Home

De mythe van het perfecte koningshuis ligt aan diggelen

is socioloog en columnist van de Volkskrant.

Tegenspel – een eeuw van vrouwelijk koningschap heet de prachtig vormgegeven expositie over onze vorstinnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix, die tot eind augustus te zien is op Paleis Het Loo. Dat tegenspel leverde hun mannelijke omgeving – lange tijd een omgeving zonder, bijvoorbeeld, vrouwelijke ministers. Een aardig verhaal over de reacties op de tentoonstelling is dat sommige oma’s hun kleindochters bij de fraaie historische foto’s vertellen dat gehuwde vrouwen ten tijde van de oudste twee vorstinnen niet eens mochten werken.

Minder aardig is dat de jongemannen die een podcast kwamen maken dergelijke feiten over de discriminatie van vrouwen pas door deze expositie ontdekten. Zelfs keiharde gegevens, zoals dat Beatrix geen koningin was geworden als er na haar een broertje was geboren, kregen zij in hun studie niet mee. Na een halve eeuw vrouwengeschiedenis, die een bibliotheek vol degelijk onderzoek heeft opgeleverd, is dat om uit je vel te springen.

Het is dan ook een verademing dat de samenstellers van de Het Loo-tentoonstelling zich er wél rekenschap van gaven dat de drie koninginnen een land regeerden dat in wetgeving, mentaliteit en dagelijks leven ten diepste seksistisch was. Daardoor krijgt een groot publiek nu een minder vals beeld van het koningshuis voorgeschoteld dan in programma’s als lakei-tv Blauw Bloed.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Over Juliana heb ik in 2016 een biografie gepubliceerd; daarom mocht ik de makers van de expositie adviseren. Hoewel ik toen al decennialang onderzoek deed naar vrouwen, schokte het mij bij de research voor dit boek toch hoezeer mannelijke vooringenomenheid zowel de wetenschappelijke als de populaire geschiedschrijving van haar koningschap had gekleurd. Door en door onbetrouwbaar was de meeste literatuur.

Zo stonden monarchistische en republikeinse auteurs vanouds bij haast elk onderwerp tegenover elkaar. Met één uitzondering: over de zeven jaar die het kostte om Juliana een echtgenoot te bezorgen vond men elkaar in gegniffel. In plaats van te constateren dat de heersende sekse de kroonprinses omwille van de voortzetting van de dynastie onderwierp aan mensonterende praktijken, zetten ze haar weg als klunzig en onaantrekkelijk. De ministers, staatsraden en diplomaten die over haar partnerkeuze gingen dwongen de 20-jarige prinses haar studie te staken (want geleerdheid maakt vrouwen lelijk, vonden zij), en zich op te dringen aan mannen die zij niet wilde en die haar niet wilden.

Dat dit laatste ook gold voor Bernhard wist de verliefde Juliana niet. Op de expositie is via een ingesproken tekst de minachting te horen waarmee de heren in hun correspondentie over haar roddelden. ‘Ze zag er weer niet uit’, schreef een diplomaat.

Dan was er het beeld, decennialang het volk voorgespiegeld, dat Juliana tijdens de oorlog in het veilige Canada weinig meer deed dan breien, stofzuigen en schommels duwen. Een misvatting met bijvoorbeeld nadelige gevolgen voor de relatie van premier Piet de Jong – onderzeebootkapitein – tot zijn koningin. In werkelijkheid hield de kroonprinses in Canada en de VS een reeks anti-nazilezingen, kwam ze regelmatig naar de Nederlandse vliegschool bij Québec en onderhield ze een nuttige vriendschap met het echtpaar Roosevelt.

Bernhard had een actief aandeel in het uit zicht houden van Juliana’s werk. Dat begon met zijn door Polygoon verspreide familiefilmpjes en werd gecontinueerd in de biografie door Alden Hatch (1962), waarin de prins het voorstelde alsof de Amerikaanse president hém had uitgenodigd voor overleg; in werkelijkheid mocht hij mee als aanhangsel van zijn vrouw. Professionele geschiedschrijvers, inclusief de gerespecteerde Loe de Jong, stelden de latere koningin eveneens voor als een apolitiek huismoedertje.

Rond de ‘affaire-Hofmans’, 1956, heerste in en buiten Den Haag onder machtige mannen de mening dat die rare Juliana toch maar had geboft met haar vlotte, intelligente, wereldwijze man. Het tegendeel was het geval. In mijn boek concludeer ik dat de koningin door haar verbintenis met gebedsgenezeres Greet Hofmans constitutioneel uit de bocht vloog. Omdat ze ervan overtuigd was dat God haar via Hofmans’ ‘doorgevingen’ rechtstreeks leidde, meende de hyperreligieuze Juliana dat haar oordeel boven dat van haar ministers stond.

Maar ik zeg daar wel duidelijk bij dat de echte oorzaak van deze crisis in de monarchie Bernhards jarenlange ondermijning en vernedering van zijn vrouw was. ‘Hij maakte mijn leven tot een hel’, verklaarde de ongelukkige koningin.

Zelfs in Wilhelmina’s geliefde woonpaleis ligt het propagandistische fabeltje van het blije modelgezin op Soestdijk nu aan diggelen. En in Bernhard-de-onschuldige-schavuit gelooft gelukkig niemand meer.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next