Arne Slot is zondag in een uitgebreid interview ingegaan op het overlijden van Diogo Jota. De Liverpool-coach deelt zijn herinneringen over de Portugees en vertelt hoe het is om het weer over voetbal te hebben. "Als we willen huilen, huilen we."
"Het heeft veel impact op ons, maar dat valt in het niets bij het verlies dat wordt gevoeld door zijn ouders, zijn vrouw Rute, zijn kinderen en zijn andere familieleden", begint Slot zijn emotionele interview met het clubkanaal van Liverpool. "Het eerste gevoel dat we allemaal hebben is verdriet."
"Het tweede gevoel dat in me opkomt is trots. Ik denk dat zijn ouders en Rute zo trots kunnen zijn op de speler en de persoon die hij was. Voornamelijk de persoon. Ik heb met veel mensen over hem gesproken en ze vertelden allemaal hoe aardig hij was. Dat hij altijd zichzelf was."
"Ook kunnen onze fans trots zijn op de spelers die we bij deze club hebben", vervolgt Slot. "Ze hebben ze de competitie zien winnen, dat was een geweldige prestatie. Maar wat ze de afgelopen weken hebben gedaan en hoe ze samen in Portugal bij de begrafenis waren..."
"De supporters hadden niet meer van onze spelers kunnen vragen als we het hebben over een goed mens zijn", zegt Slot. "Verdriet en trots zijn dus de twee emoties die overheersen. Maar natuurlijk, het verdriet is op dit moment veel meer aanwezig dan de trots."
Slot en de spelers van Liverpool zijn de voorbereiding na het auto-ongeluk van Jota en zijn broer weer begonnen en spelen zaterdag voor het eerst een oefenwedstrijd. Maar duidelijk is dat het lastig is om het over voetbal te hebben. "Niets lijkt nu belangrijk", zegt Slot.
"Maar we zijn een voetbalclub en moeten weer trainen en spelen, of we het willen of niet. Wat ik tegen de jongens heb gezegd, kan ik ook hier zeggen. Het is namelijk erg moeilijk om te beslissen wat gepast is of niet."
"Kunnen we weer trainen? Kunnen we weer lachen? Kunnen we boos zijn als er een verkeerde beslissing wordt genomen? Ik heb tegen hen gezegd: misschien is het beste wat we kunnen doen, dat we deze situatie aanpakken zoals Jota dat deed."
"En wat ik daarmee bedoelde, is dat Jota altijd zichzelf was. Het maakte niet uit of hij met mij, of met zijn ploeggenoten of de staf sprak. Hij was altijd zichelf. Laten wij dus ook proberen onszelf te zijn. Als we willen lachen, lachen we. Als we willen huilen, huilen we."
Source: Nu.nl algemeen