Home

Omringd door filmliefhebbers voelt regisseur Paul Verhoeven zich in Parijs alleen maar bewonderd

Voor de presentatie van de Franse editie van ‘Paul Verhoeven – Een filmersleven’ reisden regisseur en biograaf af naar Parijs, waar de regisseur van ‘Turks fruit’, ‘Basic Instinct’ en ‘RoboCop’ zich zonder voorbehoud geëerd en bewonderd voelt.

schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

Zondag 29 juni 2025

Omdat er een Franse vertaling verschijnt van mijn biografie Paul Verhoeven – Een filmersleven (Podium, 2017) gaat de regisseur mee voor de presentatie ervan in Parijs. Dat mag je gerust genereus noemen. Deze zomer wordt hij 87 jaar, dat is al niet niks, en er is ook nog eens sprake van een hittegolf. Samen met zijn onvermoeibare persoonlijk assistent Mita de Groot stapt hij vanuit Den Haag in Rotterdam in de trein naar Parijs. Blauw shirt, spijkerbroek, sneakers, versleten schoudertas. Lekker casual op pad.

Hij: ‘Zeg... hoe groot is die Franse editie?’
Ik: ‘752 pagina’s.’
Hij: ‘Nou, dat is dan de dikste versie ooit. De Fransen hadden altijd al veel woorden nodig.’
Ik: ‘Wel deftig, toch? Een Franse editie. In het land waar de film is uitgevonden.’
Hij: ‘Ik vind het maar lastig. Door de biografie moet ik het nu over mijzelf gaan hebben bij die interviews, ik vertel liever over mijn werk.’

De Franse connectie van Verhoeven, daar komen we straks uitgebreid over te spreken. Die connectie komt niet alleen door zijn films Elle (2016) en Benedetta (2021), die op het festival van Cannes werden vertoond, de lijntjes gaan veel verder terug.

Eerst moeten we vaststellen dat hij hier, in deze trein, normaal gesproken helemaal niet zou zitten. Liever zou hij aan het werk zijn in Los Angeles, samen met scenarist Ed Neumeier sleutelend aan zijn nieuwe project Young Sinner, een politieke thriller die speelt in Washington.

Dat hij de westkust tijdelijk heeft verruild voor Den Haag heeft alles te maken met de verwoestende branden die Los Angeles begin dit jaar troffen, in het bijzonder zijn tuinwijk Pacific Palisades. Het houten huis van Martine en Paul Verhoeven staat nog nét overeind, maar de traumatische ervaring was er niet minder om.

Op rustige toon: ‘Met een geluidswagen werden we gesommeerd ons huis te verlaten. Eenmaal buiten zagen we de vuurzee op ons afkomen. Het enige wat je denkt is: nu gaat alles naar de klote. Niet alleen je huis, maar ook je archief, je interieur, je kunst aan de muur, je persoonlijke herinneringen... Uiteindelijk wist de buurman met een tuinslang de loop van het vuur om te buigen. Zo bleef ons straathoekje op het nippertje gespaard.’

Ze konden logeren bij vrienden, en dat was mooi, maar de complete infrastructuur van de wijk is vernietigd: gas, water, licht, alles. ‘Bovendien heeft het spuitschuim van de brandweer de hele boel vergiftigd, dat moet allemaal worden opgeruimd. We zitten nu in ons huis in Den Haag. Na de zomer hopen we naar Los Angeles terug te keren.’

Op een gekke manier, vervolgt hij, was door de brand de cirkel rond. Een van zijn scherpste jeugdherinneringen is het bombardement van 3 maart 1945 op het Haagse Bezuidenhout, een miscalculatie van de geallieerden: er waren coördinaten verwisseld. Ze dachten de V2 lanceerinstallaties van de Duitsers te zullen raken in het Haagse Bos, maar de 67 duizend kilo brisantgranaten werd uitgestort over de woonwijk. Zeker 550 doden en talloze gewonden. En de 6-jarige Paul was zijn ouders kwijt.

‘Ik dacht ze nooit meer terug te zien. Ze bevonden zich er middenin, omdat ze met een handkar wat spullen aan het verhuizen waren. Aan het einde van de oorlog was Den Haag gevaarlijk, we zouden onderdak zoeken bij vrienden, maar ze werden overvallen door de bommen. Ze hebben het overleefd door te schuilen onder het Schenkviaduct.’

Een déjà vu, dat was de brand in Los Angeles voor hem. Hij heeft er nog steeds angstdromen van. ‘PTSS, denk ik dan toch.’

Antwerpen en Brussel zijn we inmiddels voorbij, zodat we ons kunnen gaan richten op Frankrijk. In het Noord-Franse Saint-Quentin zal de Eurostar niet stoppen, maar daar heeft Paul Verhoeven nog menige voetstap liggen.

Omdat zijn ouders hem te jong vonden om in Leiden wis- en natuurkunde te gaan studeren, werd de 17-jarige Paul in 1955 eerst een jaartje de grens over gestuurd, bij vrienden van de familie in Saint-Quentin. Hier bezocht hij het Lycée Henri Martin om de zesde klas van het gymnasium nog eens over te doen, in het Frans, en zonder examens.

Goed voor zijn opvoeding, goed voor zijn talen, zo had zijn francofiele vader Wim Verhoeven – schoolhoofd van beroep – geoordeeld. ’s Avonds en in het weekeinde bezocht Paul voor zijn eigen plezier de kunstacademie, de École de la Tour. Achteraf het belangrijkst was de stimulans die hij ontving van monsieur Collet, zijn leraar Frans en Latijn.

‘Hij vond het wel grappig dat zo’n Nederlandse jongen naar Frankrijk was gekomen om de cultuur te leren kennen.’

Meneer Collet was de initiator van een filmclub in Saint-Quentin, met iedere week een nieuwe film. ‘Vertoond werden onder meer Le corbeau (1943) en Les diaboliques (1955). Maar de meeste indruk maakte Nuit et brouillard, de destijds gloednieuwe studie van Alain Resnais over de verschrikkingen in de concentratiekampen.’

In de club van Collet vond Paul Verhoeven een contrapunt voor zijn eerdere passie, de spektakelfilms van meest Amerikaanse makelij. ‘De Franse cinema liet zien wat er nog meer mogelijk was, en toen vatte ik het plan op om te gaan studeren aan de Franse filmacademie, maar ik was te laat met inschrijven. Bovendien wilden mijn ouders toch liever dat ik naar Nederland terugkwam.’ Wat bleef was zijn liefde voor de Franse cinema.

Op het perron van Gare du Nord worden we opgewacht door uitgever David Meulemans van Aux Forges de Vulcain. Hij kocht de rechten en zette de tweetalige Waalse vertaler Anne-Laure Vignaux op de klus. Want dat was het, met die 752 pagina’s, mede te danken aan nieuwe hoofdstukken over Elle en Benedetta. Het contact verliep per e-mail, en de duivel zat ’m natuurlijk in de details.

Rob, op pagina 54 schrijf je over ‘zwarte slippers’ die de student Verhoeven droeg, heb je daar een synoniem of een plaatje van?
Pag 56: welke betekenis heeft hier precies het woord ‘nerd’?
Pag 86: ‘Een goede rel, nooit weg’... kun je dat uitleggen?

En zo verder. Helaas is Anne-Laure Vignaux er vanmiddag niet bij.

Morgen gaan we werken, maar vanavond is er eerst een etentje. Een soort surprise party is het, in stilte geëntameerd door assistent Mita de Groot. Een deel van de crew en cast van Elle en Benedetta schuift aan, onder wie steractrice Virginie Efira. Wijn en spijs, knuffels en kusjes. ‘Toch een beetje thuiskomen zo’, mompelt Verhoeven, die zich met een glas wit in de hand plots het middelpunt van alle aandacht weet. ‘In Nederland is het doorgaans... Paul Verhoeven, leuke filmer, hoor, maar... Vul zelf maar in; er is altijd wel wat. In Frankrijk hoor ik zo’n voorbehoud nooit.’

Maandag 30 juni 2025

In het grootstedelijke inferno Parijs loopt het kwik inmiddels op tot 41 graden. Na een rondje interviews met kranten als Libération en enkele Franse cultfilmbladen, zijn we in een taxibusje op weg naar de Club de l’Etoile aan 14 Rue Troyon. Dat blijkt een fraaie buurtbioscoop in art-nouveaustijl.

Vanaf 10 uur ’s ochtends is hier een marathon aan de gang met Verhoevens sciencefictionfilms. Op het programma staan Hollow Man, Starship Troopers, Total Recall en als uitsmijter RoboCop, die om 9 uur ’s avonds begint.

Voorafgaand is er een interview met de regisseur, daarna geef ik een korte inleiding over wat RoboCop (1987) zo’n tijdloze cultfilm maakt, een klassieke satire op corporate Amerika, een film uit het tijdvak dat satire nog geen verloren kunstvorm was. Kom daar nog maar eens om.

Eerst moeten we ons door een haag handtekeningenjagers vechten die allerlei Verhoeven-parafernalia hebben meegenomen. Dat lijkt leuker dan het is, want dit zijn toch voornamelijk handelaren die de gesigneerde spulletjes op eBay zullen zetten. Niettemin is het met engelengeduld dat Verhoeven met zijn viltstift de hoesjes en posters signeert, totdat de beveiliging het welletjes vindt en een einde maakt aan de belegering.

Wat volgt is een geanimeerd gesprek met het publiek. Ze willen van alles weten. Over werken met Sharon Stone, Arnold Schwarzenegger, scenarist Ed Neumeier – die behalve RoboCop en Starship Troopers nu ook Young Sinner schrijft – en uiteraard gaat het ook over Isabelle Huppert, de diva van de Franse film. ‘Isabelle?’, veert Verhoeven op. ‘Ik durf wel te zeggen dat zij de beste actrice is die ik ooit heb ontmoet. Ze legde achteloos een extra laag over Elle, een laag die ik als regisseur niet eens had voorzien. Voor een filmmaker is dat echt een cadeautje. Ik zou graag nog eens met haar willen werken.’

Open doekjes, nog meer vragen, en tijdens het intermezzo voor de hoofdfilm maakt een lange rij zich op om hun zojuist aangeschafte biografie door de regisseur en auteur te laten signeren – zo’n pandemonium hebben we nog niet eerder meegemaakt. Zie ik Verhoeven daar nu toch een beetje glunderen?

Dinsdag 1 juli 2025

Vandaag is Parijs andermaal een snelkookpan. Verhoeven: ‘Ik doe het voor je boek, maar als ik dit geweten had... het mat je af.’ Toch zal hij wel enig plezier halen uit het feit dat hij door cinefiele Fransen overal wordt bejegend als een heuse filmauteur. Daar zijn ze dol op, die Fransen, filmauteurs – een uitvinding van het gezaghebbende filmperiodiek Cahiers du Cinéma.

Ook nu weer is het een en al egards bij het goed beluisterde radioprogramma La matinale met presentatrice Léa Salamé, een radiogrootheid in Frankrijk.

Zij: ‘U was in uw jeugd nogal ambitieus.’
Hij: ‘Wie zegt dat?’
Zij: ‘Uw biograaf.’
Hij: ‘O... nou dan moeten we dat maar eens aan hem vragen. Hij zit daar.’

Die kan dat wel beamen, en lachend vervolgt Verhoeven: ‘Nou ja, het is waar. Ik wilde altijd de beste zijn, las de langste gedichten voor, omdat ik dacht dat dat de meeste indruk zou maken. Maar de meiden in mijn gymnasiumklas waren een stuk volwassener, en haalden ook veel hogere cijfers. Precies de reden dat ik in mijn films zoveel sterke vrouwen laat optreden.’

Met de snelheid van mitrailleurvuur worden de vragen op hem afgevuurd.

‘Ingmar Bergman of Federico Fellini?’

‘Ben ik allebei fan van, maar ik reken Fellini’s mozaïek La dolce vita uit 1960 met Marcello Mastroianni als getourmenteerde romancier tot een van de beste films ooit gemaakt. Een wonder van elegantie.’

‘François Truffaut of Jean-Luc Godard?’

‘De Franse nouvelle vague was een revolutie, zo met die jump cuts in Godards misdaaddrama À bout de souffle uit 1960 met die springerige montage, zo van: hup, boem, saai stukje, kan er wel uit! Maar ik kies dan toch voor Jules et Jim uit 1962 van François Truffaut, een prachtige vertelling over een gedoemde driehoeksverhouding, gesitueerd rond de Eerste Wereldoorlog. Ook na ruim zestig jaar staat die film fier overeind.’

Tijdens de nazit komt hij met een aanvullende anekdote over Truffaut. Ook typisch Verhoeven, dit. ‘Ik heb Truffaut één keer gesproken. Hij verscheen in 1965 in de Amsterdamse studentenbioscoop Kriterion om zijn nieuwe melodrama La peau douce toe te lichten, en ik zat bij de marine. Ik kwam daar op in mijn uniform van luitenant-ter-zee. Ik had geen tijd om me te verkleden, maar de waarheid is natuurlijk ook dat ik dat deed om de verzamelde kunstgemeente een beetje te sarren. Omdat ik een jaar in Frankrijk had gestudeerd, sprak ik – anders dan de overige aanwezigen – de taal goed. En in mijn grenzeloze ambitie van aspirant-filmmaker zou ik wel eens even de grote regisseur te lijf gaan met uiterst kritische vragen.’

Daarvan kan hij er zich nog wel een paar herinneren. ‘Zo van: zeg, waar dienen die extreme close-ups eigenlijk voor in La Peau douce? Geërgerd antwoordde hij dan: nou, dat doe ik gewoon. Achteraf nogal een potsierlijek vertoning van mijn kant, en ook in de pauze was ik niet weg te slaan bij Truffaut. Hij moet hebben gedacht: wat moet die opdringerige nerd toch van me? Volkomen terecht. Pas veel later hoorde ik dat Truffaut zelf geprobeerd had om uit het Franse leger te deserteren, en daarvoor in de militaire gevangenis was gekomen. Dat maakte het allemaal alleen nog maar gênanter.’

Door een speling van het lot werden ze in 1974 allebei genomineerd voor een Oscar in de categorie ‘beste buitenlandse film’. Truffaut met La nuit américaine, Verhoeven voor Turks Fruit. Truffaut won. ‘Hij was de arrivé, ik maar een extreme ‘Nordic director’, zoals dat in Hollywood heet.’

Ups en downs, het hoort allemaal bij een filmersleven. ‘Daar wisten ook de grootste Franse regisseurs alles van.’

Het is inmiddels een uur of vijf, de trein terug op Gare du Nord lonkt, een reis terug naar het heden, zogezegd. In de coupé komen we te spreken over de eindigheid van het bestaan, gevoed door een treurige lijst van recent overleden vrienden. Laatst nog scenarist Gerard Soeteman, eerder al Rutger Hauer, casting director en regie-assistent Hans Kemna, actrice Kitty Courbois, producer Gijs Versluys, acteur en boezemvriend Dolf de Vries. Het houdt maar niet op. Tijdens het schrijven van dit stuk werd ook nog eens bekend dat producent Rob Houwer is overleden.

‘Tja’, klinkt het berustend. ‘Allemaal zijn ze op hun eigen manier heel belangrijk geweest in mijn loopbaan. Ik mis ze enorm, maar ik wil er niet te veel over nadenken, ik vlucht liever in mijn werk.’

En als bewijs trekt hij pardoes de nieuwste versie van het scenario van Young Sinner uit zijn tas die hij tijdens zijn vrije uurtjes heeft bestudeerd. ‘Ed Neumeier moet alleen nog akte 3 afronden. Dan zou het klaar moeten zijn voor verfilming. Ik verwacht er wel wat van.’

Rob van Scheers: Paul Verhoeven – Biographie. Uitgeverij Aux Forges de Vulcain. 752 pagina’s. €29.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next