Litouwen en Finland trekken zich niet enkel terug uit het verdrag tegen antipersoneelsmijnen: ze gaan de controversiële wapens nu ook zelf produceren. De twee landen willen zo snel mogelijk beginnen om zich te beschermen tegen de militaire dreiging uit Rusland.
is buitenlandredacteur en voormalig correspondent in Moskou van de Volkskrant. Hij doet verslag van de Russische oorlog tegen Oekraïne.
Antipersoneelsmijnen blijken in Oekraïne onmisbaar in de verdediging tegen het Russische leger, concluderen steeds meer landen. Oekraïne en vijf Navo-lidstaten maakten onlangs bekend zich terug te trekken uit het verdrag dat een verbod instelt op het gebruik van de mijnen, die omstreden zijn wegens het gevaar dat ze vormen voor burgers.
Litouwse en Finse functionarissen zeggen tegen persbureau Reuters dat hun landen de mijnen gaan produceren zodra de uittreding uit het verdrag, die zes maanden duurt, is voltooid. ‘We gaan honderden miljoenen euro’s uitgeven aan antitankmijnen, maar ook aan antipersoneelsmijnen’, zegt Karolis Aleksa, de Litouwse plaatsvervangend minister van Defensie, tegen Reuters. Heikki Autto, voorzitter van de defensiecommissie in het Finse parlement, noemt de mijnen ‘een uiterst effectief en kostenefficiënt wapensysteem’.
Litouwen, dat landsgrenzen heeft met Rusland en Ruslands bondgenoot Belarus, zegt ‘tienduizenden’ antipersoneelsmijnen te gaan bestellen. In Finland, tevens grenzend aan Rusland, hebben wapenproducenten zich al gemeld om de productie van de explosieven op zich te nemen.
De heropleving van antipersoneelsmijnen – explosieven die ontploffen door trillingen of contact en jarenlang actief kunnen blijven – gaat snel in Oost-Europa. Ook Polen, Letland en Estland trekken zich terug uit de Ottawa-conventie, een verdrag uit 1997 dat is ondertekend door 164 landen. Van alle Europese landen die aan Rusland grenzen, houdt alleen Noorwegen nog vast aan zijn lidmaatschap.
Rusland, dat het verdrag net als de VS en China nooit ondertekende, zet antipersoneelsmijnen massaal in bij zijn oorlog tegen Oekraïne. Kilometerslangs Russische mijnenvelden richtten in de zomer van 2023 grote verliezen aan onder Oekraïense militairen, toen die gebied probeerden te bevrijden. Het grootscheepse Oekraïense tegenoffensief mislukte deels door de mijnen.
Oekraïne zegt te worden gedwongen om zelf ook antipersoneelsmijnen in te zetten. Het Russische gebruik van de wapens heeft Moskou ‘een asymmetrisch voordeel’ gegeven, stelde het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken vorige week in een verklaring, waarin het aankondigde uit de conventie van Ottawa te stappen. De mijnen zijn volgens Oekraïne nodig voor ‘een effectieve verdediging van het eigen land tegen een meedogenloze agressor die alle normen van het internationale recht negeert’.
Militaire analisten stellen dat in Oekraïne de landmijnen een effectief middel zijn tegen de voortdurende Russische aanvallen langs het front. Rusland voert die aanvallen steeds vaker uit met kleine groepen voetsoldaten in plaats van met zware pantservoertuigen. De antipersoneelsmijnen kunnen zulke aanvallen vertragen, stellen de analisten.
Oekraïne ontvangt sinds eind vorig jaar al landmijnen uit de Verenigde Staten. Die mijnen schakelen zichzelf na enige tijd uit, waardoor ze niet jarenlang een gevaar vormen voor burgers. Oekraïne beschikt tevens over een aanzienlijke voorraad oude landmijnen: in 2023 bestond die voorraad uit ruim 3 miljoen landmijnen.
Actiegroepen proberen de Oost-Europese landen tegen te houden. De Internationale campagne voor het verbannen van landmijnen, een organisatie die in 1997 de Nobelprijs voor de Vrede won, waarschuwde vorige week dat de opzeggingen van het verdrag ‘decennia van vooruitgang ongedaan dreigen te maken’. ‘De veiligheid van een land mag niet afhankelijk zijn van een wapen dat voornamelijk burgers doodt en verminkt’, zei Tamar Gabelnick, de oprichter van de organisatie.
Het Rode Kruis stelt het verdrag ervoor heeft gezorgd dat het aantal burgerslachtoffers van landmijnen in drastisch is gedaald. Nu worden er volgens de hulporganisatie wereldwijd 3,5 duizend burgers per jaar verminkt of gedood door landmijnen. Dat aantal lag twee decennia geleden vijf keer hoger.
De Russische inzet van landmijnen heeft niet alleen militairen, maar tal van burgers getroffen in Oekraïne. Oekraïense gebieden die in 2022 zijn bevrijd, zijn nog altijd bezaaid met mijnen. Voor teruggekeerde bewoners vormen de explosieven, die door een groene kleur vaak nauwelijks zichtbaar zijn in het gras, een voortdurend gevaar.
‘Ik had hem niet gezien, hij lag onder het zand’, zei Serhi, een 57-jarige inwoner van het bevrijde dorp Kamjanka, onlangs tegen de Volkskrant over een Russische vlindermijn in zijn voortuin. De mijn ontplofte en schoot een stukje metaal in Serhi’s rechteroog, waarmee hij nauwelijks meer zicht heeft. Hij was de twaalfde van de zestig inwoners in het dorp die op een mijn stapte. Kort na hem verloor een 14-jarige jongen een been door een mijn.
De Verenigde Naties stelden eind vorig jaar dat er sinds de Russische invasie zeker 1.379 Oekraïense burgers slachtoffer zijn geworden van achtergebleven landmijnen. Van hen kwamen 413 mensen om. Het werkelijke aantal doden en gewonden ligt waarschijnlijk veel hoger, omdat lang niet alle slachtoffers worden geregistreerd.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant