie-organisatie maken. Niet alleen die van de rijken.’
Hebt u de wereld verbeterd?
‘Ik denk het wel. Neem bijvoorbeeld Afrika. Daar koken vier op de vijf vrouwen op hout. Dat leidt tot een immens gezondheidsprobleem voor vrouwen, die voornamelijk koken in Afrika. Jaarlijks sterven daar een half miljoen vrouwen voortijdig door ademhalingsziekten die het gevolg zijn van koken op hout. Vorig jaar hebben we tijdens een energietop 2,2 miljard dollar (1,9 miljard euro, red.) opgehaald om landen waar veel op hout wordt gekookt te helpen aan schone energiebronnen.’
Vaak wordt geluisterd naar de adviezen van het agentschap. Maar niet altijd. In 2021 publiceerde het IEA volgens Birol zijn belangrijkste rapport tot nu toe: hoe de wereld in 2050 klimaatneutraal kan zijn. Als de wereld de opwarming van het klimaat wil beperken tot 1,5 graad Celsius, moet er niet langer worden gezocht naar nieuwe voorraden fossiele energie, stelde het rapport.
Maar dit advies wordt massaal genegeerd. Door de regering-Trump, dat het winnen van olie, kolen en gas tot prioriteit heeft gemaakt. Maar ook door Europa, dat zijn klimaatdoelstellingen tempert. Ook Nederland speurt op de Noordzee naar aardgas. Grote olieconcerns hebben hun investeringen in groene energiebronnen teruggeschroefd.
Waarom is die keer niet naar u geluisterd?
‘Landen denken soms dat ze compromissen moeten sluiten en kiezen om die reden voor meer fossiel. Maar de energietransitie is onmogelijk nog te stoppen. Ze is niet langer gebaseerd op klimaatdoelen, ze is nu economisch gedreven. Groene energie is domweg goedkoper dan fossiel.
‘Kijk maar: acht op de tien energiecentrales die vorig jaar werden gebouwd, waren groen. Dit gebeurt niet omdat landen zich zo veel zorgen maken over het klimaat. Ze doen het omdat het goedkope energie oplevert. Tien jaar geleden waren renewables een romantisch verhaal. Nu is het gewoon business.’
Toch gaat het niet snel genoeg, zegt u.
‘Als ik eerlijk ben, denk ik dat de kans dat we de 1,5 graad halen steeds kleiner wordt. Maar als we dat niet halen, moeten we gaan voor 1,6 graad of 1,7. Dan zijn we nog steeds beter af dan wanneer we niets doen. Dan zijn de gevolgen catastrofaal. Maar wat nu gebeurt, is verdrietig. Want we verliezen tijd. Helaas zijn energie en geopolitiek meer verweven dan ooit.’
Na de industriële revolutie draaide de wereld op kolen. Daarna kwamen olie en gas. Nu is het elektrischetijdperk aangebroken, volgens u. Die overgang gaat niet echt soepel, als je bijvoorbeeld in Nederland kijkt naar de problemen met het stroomnet.
‘Dit is zeer verontrustend en niet alleen in Nederland. Wereldwijd stond er vorig jaar 7.000 gigawatt aan duurzaam vermogen (aan nieuwe zonnepanelen, windturbines, warmtepompen, red.). Fantastisch nieuws. Maar 2.000 gigawatt daarvan kan niet worden aangesloten op het stroomnet, omdat het vol zit. Dat is toch ongelooflijk? We hadden de wereld kunnen veranderen als we de stroomnetten gereed hadden.’
Waarom is dit niet gebeurd?
‘Een grote fout van overheden, ook in Nederland. Al speelt het probleem wereldwijd. Overheden hebben er domweg geen aandacht aan besteed. Ze zijn het vergeten’
Heeft u ze wel gewaarschuwd?
‘Ik heb gezegd: jullie focus is te veel gericht op groene energieproductie. Dat is alsof je een prachtige auto bouwt en vervolgens vergeet de bijbehorende wegen aan te leggen. Een enorm probleem. (overigens kwam IEA pas in 2023 met een uitgebreid rapport over de problemen rond netcongestie, toen het Nederlandse stroomnet al was vastgelopen, red.)
‘Politici zeiden: je hebt gelijk. Maar de aanleg van stroomnetten is complex. Het vergt grote investeringen en de weerstand tegen hoogspanningsverbindingen is groot. Vooral in democratieën is het uitbreiden van het stroomnet geen makkelijke zaak. Daarom is China nu leidend. Daar zeiden ze: we gaan gewoon bouwen. De uitdaging daar is minder groot.’
Wat moet er hier gebeuren om niet achterop te raken?
‘Vergunningstrajecten moeten sneller. Dat gebeurt overigens al, onder meer in Duitsland. Westerse landen zien nu dat de problemen op het stroomnet hun economieën schaden.’
Veel landen op het zuidelijk halfrond hebben nauwelijks een stroomnet, maar wel toegang tot groene energie vooral uit de zon. Dit kan deze eeuw leiden tot een enorme economische boost, wordt in sommige rapporten gesteld. Moet het Westen zich zorgen maken?
‘Ik zie nog een verontrustende ontwikkeling: investeringen in groene energie hebben recordhoogten bereikt. Vorig jaar tweeduizend miljard dollar. Maar 85 procent van de investeringen gebeurt in rijke landen. Slechts 15 procent gaat naar de rest van de wereld, waar twee derde van de bevolking woont. Er is dus een enorm financieringsgat. Daaraan moet iets gebeuren. Als je dit niet oplost, maakt het niet uit wat we hier in Europa doen aan vergroening. Als we de andere landen niet meekrijgen, komen we er niet.’
U bent groot fan van de Turkse voetbalclub Galatasaray. U heeft het afgelopen jaar geen enkele van de zestig wedstrijden van uw club gemist. Hoe maakt u daar tijd voor vrij?
‘Ik kijk alles op mijn telefoon. Als er een wedstrijd is en ik ben op weg naar de Britse premier Keir Starmer, of ik bezoek president Lula van Brazilië, dan kijk ik constant op mijn telefoon. Ik wil niets van ze missen.’
U heeft weleens grappend gezegd dat u uw favoriete voetbalclub wel zou willen coachen. Wat is lastiger: het IEA leiden of Galatasaray?
‘Galatasaray, zonder twijfel. Dat is veel stressvoller. Maar wat beide gemeen hebben, is de team spirit. De meeste mensen hier bij het IEA werken niet voor geld. Ze doen dit omdat ze een betere wereld willen.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant