Omdat Amsterdam te weinig handhavers en agenten heeft, surveilleren nu ook particuliere beveiligers in stadsdeel Nieuw-West. Ze hebben veel minder bevoegdheden, maar hun aanwezigheid werkt: ‘Alleen al oogcontact kan iemand weerhouden van overlast of misdaad.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
‘Zie je die man weglopen?’, wijst Ebubekir Özen. ‘Hij denkt waarschijnlijk: oh, daar komt de politie aan en hij wil niet betrapt worden op het drinken van alcohol. De man heeft alleen niet door dat wij geen handhavers zijn en dus geen bevoegdheden hebben. Maar hij schrikt er wel van.’
Het is een warme woensdagavond in Amsterdam Nieuw-West. Samen met zijn collega Harry Rustenburg fietst Özen over de gezellig drukke kade bij de Sloterplas. Alleen een oudere man met een plastic zak loopt schichtig weg zodra hij het in blauwe truien gehulde duo ziet.
Die kleur is geen toeval. Eigenlijk wil het stadsdeel ‘meer blauw op straat’: om zowel de veiligheid áls het gevoel van veiligheid te vergroten. Maar dat is vanwege capaciteitsproblemen bij de politie geen optie. Sinds mei surveilleren daarom ’s avonds en ’s nachts particuliere beveiligers in het stadsdeel, dat met 160 duizend inwoners vergelijkbaar is met een stad als Amersfoort.
‘We mogen niet te veel op de politie lijken. We hebben precies uitgezocht welke tint blauw wel en niet mag, en zelfs een stuk stof ter goedkeuring opgestuurd naar het ministerie van Justitie’, zegt Yassar El Hamdaoui. En ook al is de tint anders, de aanwezigheid van ‘blauw’ heeft effect, aldus de directeur van beveiligings- en bewakingsbedrijf Sentry For Security.
Geregeld merken zijn beveiligers dat automobilisten langzamer gaan rijden. Gisteravond stoven nog twee fietsendieven het park in. ‘En nu met het mooie weer zijn we alert op overvallers’, zegt El Hamdaoui. ‘Jonge jongens die nog even snel geld willen verdienen voordat ze op vakantie gaan. Alleen al even oogcontact kan iemand ervan weerhouden. Want dan realiseren ze zich dat ze gezien zijn.’
Het gebeurt vaker dat particuliere beveiligers worden ingezet voor de veiligheid in de publieke ruimte, bijvoorbeeld bij grote evenementen. ‘Maar in deze vorm, waarbij elke avond en nacht vier surveillancekoppels de straat op gaan, kom je het niet vaak tegen’, zegt stadsdeelvoorzitter Emre Ünver.
En daar heeft GroenLinks-bestuurder Ünver mee geworsteld. Eigenlijk vindt hij handhaving een kerntaak van de overheid, waar die eigen medewerkers voor moet inzetten. ‘Maar als de realiteit niet aansluit bij het ideaal, moet je pragmatisch zijn. Zeker in een stadsdeel waar het gevoel van onveiligheid groot is.’
Amsterdam kampt met een tekort aan politiecapaciteit. Structureel zijn er driehonderd fte te weinig, waarschuwde burgemeester Femke Halsema eerder dit jaar. Daarnaast zijn de openstaande vacatures bij de afdeling Toezicht en Handhaving, waar de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) werken, moeilijk te vervullen, aldus Ünver. ‘Als samenleving hebben we dit probleem zelf gecreëerd. Er wordt nog te vaak denigrerend over boa’s gepraat, bijvoorbeeld als er gezegd wordt: Als je echt iets had gekund, was je wel agent geworden. Het is bovendien een vak waarin je best wat rottigheid over je heen krijgt.’
Richard Gerrits, voorzitter van de boa-vakbond, heeft een andere verklaring voor het tekort aan gemeentelijk handhavers. ‘Veel boa’s stromen door naar de politie, en er zijn te weinig opleidingsplekken voor nieuwe.’ Wat het vak nu nog onaantrekkelijk maakt, vervolgt hij, ‘is dat de opleiding duur is en dat je in elke stad waar je wilt werken opnieuw moet worden beëdigd. Als je in Amsterdam werkt, ben je alleen bevoegd om in die stad te werken.’
Hij verwacht dan ook dat in de toekomst vaker particuliere beveiligers worden ingehuurd om het tekort aan boa’s te compenseren. ‘Dat is prima, maar alleen zolang ze slechts een signalerende functie hebben. En niet, zoals boa’s, handhavend kunnen optreden en bijvoorbeeld boetes kunnen opleggen.’
In praktijk betekent dit dat Özen en zijn collega Rustenburg ‘vooral de oren en ogen op straat’ zijn. Sterker nog, als er echt rottigheid is, is het niet de bedoeling dat het suveillanceteam, uitgerust met een ehbo-kit, zaklamp en portofoon met noodknop, ingrijpt. ‘Als we taxichauffeurs lachgas zien gebruiken, geven we het kenteken door aan de politie. En onlangs hoorden we ’s nachts het geluid van een slijptol. Wij erop af. We zagen twee personen wegrennen en troffen een half open slot aan bij een scooter. Dan bellen we ook de politie.’
Zo hoopt het stadsdeel dat de ‘informatiepositie’ van de politie wordt versterkt. Maar, voegt Rustenburg toe, ‘het gaat ons er ook om om de band met de burger te verbeteren.’ Net als veel van hun collega’s komen ze uit dit stadsdeel. Eerder werkten ze als portier bij uitgaansgelegenheden. En dat betekent dat ze een bekend gezicht hebben in de buurt en geregeld vriendelijk begroet worden.
Hij en zijn collega Rustenburg zijn inmiddels doorgefietst en hebben de Sloterplas verruild voor een andere hotspot, een plek waar veel hangjongeren zijn en overlast op de loer ligt. Op deze parkeerplaats van de McDonald’s in Osdorp staat een groepje jongens naast een paar auto’s. Als ze de handhavers zien, doet één snel zijn capuchon omhoog. Een gloednieuwe Mercedes – ‘van een tonnetje ofzo’ – scheurt weg, met ronkende motor.
‘Het is hier de hele avond een komen en gaan van zulke auto’s’, zegt Özen. ‘Ze komen op zo’n avond geregeld hier weer terug en soms rijden ze tot ver in de nacht rondjes.’
De jongeren bij de McDonald’s werpen onrustige blikken bij het zien van de twee beveiligers, een journalist en fotograaf. Rustenburg pakt zijn telefoon om foto’s te maken. Niet van de jongens, maar van een in de struiken gegooide mountainbike. ‘Ik ga een melding maken van deze verlaten fiets’, zegt hij onverstoorbaar terwijl hij de jongens vriendelijk toeknikt. ‘Wij zijn hier voor iedereen, ook voor hen. Als zij morgen een lekke band hebben en niet weten wat ze moeten doen, dan komt Harry ook hen helpen en fiks ik het.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant