Opeenvolgende regeringen wilden er niet aan, maar nu krijgt minister Judith Uitermark een werkend lobbyregister aangeboden. Er is genoeg aanleiding en druk om dat in te voeren: volgens een Europese corruptiewaakhond moet Nederland meer doen om integer bestuur te bevorderen.
schrijft voor de Volkskrant over politiek Den Haag, waar hij tot 2022 verslaggever was.
Het lobbyregister is gemaakt door Open State Foundation (OSF), een organisatie die transparantie van de overheid wil bevorderen. Minister Uitermark (Binnenlandse Zaken) had OSF gevraagd mee te denken over hoe lobbyen beter te controleren zou zijn. In drie weken was het register gebouwd, de minister kan het woensdag in ontvangst nemen.
Het lobbyregister maakt het mogelijk alle afspraken te vinden die lobbyisten hebben met bewindspersonen en topambtenaren. Er kan worden gezocht per onderwerp, per lobbyorganisatie, per contactpersoon aan de kant van de overheid en zelfs per soort contact (zoals telefoongesprek, werkbezoek of fysiek gesprek).
Om dat register te laten werken, moeten lobbyorganisaties hun gegevens invoeren, inclusief de namen van lobbyisten. Dat geldt voor lobbykantoren, maar ook voor brancheorganisaties, koepels, vakbonden en ngo’s. Ook burgerorganisaties, zoals buurtcomités die direct contact onderhouden met de Rijksoverheid, moeten zich inschrijven. De overheid zorgt voor de registratie van alle afspraken. Met de invoering van een lobbyregister zouden de publieke agenda’s van bewindspersonen overbodig worden. Die vertonen jaren na invoering nog steeds grote hiaten.
De Tweede Kamer probeert al tien jaar meer inzicht in lobby-activiteiten af te dwingen. Drie jaar geleden lanceerden Kamerleden Laurens Dassen (Volt) en Pieter Omtzigt (toen nog Lijst Omtzigt) een initiatiefnota die om een wettelijk verplicht lobbyregister vroeg. Onlangs stemde de Tweede Kamer voor een motie waarin opnieuw op zo’n register werd aangedrongen. Die motie werd overigens mede ingediend door Sander van Waveren, net als Uitermark lid van NSC.
Het register van OSF wijkt in een aantal opzichten af van die voorstellen. OSF wil registratie niet meteen wettelijk verplichten. ‘Hier is al zo lang debat over’, zegt Serv Wiemers, directeur van OSF. ‘We pleiten er nu voor dit werkende weg in te voeren. Zo kan het draagvlak worden vergroot.’
Opmerkelijk is dat volgens het voorstel ook afspraken moeten worden vastgelegd met topambtenaren – de secretaris-generaal en directeuren-generaal van ministeries en politiek assistenten. Uitermark zei eerder in de Tweede Kamer daar niet voor te voelen, omdat ambtenaren een eigen reglement hebben met afspraken over hun gedrag.
Een aanzienlijk deel van de lobby-activiteiten gebeurt niet via afspraken of bezoeken, maar langs informele weg; op recepties, openingen, congressen en dergelijke. Daarvoor is in het register niets geregeld. ‘De informele lobby pak je hiermee niet’, beaamt Wiemers. ‘Je moet niet hopen op 100 procent transparantie. Ik besef dat we niet alles ondervangen. Wel dat het beter wordt dan het nu is.’
Dergelijk informeel lobbywerk wordt vaak gedaan door oud-politici of -ambtenaren, die doorgaans niet als lobbyist te boek staan.
Een recent nalevingsverslag van Greco, waakhond tegen corruptie van de Raad van Europa, geeft aan dat de Nederlandse overheid nog heel wat werk te verzetten heeft bij het bevorderen van integer bestuur. Van de zestien aanbevelingen uit een rapportage van oktober 2023 zijn er volgens Greco slechts zeven volledig opgevolgd.
De kritiek richt zich ook op het toezicht op topambtenaren. Zo zouden er maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat topambtenaren direct overstappen naar het bedrijfsleven. Voor hun omgang met lobbyisten moeten meer regels komen. Met de aanbeveling om bewindspersonen hun zakelijke en financiële belangen openbaar te laten maken, is volgens Greco niets gedaan.
De conclusie is dat Nederland de eerdere aanbevelingen ‘niet in voldoende mate naleeft’. Daarom moet de regering uiterlijk 31 maart 2026 uitleggen hoe ze daarin verbetering gaat brengen. In het regeerprogramma hebben de coalitiepartijen afgesproken de adviezen van Greco te zullen opvolgen.
Het rapport van Greco werd op 19 maart aangenomen, maar pas op 4 juli door het ministerie van Binnenlandse Zaken naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat was de dag waarop de Kamer met reces ging, zodat van Kamerleden voorlopig geen reactie kan worden verwacht. In de begeleidende brief gaat minister Uitermark niet in op de aanbevelingen van Greco die ook topambtenaren betreffen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant