Het leven: wat dachten we, wie waren we en hoe is het allemaal zo gekomen? Een gesprek aan de hand van foto’s. Deze week: Kasper van der Laan.
Naam: Kasper van der Laan
Leeftijd: 44 jaar
Is: Cabaretier
Maakte: De voorstellingen 1 Kilo, Warm (genomineerd voor een Poelifinario) en de satirische masterclass De weg naar succesgeluk. Momenteel speelt hij try-outs met zijn derde, nog naamloze voorstelling.
‘Ik ben geboren in Poortugaal, een dorp onder Rotterdam. Een paar jaar later verhuisden we naar Ommen. Mijn vader zat bij de politie en kon daar groepscommandant worden. Ik vond zijn werk vroeger wel stoer, maar het had ook nadelen. Wat van de wet niet mocht, mocht ik ook niet. Vriendjes gingen drie dagen voor oud en nieuw al vuurwerk afsteken, ik mocht dat alleen op 31 december. Maar toen ik vroeg of ik straf zou krijgen als ik het toch zou doen, was zijn antwoord nee. Ik heb dat tussen de regels door opgevat als een aanmoediging om wél vuurwerk af te steken.
‘Mijn moeder stopte met werken toen mijn oudere zus en ik werden geboren, maar toen wij in de puberteit waren, heeft ze de avondhavo gedaan en daarna is ze bij de post gaan werken. Mijn ouders zijn nu eind 70, maar nooit stil blijven zitten. Mijn moeder werkt in een wereldwinkel, mijn vader heeft na zijn pensioen nog op een touringcar gereden en daarna reed hij senioren rond, voor uitjes. Het zijn mensen die een bijdrage willen leveren aan de samenleving, ze hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Wees rechtvaardig, werk hard, zorg dat je qua huis en gezin de boel goed voor elkaar hebt, structuur, veiligheid: dat heb ik meegekregen en zit nog in mij.’
‘Bij deze trui met hond hoort een verhaal. We hadden op school een invaljuf en zoals dat op die leeftijd gaat: ik vond haar leuk. Die dag zei ze tegen me: ‘Wauw, wat heb jij een mooie trui aan!’ Ik was helemaal in mijn nopjes, want ik dacht: het is wederzijds!
‘Een paar maanden later hoorden we dat die invaljuf de volgende dag weer zou komen, dus ik trok hoopvol die trui aan. Maar ze zei er niets van, dus ik liep naar haar toe: ‘Kijk, juf, mijn trui!’ Ze antwoordde: ‘Ja, wat is daarmee?’ Dat moment is me altijd bijgebleven, dat mensen iets kunnen zeggen en dat het niets betekent.’
‘Dit was onze musical, met als decor het krijtbord. Ik speelde de presentator van een talentenjacht. Het was geen startpunt van een podiumdroom, zoals je weleens van anderen hoort, maar het was wel de eerste keer dat mensen moesten lachen om mijn performance. Zie je dat ik hier op één been leun? Zo stond ik in het begin van mijn comedytijd ook; het is een uiting van ongemak. Stevig op twee benen staan is veel krachtiger, maar dat voelt in het begin kwetsbaar.’
‘Vanaf de eerste dag in de kleuterklas had ik al een enorme hekel aan school. Dit was niks voor mij, ik schijn toen tegen mijn moeder te hebben gezegd: ‘Hier hoef ik niet meer naar terug.’ Mijn logische argument was: nu weten we allemaal hetzelfde en als we straks klaar zijn met school weten we ook allemaal hetzelfde. Dus als we allemaal niet gaan, dan zijn we ook weer gelijk.
‘Op de middelbare school was ik niet bezig met wat je met de stof kon doen en ik snapte ook niet hoe je moest leren. Definities bij aardrijkskunde leerde ik bijvoorbeeld op dezelfde manier als Franse woordjes, ik leerde de zinnen uit mijn hoofd, maar had geen idee wat ik zei. Op deze foto was ik nog een beetje alto, punk vond ik ook interessant. Ik hield niet van mensen die meegingen in het systeem.
‘Met terugwerkende kracht denk ik dat ik als puber eenzaam ben geweest. In 3 havo bleef ik zitten en in die nieuwe groep kon ik niet aarden. Ze zitten niet op mij te wachten, ze vragen me nooit mee: dat gevoel. Ik had in die tijd ook geen interesses of ambities. Ja, bandjes vond ik leuk en ik bouwde websites. Maar ik bedacht niet dat ik daar later iets mee zou kunnen.’
‘Omdat het veilig en verstandig was, ging ik bedrijfseconomie studeren. Na vijf jaar was ik klaar. Ik vond die opleiding en het werk dat ik deed niet leuk. En ik woonde nog thuis. Toen hoorde ik over de studie Media en Entertainment Management, dat leek me wel wat. Ik verhuisde naar Breda en alles werd een stuk beter. Ik ontdekte mijn creatieve kant en ontmoette nieuwe mensen. Eerst dacht ik: wat fijn dat ze mij erbij laten, ik word getolereerd. Ik weet niet waar die gedachte vandaan komt.
‘Mijn vriendin wees me er later op dat ik nooit vragen stel als ik iemand ontmoet. Dat was voor mij een eyeopener. Ik had altijd zoiets van: wat aardig dat ik naast jullie mag zitten, maar laat ik verder niemand lastigvallen met mijn aanwezigheid. Een totale denkfout: juist als je interesse toont, vinden mensen het leuker dat je erbij bent. Niet als je langs de rand gaat zitten zwijgen.’
‘Na mijn studie werd ik webredacteur bij programma’s als De rijdende rechter en Man bijt hond. Ik vond het leuk, maar pas toen ik op mijn 30ste naar Amsterdam verhuisde en het bestaan van comedyclubs en open mic-avonden ontdekte, ging er een lampje branden.
‘Toen ik de eerste keer meedeed, stierf ik op het podium. Het ging heel slecht. Maar na elke poging dacht ik: dit kan de volgende keer beter. Ik had prestatiedrang, wilde dit kunnen, want ik wist dat cabaret het voor mij was. Al snel werd ik vaak bij het clubje stand-uppers gevraagd van wie de organisator dacht: met die en die erbij wordt het een leuke avond. Zo is het, achteraf bekeken, best snel gegaan.’
‘Ik heb altijd een fascinatie gehad voor coaching en zelfhulp en besloot als zijproject een allesomvattende masterclass te maken: De weg naar succesgeluk. Ik speel daarin de ultieme zelfhulpcoach, een soort Tony Robbins met springen en pompen en PowerPoint.
‘Ik heb heel veel zelfhulpboeken gelezen, tegenwoordig is dat minder. Vroeger kende ik mezelf niet goed en kon ik slecht luisteren naar mijn gevoel. Die boeken vertellen me hoe ik mijn leven moet leiden en optimaliseren, was mijn gedachte. Tegenwoordig ben ik milder voor mezelf, al gebruik ik sommige tips uit die zelfhulpboeken nog steeds.’
‘Mijn vriendin en ik houden van hiken op vakantie, maar doen het te weinig. Het is lekker om de hele dag naar één punt toe te lopen en ondertussen je gedachten de vrije loop te laten. Tijdens het wandelen bedacht ik het thema van mijn eerste voorstelling. Ik ben nu aan het try-outen en mijn intentie is om dat lopen op te pakken deze zomer, zodat ik ondertussen de show door mijn hoofd kan laten gaan om te zien welke gedachten er in mij opkomen.’
‘Dat ik nu alweer mijn vierde voorstelling maak vind ik geweldig, maar ik kijk nu iets meer rond of er ook andere dingen zijn. En ik geef veel prioriteit aan mijn vriendin en zoontje. Ik vind het erg leuk om vader te zijn en ik wil dat mijn vriendin genoeg ruimte heeft voor haar carrière.
‘Mijn drang om steeds beter te worden als cabaretier en Nederland te veroveren blijft. Dat heeft niets te maken met ‘ik moet nóg succesvoller worden’, het is meer een soort motor om hard te blijven werken. Want voor mijn gevoel ben ik dán echt goed bezig: gestructureerd, van 9 tot 5 achter mijn bureau, risico’s vermijden: dat is toch weer wat ik van huis uit heb meegekregen. Al snap ik heus wel dat ik daar ook een beetje van los mag komen, anders ben ik natuurlijk helemaal niets opgeschoten.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant