DEN HAAG - Midden in de Paleistuin, achter paleis Noordeinde, staat een klein standbeeld dat een luchtballon moet voorstellen. Het is een stenen ode aan een zomerdag in 1785, precies 340 jaar geleden, waarop vanaf deze plek de eerste bemande ballonvaart van Nederland vertrok. Een reis die in Den Haag met veel problemen begon en in Zevenhuizen eindigde met een kapot mandje en boze buren.
Op een zonnige middag rond lunchtijd komt in de Paleistuin in Den Haag een bonte stoet van mensen samen. Daklozen staren in gedachten verzonken over het water, internationale studenten spreiden kleedjes uit in de schaduw van de bomen, toeristen bewonderen de achterzijde van Paleis Noordeinde, en ambtenaren verteren hun boterhammen tijdens een ommetje.
Vooral het natuurschoon zullen ze in zich opnemen, en niet het rariteitenkabinet aan buitenkunst dat er ook te zien is. Kunststromingen uit de decennia na de Tweede Wereldoorlog, die een paar jaar 'mooi' werden gevonden, sieren delen van de openbare ruimte.
Een glanzend roestvrijstalen beeld in de vijver, gekleurde hoeden die boven de wandelaars uittornen, en een stenen geheel dat een luchtballon moet voorstellen.
‘Monument Eerste Ballonvaart’ heet het kunstwerk van Piet Donk. Al 65 jaar staat het in de tuin, vaak overwoekerd door de hortensia's die in de buurt staan. Wanneer de gemeentelijke snoeischaar de weelde temt, treedt het beeld weer naar voren.
Dat dit monument juist in de Paleistuin staat, is allesbehalve toeval. Op deze plek steeg in 1785, vanaf een open grasvlakte, de eerste bemande ballonvaart van Nederland op.
Dat ging niet zonder slag of stoot. Ballonvaart was aan het einde van de achttiende eeuw volop in ontwikkeling en in 1783 volgden de gebeurtenissen zich in een, voor die tijd, hoog tempo op.
Op 4 juni van dat jaar ging de eerste heteluchtballon de lucht in, op 19 september gingen er drie dieren het mandje in - een schaap, haan en eend. En op 21 november ging voor het eerst een mens naar boven.
De eerste ballonvaarten vonden plaats in Frankrijk, maar al snel wilden de Fransen hun nieuwe techniek ook aan de rest van Europa laten zien. De ballon werd bovendien interessant voor militaire toepassingen, zoals verkenning vanuit de lucht. Oftewel, ballonnen waren de trend van het moment.
Een van de bekendste pioniers die met zijn ballon Europa rondreisde, was Jean-Pierre Blanchard. In januari 1785 schreef hij geschiedenis door als eerste mens het Kanaal over te steken.
Hij vertrok vanuit Dover, samen met de Engelse arts John Jeffries. Op tweederde van de overtocht begon de ballon echter snel hoogte te verliezen. Om te voorkomen dat ze in zee zouden storten, moesten ze alles wat niet strikt noodzakelijk was overboord gooien, inclusief hun kleding. In de winterkou een hachelijke onderneming.
Een half jaar later vertrok de Fransman naar Den Haag, en wel naar het stadhouderlijk hof. In Nederland waren er al onbemande ballonvluchten gemaakt, maar iemand zelf de lucht in zien gaan was nog een nieuw fenomeen in het polderlandje aan de Noordzeekust.
De kranten uit die tijd volgden de ballonvaart van Blanchard op de voet en kwamen met paginagrote beschrijvingen, waardoor we drie eeuwen later een gedetailleerd beeld hebben van hoe het op 12 juli 1785 eraan toeging.
Zo ging het bijvoorbeeld in de middag al voor een groot gedeelte mis. De Franse avonturier zou met twee andere mannen de tocht maken.
Het bleek dat kwaadwillenden en nieuwsgierige dagjesmensen het luchtschip hadden beschadigd met naalden en andere scherpe voorwerpen. Het was veertien dagen lang tentoongesteld voor belangstellenden, en pas tijdens de voorbereidingen voor de opstijging ontdekte men gaten in het omhulsel.
Daardoor ging het vullen van de ballon allerminst soepel. Op een prent die in het bezit is van het Rijksmuseum is te zien hoe dat in zijn werk ging. Een krant die later die week verscheen, geeft een nadere beschrijving:
'In de namiddag begon de heer Blanchard rond drie uur met het vullen van zijn ballon. Het apparaat bestond uit twintig vaten die via ijzeren buizen verbonden waren met twee grote reservoirs of kuipen. Men had berekend dat het vullen van de ballon niet meer dan twee uur zou duren.'
Alleen duurde het vullen door de gaten in de ballon veel langer. Nadat de ballon ongeveer tweederde gevuld was, besloot Blanchard toch op te stijgen, samen met slechts één reisgenoot.
De tijd drong namelijk, want in het donker vliegen was sowieso geen optie. Stadhouder Willem V mocht samen met zijn vrouw en de Franse ambassadeur de keuze maken wie de andere luchtreiziger werd en de keuze viel op een officier met de naam Honinchtun.
Nadat het duo rond zes uur was opgestegen in een niet geheel gevulde ballon, werd er richting Rotterdam gereisd. Dat ging met horten en stoten.
Op nauwelijks honderd meter na vertrek kwamen ze al vast te zitten op het dak van een huis aan de Oude Molstraat. Na met behulp van de bewoners zich te hebben losgemaakt, werd er koers gezet richting de havenstad.
De heren zullen van boven een schitterend polderlandschap hebben gezien, met daartussen stadjes als Delft en Gouda en dorpjes zoals Rijswijk en Naaldwijk.
De tocht duurde in totaal ongeveer tweeënhalf uur, tot de ballon in een weiland bij Zevenhuizen de grond raakte.
Of zoals de kranten schreven: 'Sevenhuizen, op ongeveer een uur afstand van dat dorp, en twee uur van Rotterdam, en zes uur reizen van Den Haag'. In drie eeuwen tijd is de wereld behoorlijk wat sneller geworden.
De ontvangst van de gestrande ballonvaarders was allesbehalve vriendelijk. Een groep boze boeren, gewapend met stokken en hooivorken, richtte flinke schade aan door op de ballon en het mandje in te slaan.
Blanchard en zijn reisgenoot Honinchtun hadden grote moeite om de toegesnelde menigte tot bedaren te brengen. De eigenaar van het land waar de ballon was geland eiste zelfs tien dukaten als schadevergoeding.
Een instrumentenmaker, die de ballonvaart had gevolgd en in de buurt woonde, schoot te hulp. Omdat hij zowel Frans als Nederlands sprak, kon hij als bemiddelaar optreden en hielp hij de situatie te de-escaleren.
Blanchard liet de boer weten dat hij op dat moment geen geld op zak had, maar bereid was een schuldbekentenis te ondertekenen. Het bedrag zou hij de volgende dag in Den Haag voldoen. De boer ging hier schoorvoetend mee akkoord.
Het briefje, in het Frans opgesteld, luidde als volgt:
'Ik, ondergetekende, verklaar dat ik om negen uur 's avonds ben geland op een leeg weiland dat toebehoort aan een lompe, brutale boer, die hierdoor geen enkele schade heeft geleden, maar desalniettemin het onbeschaamde lef had om tien dukaten van mij te eisen, nadat hij geholpen had mijn mandje en de ballon te vernielen.'
De boer kon de tekst niet lezen, maar nam het briefje voor waarheid aan. Samen met enkele omstanders hielp hij vervolgens mee de overblijfselen van de ballon en het zwaar gehavende mandje op een boot te laden.
In het duister van de avond voeren de hemelavonturiers over de Hollandse waterwegen richting Rotterdam, waar ze rond middernacht aankwamen.
De volgende ochtend keerden ze terug in Den Haag, waar ze werden ontvangen door de stadhouder, die hen een maaltijd aanbood en zijn bewondering uitsprak voor de vliegkunsten. Van de boer werd niets meer vernomen.
Source: Omroep West Den Haag