Voor de meeste Afghaanse vluchtelingen in Turkije is verder trekken naar Europa niet aan de orde. Intussen doen ze het werk waarvoor Turken de neus ophalen. Blijft er geld over, dan sturen ze dat naar huis.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
‘Weekend’ is voor Zerigul Jamohammed een betekenisloos begrip. De 47-jarige Afghaanse, moeder van vijf kinderen, werkt zeven dagen in de week, 52 weken per jaar. Dat doet ze op een terrein net buiten Giresun, een Turkse stad aan de Zwarte Zee met zo’n 120 duizend inwoners.
Het is een rommelig terrein, wat past bij het product dat hier wordt heengebracht, gescheiden en doorverkocht: papierafval. Kunststof balen vol papier staan schijnbaar achteloos neergekwakt bij een verroeste schutting, onder een metalen afdak is het karton opgestapeld.
Af en toe brengt een vrachtwagen een nieuwe, in de stad verzamelde lading. Dan komt Zerigul in actie samen met haar collega, de eveneens Afghaanse Zeyneb (60). Zij scheiden het papier en karton. Voor 1.000 lira (23 euro) per dag doen de vrouwen het werk dat geen Turk hier wil doen, zeker niet voor dat geld.
Er werken daarom alleen Syriërs en Afghanen op de werkplaats. De sfeer is gemoedelijk; de vrouwen maken zonder probleem tijd vrij om even te praten. De 28-jarige opzichter Ahmad, afgestudeerd in politicologie, is zelf een Syrische vluchteling. ‘De Afghanen zijn ongelooflijk goede werkers’, zegt hij. ‘Vooral de vrouwen.’
Lang niet iedereen in Turkije denkt zo positief over vluchtelingen. Aanvankelijk werden met name Syriërs hartelijk verwelkomd, maar hoe langer zij bleven, hoe killer het maatschappelijk klimaat voor hen werd. ‘Ze vallen onze vrouwen lastig’, is een veelgehoorde opmerking. En: ‘Ze pikken onze banen in.’
Inderdaad is dat een van de redenen dat bijna 200 duizend Afghanen na hun vlucht via Iran in Turkije zijn blijven hangen: ze vinden er werk. Sommigen, vooral jonge mannen, sparen hun inkomsten op voor een asielreis naar Europa, maar velen gebruiken het geld om familie in Afghanistan te onderhouden.
Als er iets overblijft tenminste. Bij mensen als Zerigul is dat niet het geval. Haar echtgenoot is ziek en op leeftijd. Van haar kinderen gaan er drie naar school, haar dochtertje van 10 zit in afwachting van een (gratis) operatie thuis met een ernstige hartkwaal. Alleen haar oudste zoon werkt, in een garage.
Op eigen houtje verder trekken naar Europa is niet aan de orde. Te duur, te moeilijk, te ongewis. ‘Alleen als we door de VN worden uitgenodigd, zouden we gaan’, zegt Zerigul. ‘We staan op de wachtlijst, maar tot nu toe heb ik geen reactie gekregen.’ Dus zit er niets anders op dan in Giresun te blijven. ‘Van de overheid mogen we de provincie niet eens zonder toestemming verlaten’, zegt ze. ‘Onze verblijfsvergunning is gebonden aan Giresun.’
Uiteraard is er nóg een reden om in Turkije te blijven: terugkeer naar Afghanistan is vooralsnog uitgesloten, hoe graag ze dat ook zou willen. ‘Er is nu vrede, anders dan toen we tien jaar geleden vertrokken. Maar zolang de Taliban aan de macht zijn, kunnen we niet terug. Vrouwen mogen niet werken of studeren. Mijn kinderen zouden hoe dan ook weigeren mee te gaan.’
Het Mixed Migration Centre kreeg in 2020 van 45 procent van de ondervraagde Afghanen in Turkije te horen dat zij dat land zagen als hun eindbestemming. Eenzelfde aantal noemde een westers land, maar dat kon ook een vage stip aan de horizon zijn. Velen probeerden vooralsnog in Turkije werk te vinden. Daarna zouden ze wel verder zien, afhankelijk van de mogelijkheden.
‘Ze zijn niet dom’, zegt migratieconsultant Grace Escamilla. ‘Ze hebben een behoorlijk goed idee van hun opties. Ze weten dat Europa zo goed als onmogelijk is. Dus als ze besluiten om naar Turkije te komen, en vooral als ze besluiten er te blijven, is dat vaak omdat ze het als de meest haalbare optie zien, niet per se omdat Turkije hun favoriete locatie is.’
Dat laatste geldt ook voor de 22-jarige Mujda Hussaini, die met haar ouders, broertje en zusje in Bulancak woont, een kustplaats in de provincie Giresun. ‘We hebben hier een huis, geen thuis. Thuis is Afghanistan’, zegt ze.
Ook Mujda probeert, net als haar vader, zoveel mogelijk werk te vinden. ‘We pakken alles aan’, zegt ze, in een theehuis met uitzicht op de Zwarte Zee. Vaak zijn het tijdelijke baantjes. Op het ogenblik werkt ze in een textielfabriek. Haar vader werkt regelmatig in de bouw en de hazelnootpluk. Kantoorbanen zijn niet weggelegd voor Afghanen, die zijn voor Turken.
De jonge vrouw ervaart de Turkse samenleving als ‘vriendelijk én vijandig’ voor migranten. ‘Veel Turken vinden dat we hun banen inpikken. En kinderen krijgen te horen: wat doe je op onze school? Ga terug naar je eigen land!’
Haar 17-jarige broer Ali werd in Kayseri, hun woonplaats na hun vlucht uit Afghanistan in 2017, op school zodanig gepest en mishandeld dat de overheid een overplaatsing naar de provincie Giresun regelde. Maar ook in Bulancak werd hij gepest. ‘Hij had pleinvrees en nachtmerries. Dankzij psychologische hulp gaat het nu iets beter.’
Net als Zerigul heeft het gezin van Mujda op de lijst gestaan voor ‘internationale bescherming’ van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, met de optie van asiel in Europa. ‘We kregen een gesprek, maar we voldeden niet aan de voorwaarden. Waarom weet ik niet. Slechts 1 procent van de vluchtelingen krijgt zo’n gesprek, dus nog minder dan 1 procent krijgt de VN-status.’
Mujda is op de hoogte van die cijfers omdat ze lokaal contactpersoon is van de Afghan Refugee Solidarity Association (Arsa). Eerder werkte ze bij de ngo op kantoor. Het is dus niet alleen uit eigen ervaring dat ze weet dat de Turkse samenleving en overheid gaandeweg minder vriendelijk zijn geworden jegens vluchtelingen.
‘Mede daarom schrikken mensen in provincies als Giresun ervoor terug naar Europa te gaan. Zo’n reis gaat via steden als Istanbul en Izmir. Als ze daar worden opgepakt, worden ze uitgezet.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant