Vanwege de internationale spanningen wil Defensie groeien naar honderd- en daarna zelfs tweehonderdduizend mensen. Meer dan een verdubbeling van het huidige personeelsbestand, waarvoor alles uit de kast wordt gehaald. Maar is dat genoeg om te voorkomen dat het ministerie met dwang moet mobiliseren?
is verslaggever binnenland van de Volkskrant.
Dat niet alle ouders meteen staan te juichen als hun kind het leger in wil, begrijpt luitenant-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan als geen ander. De vredesdemonstratie die ze als 4-jarige met haar moeder bijwoonde, staat haar nog helder voor de geest. ‘Geen bommen maar bomen’ stond er op het T-shirt dat ze droeg.
Haar ouders waren faliekant tegen oorlog. Dat hun dochter, eenmaal volwassen, bij Defensie ging werken, was dus best een schok.
‘Maar 31 jaar later zijn ze er bijna aan gewend’, zegt Boekholt-O’Sullivan in het kasteel van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda, grappend maar met een serieuze ondertoon. Haar publiek bestaat uit ouders van kinderen die een carrière bij Defensie overwegen. Zij laten zich op deze bloedhete avond boven een smashed truffle burger bijpraten door ouders die deze ervaring al hebben en weten dat zo’n keuze naast trots vaak ook angst en onzekerheid met zich meebrengt.
Dat is iets waar het leger volgens Boekholt-O’Sullivan best eens wat langer bij mag stilstaan. ‘Want wat vragen wij eigenlijk van de maatschappij als we willen groeien naar een krijgsmacht van tweehonderdduizend mensen? Dat zijn heel veel jonge mensen en heel veel ouders.’
Ze is als plaatsvervangend directeur-generaal Beleid bij het ministerie van Defensie verantwoordelijk voor het opzetten van de toekomstige militaire organisatie. Het ‘ouderdiner’ dat nu voor het eerst wordt georganiseerd, maakt deel uit van een charmeoffensief. Na jaren van grootscheepse bezuinigingen, waarin tankbataljons werden opgeheven en militairen tijdens oefeningen bij gebrek aan kogels zelf ‘pang’ moesten roepen, is er voor Defensie een nieuw tijdperk aangebroken sinds de Russen Oekraïne binnenvielen.
Opschalen van de krijgsmacht was sinds die inval al noodzakelijk, maar is volgens het kabinet nog harder nodig ‘nu de geopolitieke realiteit ertoe leidt dat Europa meer en meer eigen verantwoordelijkheid te dragen heeft voor de veiligheid op het continent’.
Het leger staat voor een ongekend grootschalige uitbreidingsoperatie, van oefenfaciliteiten, materieel én mankracht. In 2030 moet het personeelsbestand dat nu bestaat uit 76 duizend beroepsmilitairen, reservisten en burgerpersoneel zijn opgeschaald naar honderdduizend, om daarna misschien nóg eens te verdubbelen.
Aan geld gaat het niet liggen. Tientallen miljarden zijn al in het vooruitzicht gesteld. Maar waar moet Defensie al die militairen vandaan halen? En kun je voorkomen dat de actieve dienstplicht nieuw leven moet worden ingeblazen?
Het vergt in elk geval een omslag binnen de organisatie, daarvan zijn alle verantwoordelijken overtuigd. In de woorden van demissionair staatssecretaris Gijs Tuinman (BBB): ‘We moeten nieuwe paden bewandelen en hebben iedereen nodig.’
In de kazerne in Breda zijn de camouflagepakken en soldatenkistjes deze avond ver te zoeken. De meeste medewerkers zijn ‘in burger’, de setting is bewust informeel. Luitenant-generaal Boekholt- O’Sullivan draagt de zwarte jurk die dankzij haar inspanningen een vast onderdeel werd van het uniform van de krijgsmacht.
Een maand geleden plaatste ze een oproep op LinkedIn, waarin ze ouders uitnodigde met Defensie in gesprek te gaan. ‘Zij zijn toch degenen die als eersten tegen hun kind zeggen: is een carrière bij het leger niets voor jou, of juist afwijzend reageren.’
Volgens haar hebben veel mensen een te eenzijdig beeld van de krijgsmacht. Ze geeft vlak voor het diner een toespraak en haalt haar eigen dochter aan als voorbeeld. ‘Daar moet je alleen maar opdrukken’, zei de 18-jarige toen haar moeder voorzichtig informeerde of Defensie niets voor haar zou zijn. ‘Terwijl haar vader en ik dat toch echt alleen voor de jaarlijkse sporttest doen’, lacht de luitenant-generaal.
Door sociale media en tv-programma’s zoals Kamp Van Koningsbrugge en Special Forces VIPS had ze het idee gekregen dat het in het leger alleen draait om fysieke beproevingen. Maar nu de dreiging van hybride oorlogsvoering steeds groter wordt, heeft de krijgsmacht ook behoefte aan heel andere capaciteiten, benadrukt Boekholt-O’Sullivan. ‘Lang niet iedereen hoeft bij de infanterie en naar de frontlinie. Wij moeten dat andere verhaal veel vaker gaan vertellen.’
Want anno 2025 is ‘iedereen welkom’, luidt de belofte van Defensie. Van medici tot horecapersoneel voor in de catering. ‘We laten niemand achter.’
Het contrast met eerdere campagnes is groot. Daarin werd in de eerste plaats de vraag opgeworpen of iemand ‘geschikt’ of ‘ongeschikt’ was. Maar wie wil groeien naar een personeelsbestand van uiteindelijk tweehonderdduizend personen heeft niet langer de luxe om al te kieskeurig te zijn. Nu is er ruimte voor ‘individuele talenten’ en moet werken voor Defensie ‘in alle opzichten mogelijk en ook aantrekkelijk’ zijn. Op aanraden van de Boston Consulting Group is het sinds kort mogelijk om een open sollicitatie te doen: zo wordt een grotere doelgroep aangesproken en zullen er minder mensen afvallen, is het idee.
Specifiek gemikt wordt er op vrouwen. ‘Ben jij het zat om minder te verdienen dan mannelijke collega’s met dezelfde functie?’ is een van de wervingsteksten. In de sectie veelgestelde vragen staat: ‘Wat zijn de gebruikelijke haarstijlen als ik op missie/uitzending ga?’
Ook kijkt Defensie of de kwaliteitseisen voor verschillende functies kunnen worden verruimd. Wie kleurenblind is of een voedselallergie heeft, kan in de toekomst mogelijk toch iets betekenen binnen het leger.
De Boston Consulting Group denkt dat het op deze manier mogelijk is om zonder dwang naar honderdduizend medewerkers te groeien. De bedrijfsadviseurs pleiten voor het invoeren van een weerbaarheidstraining in militaire basisvaardigheden, die studenten in het middelbaar beroepsonderwijs in zo’n tien tot twaalf weken opleidt tot reservist. De eerste onderwijsinstellingen zullen hier na de zomer mee beginnen.
Defensie werft niet alleen nieuwe mensen, maar heeft haar vizier ook gericht op oudgedienden. Duizenden medewerkers die mede door bezuinigingen zijn vertrokken, worden terug naar het oude nest gelokt. In advertenties wordt gevraagd of hun ‘Defensiehart’ nog klopt. Wie in de afgelopen tien jaar is vertrokken, krijgt een brief op de mat waarin een vast contract en een hoger salaris in het vooruitzicht worden gesteld. ‘Er wordt weer geïnvesteerd in onze organisatie: in nieuw materieel, betere uniformen en vooral in onze mensen.’
Een van de honderd deelnemers die naar het diner in Breda is gekomen, is belastingadviseur Henk Kwant. Twijfels over de keuze van zijn 27-jarige zoon, die na een hr-opleiding probeert officier te worden bij het Korps Mariniers, kent hij niet. Juist daarom wil hij praten met ouders die dat anders ervaren. Ook na vanavond. ‘Misschien via een soort chat, waarin we informatie kunnen uitwisselen en met elkaar kunnen sparren.’
Dat Defensie tegenwoordig meer aandacht en waardering heeft voor haar personeel, noemt Kwant een goede ontwikkeling. ‘Maar je moet ook weer niet te veel pamperen. Het moeten stevige, weerbare mensen zijn.’
Zelf maakte hij Defensie in minder florissante tijden mee. Als dienstplichtige ging hij in de jaren tachtig op vredesmissie naar de Sinaïwoestijn. Een dag na terugkomst stond hij bij het arbeidsbureau. ‘Ik leverde mijn plunje in en het was klaar.’
Twee keer probeerde hij nog toegelaten te worden tot de KMA. De eerste keer was hij te onervaren, de tweede keer niet meer ‘kneedbaar’. Jaren later kreeg hij een brief van Defensie, of hij toch terug wilde komen. ‘Toen had ik al een goedlopend eigen bedrijf en dacht ik: dat gaan we niet meer doen.’
De nieuwe wervingscampagne ‘Tijd voor Defensie’, die sinds maart te zien is op televisie, online en in de bioscoop, doet een sterk beroep op verantwoordelijkheidsgevoel. De nadruk ligt op ‘juist nu’, nu het ‘onrustig is op het wereldtoneel en veiligheid niet meer vanzelfsprekend is’.
Daarin schuilt volgens deskundigen ook een gevaar. Want wat gebeurt er als de Russen volgend jaar niet aan de grens staan, hield Tine Molendijk, als antropoloog verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), Tweede Kamerleden onlangs voor tijdens een rondetafelgesprek. Ze waarschuwt dat de actiebereidheid dan snel zal afnemen. Er is veel meer sprake van een hybride dreiging, met cyberaanvallen, sabotageacties en misschien een operatie in Oekraïne. ‘Vertel het eerlijke verhaal, geen Hollywoodversie, anders haken mensen af.’
Ze noemt het van groot belang dat niet wordt gedaan alsof Defensie een humanitaire organisatie is, zoals nu soms gebeurt. ‘Het is geen gewone werkgever, maar een geweldsorganisatie. En als je dit niet blijft benoemen, bestaat het gevaar dat mensen dat aspect uit het oog verliezen en de schok groot is als er slachtoffers vallen, zoals we in het verleden hebben gezien.’
Opiniepeilingen tonen weliswaar aan dat de steun voor defensie toeneemt, maar volgens Molendijk is die steun nog erg ‘voorwaardelijk, abstract en fragiel’ – en echt iets anders dan de bereidheid zelf offers te brengen, laat staan te solliciteren. ‘Van sectoren als het onderwijs of de zorg zien we allemaal het belang wel in, van defensie nog niet.’
Of dat echt kan veranderen, weet Molendijk niet. Maar wat zou kunnen helpen is vaker openheid van zaken geven, zoals de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) nu doet over bijvoorbeeld verijdelde sabotageacties. Of zoals toenmalig commandant der strijdkrachten Peter van Uhm deed door middel van een Ted-talk, waarin hij met een wapen op het podium aan een overwegend links publiek uitlegde waarom het leger nodig is voor vrede.
De internationale ontwikkelingen gaan daar volgens luitenant-generaal Boekholt-O’Sullivan aan bijdragen. ‘Het hoeft hier niet te worden zoals in sommige andere landen, waar burgers militairen bedanken als ze het koninkrijk dienen. Dat past niet bij de Nederlandse cultuur. Maar we moeten wel gaan proberen om weer iets meer in de maatschappij terecht te komen en een vorm vinden om trots te zijn op onze krijgsmacht.’ Het ouderdiner is daartoe een eerste aanzet.
De grote vraag is of de uitbreidingsplannen haalbaar zijn zonder dwang. Demissionair staatssecretaris Tuinman is daarvan overtuigd, maar experts zijn minder optimistisch. ‘Zonder dienstplicht gaat het niet lukken’, stelde René Moelker, universitair hoofddocent aan de NLDA, onomwonden tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer.
Het doel van honderdduizend militairen noemt hij al ‘behoorlijk ambitieus’. Wordt doorgroeien naar tweehonderdduizend daarna daadwerkelijk het streven, dan ontkomt de politiek er volgens Moelker niet aan om een actieve dienstplicht te overwegen. ‘Het zal dwingender moeten dan nu.’
Die dienstplicht bestaat in feite nog. Jaarlijks ontvangen jongeren van 17 een brief met daarin de uitleg dat ze dienstplichtig zijn, maar dat daar momenteel geen beroep op wordt gedaan, vanwege de in 1997 opgeschorte opkomstplicht. Na de zomer wordt een enquête aan de brief toegevoegd, om te polsen of ze geïnteresseerd zijn in een baan als beroepsmilitair of reservist, of in het zogenoemde dienjaar.
Dat dienjaar, waarin jongeren tijdens een soort tussenjaar kunnen kennismaken met defensie, is een groot succes. Het programma is twee jaar geleden van start gegaan en wordt dit jaar uitgebreid naar tweeduizend plaatsen. Volgens Defensie is er veel meer animo dan plek: er zouden zelfs nog twee keer zo veel mensen aan willen meedoen. Bijna 80 procent van de eerste lichting deelnemers, die bestond uit 136 jongeren, bleef na afloop aan als beroepsmilitair of reservist. Landen als Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk zijn zeer geïnteresseerd in het Nederlandse initiatief.
Het invullen van de enquête is nu nog vrijwillig. Maar dat kan volgens Defensie ‘indien nodig’ veranderen. Niet alleen het invullen kan een verplichting worden, ook het reageren op een eventuele uitnodiging voor een oriënterend gesprek of deelname aan een selectie en keuring kan een dwingend karakter krijgen. Het ministerie onderzoekt momenteel of dit juridisch mogelijk is, zodat het, als het nodig is, een pool geschikte kandidaten heeft om op terug te vallen.
Vooralsnog zou dit zinloos zijn, omdat er nu al niet voldoende mensen zijn om de gewenste nieuwe militairen op te leiden. Idealiter doorloopt iemand die interesse heeft in een baan bij Defensie de toelatingsprocedure in maximaal twee maanden. Nu duurt dat door tekorten vaak veel langer.
Ook de 26-jarige dochter van generaal Onno Eichelsheim, de commandant der strijdkrachten, moest geduld hebben, vertelt hij tijdens de bijeenkomst in Breda. Zij verruilde haar baan bij de Rabobank voor de KMA. Maar het duurde zeker een jaar voor ze er echt aan kon beginnen. ‘Het is niet altijd even gemakkelijk om bij onze organisatie binnen te komen’, erkent de hoogste baas van het leger. Gevreesd wordt dat nieuwkomers daardoor alsnog een ander pad kiezen. Op de krappe arbeidsmarkt zijn er immers genoeg opties.
Defensie probeert ondertussen intern mensen vrij te maken voor het opleiden. Dat zijn meestal onderofficieren, van wie er de afgelopen jaren duizenden zijn vertrokken. Hen vrijspelen gaat ten koste van de operationele gereedheid, omdat ze ook hard nodig zijn op andere plekken, en dat leidt intern tot veel weerstand.
Om de gaten dicht te lopen wordt daarom steeds vaker gebruikgemaakt van externe partijen. Bijvoorbeeld militairen die na hun diensttijd een nieuwe carrière beginnen, zoals oud-commando en tv-persoonlijkheid Ray Klaassens, bekend van Kamp Van Koningsbrugge. Onwenselijk, vinden politieke partijen als GroenLinks-PvdA en ook de VVD, die vrezen dat de krijgsmacht er te afhankelijk van wordt. Maar, zo stelt het ministerie, om te kunnen opschalen zijn ze keihard nodig.
Geen campagne kan op tegen het bericht dat binnenkomt als de meeste ouders het goed bewaakte terrein van de KMA verlaten. Kroonprinses Amalia vertelt tijdens de jaarlijkse zomerfotosessie van het Koninklijk Huis dat ze is toegelaten tot Defensity College, het werkstudentprogramma van Defensie. Tijdens haar studie rechten zal ze worden opgeleid tot militair. ‘Fantastisch nieuws’, zegt luitenant-generaal Boekholt-O’Sullivan, die al jaren hoopte dat Amalia de traditie van het Koninklijk Huis zou voortzetten. ‘Het is mooi dat zo’n intelligente, jonge vrouw voor Defensie kiest.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant