Wie denkt aan een sprookjeskasteel, ziet iets voor zich dat verbluffend veel lijkt op Slot Neuschwanstein in Beieren. Het kasteel verdient bescherming als werelderfgoed, vindt de VN.
Hanneke de Klerck is redacteur van de Volkskrant.
Het is een sprookjespaleis zoals iedereen een sprookjespaleis voor zich zal zien: slot Neuschwanstein in Beieren, dat zaterdag door de VN-cultuurorganisatie Unesco op de Werelderfgoedlijst werd geplaatst. Net het paleis van Doornroosje in Disneyland, het logo van Disney.
En dat klopt. In de jaren vijftig bezocht Walt Disney het slot, dat er met zijn torens en kantelen uitziet als het archetype van een middeleeuws sprookjeskasteel, en liet zich erdoor inspireren.
Neuschwanstein werd vanaf 1868 gebouwd voor de excentrieke Beierse koning Ludwig II (1845-1886) en na diens dood niet voltooid. Behalve Neuschwanstein maakte de Unesco zaterdag bekend ook Ludwigs Beierse kastelen Linderhof, Herrenchiemsee en zijn houten villa Könighaus am Schachen op de erfgoedlijst te zetten. Van die vier is Neuschwanstein het bekendst.
Het slot is een van die bijzondere plekken op de wereld die je nooit meer op je gemak kunt bekijken. Wie nu besluit er heen te willen, kan pas over een maand een tijdslot boeken op de minder populaire tijden.
Neuschwanstein behoort tot de drukstbezochte kastelen en burchten in Europa en ontvangt per jaar zo’n 1,4 miljoen bezoekers, in de zomer vaak meer dan zesduizend per dag. Zij worden in groepen begeleid door een gids in een half uur door een kasteel gejaagd dat werd gebouwd voor één mensenschuwe vorst die er geen bezoek wilde ontvangen.
Wat ze dan te zien krijgen, zijn een fenomenaal uitzicht, overdadig gedecoreerde ruimten, een inpandige grot en muurschilderingen waarop Germaanse en Oudnoorse legenden worden uitgebeeld. Die saga’s en legenden vormden de inspiratiebron voor de componist Richard Wagner, met wiens opera’s Ludwig dweepte.
Om zijn droomkasteel te bouwen, deed de koning geen beroep op architectuurhistorici, maar op decorontwerpers van de opera in München. Zo ontstond een slot uit een geïdealiseerd verleden, maar voorzien van de voor die tijd modernste techniek. Er was elektrisch licht en zelfs een telefoonlijn.
Unesco ziet in de kastelen prachtige voorbeelden van een typisch 19de-eeuws fenomeen: de combinatie van escapisme en romantiek met een enthousiasme voor technologie en het streven naar een betere wereld.
Plaatsing op de lijst betekent dat landen moeten zorgen dat het erfgoed in stand blijft. Over verbouwingen en ingrepen beslist het Werelderfgoedcomité. Het onderhoud van slot Neuschwanstein is geen geringe klus. Meubels en textiel lijden onder het grote aantal bezoekers, de gevels van kalksteen onder het klimaat. Ook worden de fundamenten scherp in de gaten gehouden en de rotswanden steeds opnieuw gezekerd.
De strenggelovige Ludwig meende dat God koningen hun legitimiteit gaf, maar in werkelijkheid was hij gebonden aan de grondwet. In 1866 verloor hij bovendien veel macht na een verloren oorlog tussen Beieren en Pruisen. Voor hem waren zijn kastelen een manier om een koninkrijkje te bouwen waar hij de dienst uitmaakte en zijn eigen wereld schiep. Vanaf 1875 leefde hij ’s nachts en sliep hij overdag.
Hij overleed een jaar later, op 40-jarige leeftijd, onder nooit opgehelderde omstandigheden (moord, zelfmoord of een ongeluk?), nadat hij op instigatie van zijn familie en politici krankzinnig was verklaard.
Unesco heeft dit jaar 25 nieuwe toevoegingen gedaan aan de Werelderfgoedlijst van beschermde plekken en gebieden. Behalve de kastelen van de Beierse vorst Ludwig II zijn bijvoorbeeld ook de menhirs en megalieten in Carnac en het departement Morbihan in Bretagne in Frankrijk opgenomen, net als de ‘killing fields’ in Cambodja, waar de Rode Khmer eind jaren zeventig tussen de twee en drie miljoen mensen vermoordde en de archeologische vindplaatsen Diy-Gid-Biy in Kameroen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant