Het volgende kabinet moet circa 7 miljard euro bezuinigen op de rijksbegroting om de overheidsfinanciën in het gareel te houden. Dat stelt een groep topambtenaren in een advies voor de aanstaande formatie.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De Studiegroep Begrotingsruimte brengt voor elke Tweede Kamerverkiezing een onafhankelijk begrotingsadvies uit voor het volgende kabinet. Politieke partijen kunnen er inspiratie aan ontlenen bij het schrijven van hun verkiezingsprogramma’s, en de partijen die aan de formatietafel plaatsnemen, kunnen het advies als leidraad nemen bij het opstellen van een regeerakkoord.
Onder de vijftien leden van de Studiegroep zijn onder anderen de secretarissen-generaal van zes ministeries, de president van De Nederlandsche Bank en de directeur van het Centraal Planbureau. Ondanks de ‘zware’ bezetting gebeurt er meestal weinig met de adviezen, omdat de Studiegroep kijkt naar de lange termijn en politieke partijen tijdens de formatie doorgaans een tijdshorizon hebben van maximaal vier jaar.
Alles over politiek vindt u hier.
In 2023 vond de Studiegroep bijvoorbeeld dat het volgende kabinet maar liefst 17 miljard euro moest bezuinigen. Het kabinet-Schoof kwam niet verder dan 5 miljard, waarvan een deel nog niet is gerealiseerd (maar al wel in de begroting is opgenomen). Dat het bezuinigingsadvies van de topambtenaren desondanks milder uitpakt dan twee jaar geleden, is vooral te danken aan economische meevallers. Van de bezuinigingsopgave uit 2023 is ongeveer 5 miljard euro ‘verdampt’ met dank aan een hoger dan verwachte economische groei.
Van de 17 miljard resteert dus een opgave van 7 miljard euro aan ombuigingen in de komende vier jaar. Hoewel: Studiegroep-voorzitter Bas van den Dungen zegt er meteen bij dat daar nog tal van financiële opgaven bij komen, waaronder de verhoging van de defensie-uitgaven, de kosten van de klimaattransitie en de schrikbarend stijgende kosten van de vergrijzing.
Al deze financiële lasten (een schatting kan de Studiegroep niet maken, maar het gaat waarschijnlijk om tientallen miljarden) komen bovenop de 7 miljard. De Studiegroep baseert zijn berekening namelijk op de nieuwste raming van het Centraal Planbureau, die donderdag werd gepresenteerd. De CPB-raming neemt in zijn berekeningen alleen maatregelen mee waartoe het kabinet al besloten heeft.
De ambtenaren vinden dat de volgende regering het vergrijzingsvraagstuk niet langer kan laten liggen. Dat betekent dat het kabinet moet snijden in uitgaven die samenhangen met het groeiend aantal ouderen, of de belastingen moet verhogen. Bezuinigingsmogelijkheden die de vergrijzingskosten drukken zijn onder andere het sneller verhogen van de AOW-leeftijd en beknibbelen op de geriatrische gezondheidszorg.
Als het kabinet kiest voor lastenverzwaringen om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen (of om andere kosten van te betalen, zoals de energietransitie of de defensie-inspanning), dan pleit de Studiegroep voor het zwaarder belasten van consumptie (hogere btw), bedrijfskapitaal en privévermogen. De belastingen op arbeid zijn namelijk al relatief hoog in Nederland, dus het is onverstandig werkenden nog zwaarder te belasten.
De ambtenaren wijden een zeer kritische alinea aan het Nederlandse belastingstelsel. Kabinetten beloven steeds hervormingen door te voeren, maar dat komt er steeds niet van door politieke onenigheid. Zo zijn er 53 fiscale regelingen, ter waarde van maar liefst 85 miljard euro per jaar (ter vergelijking: de rijksbegroting omvat 450 miljard euro), die ondoelmatig zijn. Ze bestaan enkel en alleen om een voordeeltje te creëren voor de achterban van een of meerdere politieke partijen.
De Studiegroep kraakt de lage inkomstenbelasting voor grootaandeelhouders van bedrijven (box 2). ‘Op dit moment wordt vooral het ‘zijn’ van een ondernemer gestimuleerd en niet de activiteiten van ondernemers.’
Een ander kritiekpunt is de nogal willekeurige toepassing van het lage btw-tarief: ‘Verlaagde btw-tarieven worden gebruikt voor herverdeling en andere doelen waar ze eigenlijk niet geschikt voor zijn. In tijden van krapte op de arbeidsmarkt subsidiëren we nodeloos bepaalde arbeidsintensieve diensten (fietsenmakers, kappers, schoenmakers, kledingreparateurs, red.).’
Verder constateert de Studiegroep dat privévermogens in Nederland relatief laag belast worden, terwijl die vermogens gestaag toenemen. De ambtenaren noemen dat een ‘onevenwichtig’ element in het belastingstelsel.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant