Home

Winnaar belangrijkste muziekconcours ter wereld: ‘Ik heb lang getwijfeld of ik wel mee moest doen’

Niet eerder werd de Koningin Elisabethwedstrijd, het beroemdste muziekconcours ter wereld, door een Nederlander gewonnen. Maar de 23-jarige pianist Nikola Meeuwsen flikte het. Wat ging daar allemaal aan vooraf?

is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.

Nikola Meeuwsen (23) is nog steeds niet klaar met het beantwoorden van alle felicitaties. Elke dag werkt hij er een paar weg. Zijn telefoon ontplofte, op 1 juni. De pianist won die nacht in Brussel de Koningin Elisabethwedstrijd, misschien wel de beroemdste muziekwedstrijd ter wereld. Niet eerder werd de Elisabethwedstrijd door een Nederlander gewonnen.

Zo was je nog een jong talent, zo word je in één zin genoemd met grootheden als Emil Gilels, Leon Fleisher en Vladimir Asjkenazi, eerdere winnaars van de piano-editie (er zijn ook edities voor cello, zang en viool – gewonnen door legendarische figuren zoals David Oistrach en Leonid Kogan).

‘Mijn goede vriend Arthur (Hinnewinkel, Belgische finalist dit jaar, red.) liet meteen na de uitreiking op zijn telefoon de Wikipedia-pagina zien van het concours’, zegt Meeuwsen. ‘Mijn naam was er al bij geschreven. Niet normaal, gewoon. Dat ik door de videoronde was gekomen, voelde al als een overwinning. Maar dat je dan de eerste prijs krijgt, dat kán eigenlijk niet.’

Hoe heeft hij het klaargespeeld?

Het begon in november vorig jaar, ‘of eigenlijk al vier jaar geleden’, vertelt Meeuwsen – ontwapenend enthousiast, weelderige bruine krullen; je zou hem jonger kunnen schatten dan 23. Hij zit in de tuin van zijn ouderlijk huis in Scheveningen, in een buurt waar de straatnamen naar Belgische plaatsen zijn vernoemd.

Afgezonderd van de buitenwereld

‘De piano-editie is eens in de vier jaar, dus dan weet je: je hebt iets om naartoe te werken’, zegt Meeuwsen. ‘Maar ik twijfelde nog lang of ik mee moest doen, omdat er zo veel pianisten zijn tegen wie ik opkijk die eerder niet door de videoronde zijn gekomen.’

En dan vereist de auditie ook nogal wat toewijding. ‘Je moest een lastige fuga van Bach opnemen (uit Die Kunst der Fuge, red.), een Chopin-etude, een volledige pianosonate van Beethoven en nog een stuk naar keuze. Elk stuk moest je in één take opnemen.’

Fijn voor Meeuwsen was dat hij die video kon maken in het Belgische Waterloo, waar hij studeert aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth (bij Frank Braley en Avedis Kouyoumdjian). Dat is ook de plaats waar de finalisten zich afgezonderd van de buitenwereld, zoals de kardinalen tijdens een conclaaf, voorbereiden op hun finaleconcert met orkest. Hoewel de ‘kapel’ losstaat van de muziekwedstrijd, worden studenten er wel voor de wedstrijd klaargestoomd. Dit jaar viel het op dat vier van de twaalf finalisten in Waterloo studeren.

In februari hoorde Meeuwsen dat hij de videoronde had doorstaan, als een van de zeventig geselecteerden uit 289 inzendingen.

‘Wat me erg heeft geholpen, was dat ik een paar maanden van tevoren een cd-opname had, waardoor het met dat repertoire echt goed zat en ik goed in vorm was’, zegt Meeuwsen. ‘Het stuk dat ik in de finale zou spelen (het Tweede pianoconcert van Sergej Prokofjev, red.), had ik kort daarvoor nog met orkest gespeeld. Aan het repertoire voor de eerste ronde had ik aanvankelijk minder tijd besteed, dat kwam pas op het laatst goed. Dus hoe verder ik kwam in het concours, hoe beter ik de stukken kende.’

Je mag niet eens je moeder bellen

De eerste ronde en halve finale vonden plaats in cultuurhuis Flagey in Brussel. De bookmakers dichtten Meeuwsen prima kansen toe. En inderdaad: hij kwam in de finale. De finale was verdeeld over zes avonden, waarop iedere pianist in kunstencentrum Bozar in Brussel een soloconcert ten gehore bracht, naast nog een modern opdrachtwerk van componist Kris Defoort.

Geen contact met de buitenwereld dus – hoe strikt werd dat nageleefd? ‘Ik kon echt mijn moeder niet bellen, je moest je telefoon en iPad inleveren. Ik had wel behoefte aan een krant, soms, die was er ook niet. Als er iets belangrijks zou zijn gebeurd, zouden ze je het denk ik wel hebben verteld. Soms zie je op het terrein van de Muziekkapel nog iemand lopen die niet van het concours is, dus daar had ik nog contact mee kunnen zoeken.’

Het is een mooie plek, de Kapel, zegt Meeuwsen: tussen de bomen, met studio’s waar sommige studenten permanent wonen. Als je geluk hebt, kun je er ’s nachts in de concertzaal studeren.

‘Het was heel fijn, het voelde niet alsof ik in een isoleercel zat. Het is leuk dat je iedereen zo goed leert kennen; je hebt altijd lunch en diner met de andere finalisten. Sommigen zag je alleen op die momenten, die hebben écht alleen maar zitten spelen, met de anderen heb ik veel gepraat. Ik zat daar zeven dagen, tot mijn optreden op 28 mei.’

Finalisten die eerder moesten opdraven, gingen dus ook eerder weg. ‘Het was wel heel anders dan ik me had voorgesteld. Ik dacht: dit wordt de week waarin je het hardst studeert van je leven. Maar je bent dan al drie weken onderweg, iedereen was moe.’

Hoeveel uur studeerde hij dan per dag?

‘Het verschilde, maar zes uur ofzo.’

En dat is weinig?

‘Nee, maar het vóélt als weinig omdat je niets anders te doen hebt. De ene dag ging het studeren supergoed, de andere had het gewoon niet zoveel zin.’

Verstoorde nachtrust

De nacht voor de finale dreigde een beestje zijn zegetocht te saboteren. In de studio waar Meeuwsen logeerde, vloog een mug rond. Een mug doodslaan is geen optie voor een pianist die zijn handen nog nodig heeft. ‘Ik dacht: waarom uitgerekend nu? Ik heb die nacht heel slecht geslapen.’

In de taxi naar zijn optreden was hij nog niet zenuwachtig. ‘Maar als je dan backstage staat en je wordt aangekondigd, dat is intens. Zo raar: het voelt niet alsof je daar echt staat. Maar je weet dat elke toets die je straks indrukt, wordt bekeken.’

Na afloop ging hij met zijn ouders mee terug naar huis. ‘Ik heb in die dagen tot de prijsuitreiking geen piano meer aangeraakt. Op die laatste finaleavond was het heel leuk om iedereen weer te zien en hebben we wat gegeten met elkaar. Maar toen kwamen wel de zenuwen. Ook al rekende ik nergens op, het is toch spannend.

‘Dat ik als eerste Nederlander heb gewonnen, is echt een grote eer, best wel heftig ook. Na de uitreiking had ik geen tijd om bij te komen, we hadden meteen een dag met interviews met allemaal internationale kranten, van 10 uur ’s ochtends tot 5 uur ’s middags. En ik moest meteen beslissen welk repertoire ik zou gaan spelen bij de laureatenconcerten.’

Herkend op straat

Want door de winst wordt Meeuwsen nu niet alleen herkend op straat en door internationale managements benaderd, zijn agenda ligt helemaal overhoop. Een aantal van de concerten die hij had gepland, moet worden verzet of geannuleerd in verband met de verplichtingen die hij heeft door de Elisabethwedstrijd. Hij kan nu volop soleren bij orkesten.

‘In september gaan we op tournee naar Azië, later gaan we nog naar Brazilië. Ik heb opeens vijftig concerten in één seizoen waarvan ik niet wist dat ze zouden komen. Dat ik concerten moet afzeggen, vind ik heel moeilijk. Iedereen zegt tegen me: je moet nu keuzes leren maken, bepalen welk repertoire je doet op welk moment. Maar nu heb ik dus een concert afgezegd in Duitsland met een heel goede violiste en ik heb meteen spijt – had ik dat wel moeten doen? Daarvan word ik helemaal gek.’

Soleren bij orkesten was zijn droom, en gezien de status van de Elisabethwedstrijd kan hij van het ene op het andere moment bij vrijwel elk orkest terecht.

‘Maar kamermuziek wil ik ook niet opgeven. Je hebt in Nederland al die mooie concertseries in kerkjes, waar dan een heel mooie vleugel staat en leuk, betrokken publiek is. Ik geniet heel erg van concerten met orkest, maar ik wil ook gewoon in zo’n mooi kerkje als in Jisp blijven spelen.’

Een week vakantie

Eerst even vakantie houden, dat is nodig. Het wordt ofwel wandelen in de bergen, ofwel uitrusten aan een Spaans strand. Een weekje, want er moet wél een hoop nieuw repertoire worden ingestampt. Dat doet hij niet alleen in Waterloo, maar ook bij meesterpianist Enrico Pace in het Italiaanse Imola en bij Marlies van Gent in Den Haag, bij wie hij nog op incidentele basis lessen volgt.

Welk repertoire ligt hem eigenlijk het best? ‘Dat ik Prokofjev heb gespeeld in de finale, betekent niet dat ik me daarin specialiseer. Ik voelde me in de halve finale misschien nog meer op mijn gemak met Mozart. Ik wil voorlopig niet in een hokje gestopt worden. Ik wil alleen maar meer doen en kijk uit naar alles, van Bach tot moderne muziek.’

Op zijn album, dat in de herfst verschijnt bij Channel Classics, komt in ieder geval romantisch repertoire, met onder meer de Dante-sonate van Franz Liszt. Maar het volgende mag er wel een worden met orkest, vindt Meeuwsen.

Wat is zijn doel? ‘Als ik kijk naar iemand als Grigori Sokolov, die altijd op zo’n hoog niveau speelt en zichzelf blijft overtreffen, dat vind ik heel inspirerend. Ik hoop dat ik over twintig jaar nog steeds kan doen wat ik nu doe, maar met een nog groter repertoire, en een mooie balans tussen orkest, solorecitals en kamermuziek.’

En wat hij over heeft gehouden aan de Elisabethwedstrijd, behalve de erkenning, concerten en het prijzengeld à 25 duizend euro? ‘Dat ik me toch iets minder afvraag of ik het allemaal wel zal kunnen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next