REGIO - Dierenambulances in onze regio krijgen momenteel honderden telefoontjes per dag over vogels die ziek en gewond zouden zijn, terwijl er helemaal niks aan de hand is. Het gaat om jonge meeuwen, die nog niet kunnen vliegen. Bezorgde dierenliefhebbers bellen daarover massaal de dierenambulance, maar dat is dus niet nodig. Hoe zit dat?
'Belt u over een meeuw die niet ziek of gewond is? Kijkt u alstublieft eerst op onze website voor meer informatie.' Zo klinkt het bandje van de dierenambulance in Den Haag, als je ze belt. 'Dat hebben we sinds een week zo ingesteld, en niet voor niks', zegt woordvoerster Linette Eveleens.
'Het is één groot gekkenhuis hier. We krijgen op dit moment zo'n 300 telefoontjes per dag en een groot deel daarvan gaat over meeuwen die gewond of ziek zouden zijn.' Maar in de meeste gevallen zijn ze dat dus helemaal niet.
'Nee, het is de natuurlijke gang van zaken dat ze nog niet kunnen vliegen. Maar mensen maken zich zorgen als ze niet wegvliegen terwijl je dichtbij komt, of wanneer ze op de weg blijven zitten als je met je fiets of auto aan komt rijden.'
'Je denkt dan: die fladdert wel weg, maar dat kunnen ze dus nog niet. En dat is wel gevaarlijk.'
Toch rukt de dierenambulance dan niet uit. 'Alleen als ze uit het nest zijn, maar nog geen veren hebben maar van die pluisjes. Dan komen we ze terugzetten in het nest.'
'En als dat niet lukt brengen we ze naar de vogelopvang. Maar als ze al wel een verenpak hebben, dan komen we niet. Dan zijn ze gewoon nog te jong om te kunnen vliegen.'
Dat leren ze vanaf de grond, vertelt Eveleens. 'Hun ouders houden de jonge meeuwen dan ondertussen heel goed in gaten. Als je in de buurt komt, krijg je een snoekduik van één van de ouders. Want die proberen je zo veel mogelijk op afstand te houden.'
De meldkamer van de Haagse dierenambulance wordt dezer dagen door drie medewerkers draaiende gehouden. 'Juni tot en met augustus is hoogseizoen bij ons, en juli, deze maand dus, is de allerdrukste periode.' Hoe dat komt?
'In de zomer zijn er veel jonge dieren. Die komen eerder in de problemen dan volwassen beesten. En de mensen gaan nu veel meer naar buiten dan in de winter. Als iedereen lekker binnen bij de kachel ziet, zien ze geen dieren. Nu ze massaal naar buiten gaan, zien ze er juist heel veel en dan gaan ze bellen.'
Ook bij Dierenambulance en Vogelasiel Leiden en Omstreken herkennen ze dit beeld. 'Ja, ik herken het heel goed', zegt de vrouw die de telefoon opneemt.
'Inderdaad, we worden ontzettend veel gebeld over jonge meeuwen. Maar ook over andere jonge vogels, zoals eendjes. We hebben nu trouwens een spoedgeval, daar is mijn collega naar toe. Dus ik zit hier nu in mijn eentje.'
We besluiten de lijn dan maar gauw vrij te maken en bellen een andere dierenambulance. Die voor Delft en Westland. Ook daar is het razend druk, zegt Theo de Wijs.
'Ja, ook wij krijgen dagelijks tientallen telefoontjes hierover. Het is dan onze taak om mensen uit te leggen dat er niks aan hand is. Het hoort bij het leerproces van de meeuwen.'
Het is volgens hem heel aardig dat mensen zo bezorgd zijn om dieren, maar in dit geval moet je vooral niks doen. De Wijs: 'De natuur moet zichzelf kunnen redden. Als je alle jonge meeuwen van straat afhaalt, dan missen ze toch een stukje opvoeding, wat ze moeten meekrijgen.'
'Ze worden ook 'verkeersveilig' gemaakt. Zo moeten ze leren wat een auto en een fiets is, dus wat wel en niet kan. Als ze opgesloten zitten in een opvang, dan missen ze dat stukje.'
Kortom: bel dus vooral niet, tenzij de meeuw gewond of echt ziek is, is het credo. Blijft nog een laatste vraag staan: hoe leert een kleine meeuw nou vliegen?
Voor het antwoord op die vraag bellen we met Mardik Leopold. Hij was jarenlang als deskundige op het gebied van onder meer zeevogels en was verbonden aan de Universiteit in Wageningen.
'Een meeuw ziet de hele dag niets anders dan andere meeuwen, die andere dingen doen, waaronder vliegen. Die worden zo dus op een idee gebracht. Als die dieren groeien, beginnen ze op een gegeven moment sprongetjes te maken en hun vleugels te oefenen. Dat doen alle vogels.'
En dan gaat het snel, zegt Leopold. 'Die sprongetjes worden steeds hoger, het lijkt dan alsof ze er steeds meer lol in krijgen. Ze imiteren elkaar en ondertussen ontwikkelen hun spieren, coördinatie en evenwichtszin zich razendsnel.' Hoe snel?
'Van ei tot vliegen, dat duurt bij een meeuw tussen de vier en zes weken.' En zijn er, net als bij ons mensen bij het behalen van het rijbewijs, ook meeuwen die het nooit lukt?
'Er zijn natuurlijk wel eens exemplaren die het loodje leggen, bijvoorbeeld als ze niet genoeg te eten krijgen of als het heel hard regent. Maar ieder exemplaar kan vliegen. Anders kun je 'het vak van meeuw' niet leren', lacht hij.
Op de website van de Haagse Dierenambulance staat een aantal tips over wat je wel en niet moet doen als het gaat om jonge meeuwen.
Source: Omroep West Den Haag