is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
De verwachte wandeletappe naar Châteauroux veranderde zondag in een moedige poging te bewijzen dat de zin van de zinloze ontsnapping ligt in het streven naar een succesvolle afronding – waarmee de wielrenner Mathieu van der Poel zich voegde in het illustere rijtje Kierkegaard, Sartre en Camus, allen fan van de moedige mens die het in elk geval probeert.
Wat we kregen voorgeschoteld, zorgde voor toenemende verwarring. Vanuit het vertrek gingen Van der Poel en zijn ploeggenoot Jonas Rickaert er vandoor, in een aanval die door alle aanwezigen als mataglap werd beoordeeld – en in elk geval als een volslagen zinloze exercitie. Er was nog ergens een tussensprintje, dat was misschien de reden voor de versnelling, maar verder hoefden er niet veel woorden aan te worden vuilgemaakt.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zo’n ontsnapping had iedereen al duizend keer gezien en dit was dan de 1001ste keer: twee voortploeterende renners met het jagende peloton erachter, op 10 kilometer van de streep het rituele handje van de twee aanvallers en vervolgens de hele club die er voorbijdendert. Moedig, maar tevens een nutteloze, nodeloze en zinloze dag.
De NOS heeft met het nieuwe commentaarduo Andries Lamain en Michael Boogerd een gouden greep gedaan. Het is niet langer nodig naar de VRT te vluchten; Lamain analyseert en beschouwt op een aangename manier de koers en Boogerd danst vrolijk om hem heen, haalt toepasselijke anekdotes uit zijn eigen loopbaan naar boven (hij heeft een parate voorraad van naar schatting 22 duizend anekdotes) en zorgt voor praktijkervaring en het juiste wielerjargon.
De positie van de commentatoren was zondag niet gemakkelijk. Ze konden de ontsnapping niet afdoen als een belachelijke aanval van een paar koekenbakkers die wel moest uitlopen op een fiasco: het was wel Van der Poel die erbij was en met Van der Poel weet je nooit. Stilzwijgend waren de twee commentatoren er wel van overtuigd dat het een hopeloze onderneming was.
Langzaam maar zeker, toen de voorsprong tot ruim vijf minuten was opgelopen, werd de scepsis minder en gingen de twee in veiligheidsmodus. Het was natuurlijk onmogelijk, maar het zou toch niet zo zijn dat Van der Poel en zijn maat iets onmogelijks gingen doen? Terwijl de achtervolgers zich ‘uit elkaar trokken’ kwamen ze geen meter dichterbij, constateerde Boogerd. ‘Wát een schouwspel tot nu toe’, zei Lamain, die de mogelijkheid dat het nog exceptioneler zou worden nu nadrukkelijk openliet.
Van der Poel en Rickaert waren intussen bezig de absurditeit van de waanzinnige aanval anders te definiëren: hij kon in uitzonderlijke gevallen ook tot de overwinning leiden. ‘Het is in elk geval een onvergetelijke dag die we ons nog lang zullen herinneren’. zei Lamain. ‘Dit is wielrennen van het hoogste niveau’, zei Boogerd - veilige conclusies.
Bij Boogerd vond even later de omslag plaats van commentator naar fanatieke supporter. Van der Poel was inmiddels alleen, Rickaert was ingestort. Het was nog een paar kilometer. ‘Ik kan dit niet meer aanzien’, zei Boogerd, overmand door de spanning, ‘Kom op, jongen!’ Het peloton naderde nu onherroepelijk. ‘Aaahhh’, gooide Boogerd er met zijn laatste krachten uit.
Merlier won de sprint.
‘Adembenemend, hartverscheurend’, zei Lamain. ‘Hier moeten we wel even voor aan het infuus.’ Hij benoemde Van der Poel tot icoon.
Een paar minuten later vroeg Han Kock aan Van der Poel of hij er zelf in had geloofd dat hij zou winnen.
‘Niet echt’, zei Van der Poel, waarmee hij liet merken dat hij het geheim kent van de schoonheid van de absurde, zinloze en tot mislukken gedoemde aanval.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns