Home

Alles begint (en eindigt) met de melodie, is de overtuiging van saxofonist Branford Marsalis, en iedereen moet dat horen

Saxofonist en componist Branford Marsalis is een vaste gast van North Sea Jazz, dat vrijdag begint. Hij komt er al 45 jaar, telkens met wat nieuws. Dit jaar met zijn interpretatie van Belonging, het klassieke album van pianist Keith Jarrett: ‘Precies het soort jazz staat dat ik mooi vind.’

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

‘Het festival loopt als een rode draad door mijn leven. Elke fase in mijn carrière is daar vastgelegd.’ Saxofonist en componist Branford Marsalis (64) heeft mooie herinneringen aan het North Sea Jazz festival. In 1980 kwam hij er voor het eerst. ‘Ik was een broekie hoor, maar mocht mee in de bigband van Art Blakey.’ Daarna leek het wel alsof hij geen jaar oversloeg, vertelt hij via Zoom vanuit New Orleans. ‘Eerst in het kwintet van mijn broer Wynton in 1982, toen met mijn eigen kwartet en in de jaren negentig met mijn popgroep Buckshot LeFonque; telkens als ik iets nieuws ondernam was ik welkom.’

Dit jaar komt Marsalis met een nieuw album op zak, Belonging. Een herinterpretatie van de klassiek geworden plaat die pianist Keith Jarrett in 1974 uitbracht. ‘Zie het als mijn liefdesverklaring aan een album waarop precies het soort jazz staat dat ik mooi vind en zelf met mijn kwartet wil spelen.’

Jazz zonder al te veel solo’s, waarin de melodie centraal staat, dat is voor Marsalis de essentie. ‘Op Belonging wordt nauwelijks gesoleerd en is elk nummer een melodisch wonder.’ Hij zal er komende vrijdag op North Sea Jazz graag iets van spelen met zijn kwartet, dat al sinds 2009 in dezelfde bezetting speelt en inmiddels ook een vaste waarde is voor het festival.

Late bekeerling

Al veertig jaar grijpt Marsalis terug op het album als hij het even niet meer weet, of hij genoeg krijgt van al het ‘oeverloze gesoleer’ dat volgens hem de hedendaagse jazz verpest. Marsalis was overigens een late bekeerling tot het werk van Jarrett, want juist diens beroemdste album The Köln Concert (1975) weerhield hem jarenlang van nader onderzoek. ‘Mensen die geen flauw idee hadden wie Keith Jarrett was en met wie hij als pianist allemaal gespeeld had, vonden dit solo-album opeens heel bijzonder. Het is nog altijd een van de meest verkochte jazzalbums aller tijden, maar ik heb er nooit wat aan gevonden. Saai, langdradig; ik kwam er niet in. Ik vond het een soort modieuze meditatie muziek. Gewoon not for me.’

De bekering tot Jarretts muziek kwam midden jaren tachtig toen Marsalis diens platen met zijn Europese kwartet hoorde. ‘Ik was meteen verkocht, en nog altijd behoren My Song en Belonging tot mijn favoriete jazz albums.’

Vijf broers

Branford Marsalis geldt al jaren als een van de belangrijkste tenorsaxofonisten in de hedendaagse jazz. Hij groeide op in New Orleans als oudste van vijf broers in een muzikaal gezin. ‘Ik kan me niet herinneren dat we thuis over andere dingen praatten dan over muziek. Vandaar dat mijn broer Wynton en ik van die eigenwijze muzikale betweters zijn denk ik.’

Maar anders dan Wynton, die een jaar jonger is, duurde het even voordat Brandon zijn draai in de jazz had gevonden. ‘Ik was aanvankelijk ook niet van plan me in de jazz of andere muziek te storten’, zegt hij. Maar hij had er het talent voor en kreeg kansen op vermaarde instituten als het Berklee College of Music in Boston, die hij toch niet wilde laten lopen.

‘Voor ik het wist was ik professioneel muzikant.’ Marsalis stond in 1980 met Art Blakey op North Sea Jazz, en een paar jaar later opnieuw in het kwintet van zijn broer Wynton ‘waar ik grappig genoeg auditie voor moest doen. Hij wist al veel eerder precies wat hij wilde in de jazz en keek nauwelijks naar buiten. Ik wel.’

De saxofonist kreeg anders dan zijn broer in de late jaren tachtig bijvoorbeeld interesse in hiphop. Hij begon in de jaren negentig een band, Buckshot LeFonque, die zich meer richtte op funk en soul, waarin ook hiphop-invloeden waren te vinden. ‘Dat leek echt de muziek voor de toekomst, maar het verveelde me uiteindelijk toch weer. Ik vind weinig leuker dan spelen met mijn eigen kwartet, daar ben ik nu zeker van.’

Tonight Show

Maar Marsalis is er altijd dingen naast blijven doen. Hij heeft filmsoundtracks gecomponeerd en was een paar jaar muzikaal leider in de talkshow-band van de Tonight Show. Op dit moment is hij bezig met het instuderen van een klassiek stuk waarvoor hij weer altsax moet leren spelen. ‘Ik doe graag veel dingen tegelijk, maar als ik dan met mijn kwartet ben dan voelt dat als thuiskomen.’

Het Branford Marsalis Quartet bestaat in de huidige bezetting al sinds 2009. Met Joey Calderazzo (piano), Eric Revis (bas) en drummer Justin Faulkner. Het is een vriendenclubje dat alles van elkaar weet. ‘Ik kan me geen leven meer zonder hen voorstellen. Wat best uniek is, want zie in de huidige tijd maar eens een jazzband lang bij elkaar te houden. De meeste van mijn collega’s zijn al blij als ze een enkele tour kunnen doen met de muzikanten waarmee ze een album mochten opnemen.’

Marsalis houdt zijn band bij elkaar door zoveel mogelijk te spelen en niet aan het maken van albums te denken. ‘Jazzmuzikanten verdienen hun geld met optredens. We verkopen nu eenmaal te weinig albums om van te kunnen leven, dus we moeten wel op tournee. Dat is iets waarmee ik eigenlijk pas een jaar of tien echt vrede heb. Ik heb altijd een beetje tegen beter weten in gedroomd van het maken van platen die net zoveel verkochten als die van Sting, zodat ik riant kon leven. Maar dat zit er voor ons niet in. Wat prima is hoor, want de ware jazzmuzikant doet niets liever dan optreden.’

Dacht Marsalis toen hij in de jaren tachtig zelf in de band van Sting speelde niet even dat in popmuziek zijn toekomst lag?

‘Nee, ik vond het toch een beetje saai, iedere keer hetzelfde spelen en je bent toch altijd, hoe zal ik het zeggen, tweede man. Als ik het in de popmuziek echt wilde gaan maken had ik moeten gaan zingen, en dat kan ik niet.’

Maar het was wel een ervaring die hij niet had willen missen. ‘Sting en ik zijn vrienden voor het leven geworden.’ Wat achteraf best gek is, want als zijn toenmalige vriendin hem in 1983 niet naar een concert van The Police had meegenomen had hij zijn muziek nooit leren kennen.

‘Ik heb tussen 1979 en 1983 nauwelijks naar popmuziek geluisterd, maar dit moest ik van haar horen. Ik vond het geweldig.’

Englishman in New York

Het aardige was dat de bewondering wederzijds bleek want twee jaar later kreeg Marsalis een telefoontje. ‘Sting wilde een nieuwe band beginnen en vroeg mij als saxofonist. Ik dacht dat het een grap was. Maar hij was serieus. Dat de meeste mensen me nu vooral als die tenorsaxofonist in Englishman in New York kennen irriteert me al lang niet meer. Ik weet dat popmuziek veel beroemder is dan jazz en dat is prima.’

Maar Marsalis mag dan wel vrede hebben met deze rangorde in populariteit, het ergert hem wel dat zo weinig jazzmuzikanten nog proberen een groter publiek te trekken. ‘Ik vrees dat jazz zeker bij ons in de States steeds meer in isolement raakt. En dan kunnen we wel gaan mopperen dat het zo moeilijk is om optredens te krijgen omdat steeds meer jazzpodia en -clubs sluiten. Maar het ligt toch ook een beetje aan onszelf. Ik zie te veel jazzmuzikanten die vooral voor elkaar spelen. Ze willen indruk maken op elkaar met ingewikkelde maatsoorten, moeilijke akkoordenschema’s en eindeloze solo’s. Daar zit het publiek niet op te wachten. Jazz was ooit muziek voor het volk dat wil dansen of meegevoerd wil worden op de golven van een mooie melodie.’

En juist melodie is voor Marsalis het belangrijkste element in een compositie: ‘Daar begint het allemaal mee, ritme, techniek en solo’s zijn daaraan ondergeschikt.’

Dat dit onder jazzmuzikanten geen gangbare gedachte is, besefte Marsalis al toen hij het in 1980 als jazzmuzikant wilde gaan maken in New York. Van huis uit was hij gewend even een melodie te fluiten of voor te zingen als hij met een groepje muzikanten ging optreden. ‘In New York had niemand het over de melodie, daar vroegen ze alleen: wat zijn de akkoordprogressies? Gekmakend, toen al.’

Marsalis komt op stoom en fulmineert nog even door. Zijn studenten aan de North Carolina Central-universiteitkrijgen het tot vervelens toe te horen, zegt hij. ‘De beste liedjes zijn in de jaren twintig en dertig geschreven. De California Ramblers, bands van Duke Ellington en Paul Whiteman en het Casa Loma Orchestra: ze klinken allemaal blij en optimistisch. Luister daar eens naar, roep ik tegen dovemansoren.’

Oeverloos soleren

Want tot zijn grote ergernis zijn de jazztalenten van nu vooral geïnteresseerd in het componeren van ingewikkelde stukken en het verbeteren van hun techniek waarmee ze oeverloos mogen soleren. ‘Het is mijn roeping daar iets aan te doen. Ze leren dat al die zaken ook belangrijk zijn maar dat alles begint met een melodie.’

Zelf herinnert hij zich nog goed hoe ook zijn perceptie van jazz veranderde. ‘Ik zat midden jaren tachtig op het vliegveld met pianist Kenny Kirkland. Hij zette me een koptelefoon op en zei: luister hier eens naar. Het was het album My Song van Keith Jarrett uit 1978., en ik wist niet wat ik hoorde. Zo moest jazz klinken, daar wilde ik ook naar toe. Melodisch ongenaakbaar en gespeeld door een band die hun kunde vooral vertaalde in samenspel.’

Vanaf dat moment is hij de platen van Keith Jarrett gaan uitpluizen en nam hij diens beste werk op in zijn muzikale bagage, naast klassiek geworden werken van saxofonisten als Sonny Rollins, Stan Getz en John Coltrane. In 2019 kwam het daaruit voort toen hij zin kreeg met zijn kwartet Jarretts The Windup op te nemen. ‘Dit is zo goed, waarom doen we het hele album Belonging niet, stelde bassist Eric Revis toen al voor.

‘Dus toen we in 2022 na de coronaperiode eindelijk weer samenspeelden was dat album ons lesmateriaal dat we uiteindelijk tot een eigen album hebben verwerkt.’

Heiligschennis

Het vertolken van complete albums is geen noviteit voor Marsalis. Tot zijn meest geprezen werken hoort zijn uitvoering van Coltrane’s A Love Supreme (1965). Marsalis speelde de hele suite in 2003 in het Amsterdamse Bimhuis, waarvan de registratie later op dvd en cd verscheen. ‘Je had de jazzgoeroe’s toen moeten horen. Het was heiligschennis. Ik moest daar van afblijven. Toen het een succes bleek, wilde iedereen dat ik alleen nog maar dat ging spelen. Zo voorspelbaar is de jazzgemeenschap.’

Marsalis speelde het in 2006 nog met succes op North Sea Jazz. ‘Toen was het festival net verplaatst van Den Haag naar Rotterdam, herinner ik me. Een logische ontwikkeling want het festival was uit zijn voegen gegroeid.’

Maar als je hem naar herinneringen aan North Sea Jazz vraagt, komen die vooral uit Den Haag. ‘Tuurlijk, ik was jong dus het is ook nostalgie.’ Maar als hij denkt aan die eerste jaren wordt Marsalis toch een beetje weemoedig. ‘Zeg nou zelf: aan tafel zitten met Art Blakey, Dizzy Gillespie, Max Roach en Stan Getz, dat blijft de twintiger van toen toch altijd bij?’

Branford Marsalis Quartet. Vrijdag, Hudson, 22.45 uur.

Vijf tips voor North Sea Jazz 2025

Naast de grote namen bovenaan het North Sea Jazz-affiche (van 11 t/m 13/7 in Rotterdam Ahoy) zoals Herbie Hancock, Mary J. Blige, Kamasi Washington en Diana Ross staat er ook dit jaar weer een keur aan artiesten geprogrammeerd die vooral de kleine podia vullen.

Vaak nog onbekend bij het grote publiek maken ze veelal unieke, soms experimentele muziek die het verdient gehoord te worden. Hieronder vijf tips voor de avontuurlijk ingestelde jazzliefhebber.

Peter Somuah Group

De uit Ghana afkomstige trompettist Peter Somuah woont en speelt al jaren in Rotterdam, waar hij een bepalende rol speelt in de jazzscene. Zijn muziek is een mengeling van swingende West-Afrikaanse highlife en jazz, zoals te horen op het genredoorkruisende album Highlife (2024) waarop dansbare Farfisa-orgels om aandacht vechten met zijn heldere trompetgeluid dat doet denken aan Miles Davis in de jaren tachtig.

Mississippi, vrijdag 19.00-20.00 uur.

Terri Lyne Carrington

De Amerikaanse drummer Terri Lyne Carrington komt op North Sea Jazz steeds weer met een ander interessant project. Dit jaar komt ze haar album We Insist 2025! presenteren. Een hedendaagse interpretatie van het legendarische protest-album We Insist! dat drummer Max Roach in 1960 maakte met onder anderen zangeres Abbey Lincoln. Hun Freedom Now Suite heeft als strijdkreet tegen racisme niks aan urgentie ingeboet. Knap hoe Carrington het met zangeres Christie Dashiell in nieuwe arrangementen zo actueel maakt.

Madeira, zaterdag 18.15-19.30 uur.

Song Yi Jeon Nonet

De Zuid Koreaanse zangeres Song Yi Jeon debuteert dit jaar op North Sea Jazz, nadat ze met haar elastische stem internationaal al veel indruk heeft gemaakt. Behalve haar improvisatietalent maakt ook haar presentatie nieuwsgierig. Ze komt behalve met een nonet ook met een vierkoppige percussiegroep, Samulnori Newdot. Als dat allemaal maar past op dat piepkleine podium in de met vierhonderd stoelen kleinste zaal.

Missouri, zaterdag 15.30-16.45 uur.

Linda Sikhakhane Quartet

Deze grote belofte van de Zuid-Afrikaanse jazz debuteerde vorig jaar op de onlangs in dat land opgerichte dependance van het label Blue Note. De 32-jarige tenorsaxofonist speelt op dat album, Iladi, samen met pianist Ndudu Makhathini die het ook produceerde. Makhatini speelt een dag eerder op North Sea Jazz, en wij zijn vooral benieuwd of zijn pupil en geestverwant met zijn eigen kwartet net zo expressief en spiritueel speelt als op plaat.

Missouri, zondag 21.45-23.00 uur.

Aki Rissanen & Steven Kamperman

Behalve een van de leukste optredens op het afgelopen jazzfestival Transition heeft de samenwerking tussen de Fin Rissanen (piano) en de Nederlander Kamperman (klarinet) ook een erg goed album opgeleverd. Thou Shalt Worship The Rich and Famous! kent achttien miniatuurtjes waarin het duo de tien geboden vooral cynisch definieert. Muzikaal schiet het duo alle kanten uit, en live kun je je bijna niet voorstellen dat er maar twee muzikanten aan het werk zijn, zo rijk aan kleur klinkt alles.

Yenisei, zondag 15.15-16.00 uur.

Keith Jarrett

De Amerikaanse pianist Keith Jarrett (80) is vooral bekend van zijn solo-albums. Lange live-improvisaties waarvan The Köln Concert (1975) de beroemdste is. Jarrett speelde begin jaren zeventig elektrische piano in de band van Miles Davis maar daarna altijd akoestisch.

Het was Manfred Eicher van het Duitse ECM-label die hem koppelde aan drie Scandinavische muzikanten met wie hij in 1974 samen zijn ‘Europese kwartet’ zou vormen. De studioalbums Belonging en My Song die Jarrett maakte met saxofonist Jan Garbarek, bassist Palle Danielsson en drummer Jon Christensen waren van grote invloed op Branford Marsalis. De melodieën en het samenspel in de band op die albums beschouwt hij als ‘ongeëvenaard’. In 2003 werd aan Jarrett de Polar Music Prize toegekend, ook wel de Nobelprijs voor de muziek genoemd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next