Omdat veel in Engeland gevestigde Formule 1-teams voorafgaand aan hun thuisrace in Silverstone vaak wel wat voor de media en fans organiseren, vlieg ik op dinsdagavond al met EasyJet van Schiphol naar Luton Airport. Op woensdag neem ik de trein naar Londen om een kijkje te nemen bij de Atlassian Williams Racing Fan Zone presented by Kraken. Collega's van me bezoeken op dat moment evenementen van McLaren en van Mercedes-sponsor Adidas, waar George Russell aanwezig is. Een van onze Britse verslaggevers is zelfs uitgenodigd voor het bezoek dat de F1-gemeenschap, waaronder coureurs en teambazen, die dag brengt aan 10 Downing Street.
Om 12.00 uur staat er een Q&A met teambaas James Vowles gepland in de Williams Fan Zone, ondergebracht in een winkelpand aan Piccadilly Circus. Tien minuten voor aanvang ben ik aanwezig en voel me enigszins schuldig als ik hoor dat sommige fans al sinds 5.00 uur 's ochtends buiten op de stoep stonden om een plek te bemachtigen. Het gesprek met Vowles is onderhoudend. Hij vertelt onder andere over zijn drukke gezinsleven, met een dochter van achttien maanden, een tweede kind op komst en een twaalf jaar oude Maltipoo. “Ik denk dat het de komende tien jaar een complete chaos wordt”, grapt hij.
Toch levert de sessie ook nuttige informatie op. Zo geeft Vowles meer details over wat er in Oostenrijk misging bij Carlos Sainz – die zijn auto niet in beweging kreeg voor de formatieronde – en Alexander Albon, die zijn wagen tijdens de race in de pits moest parkeren.
Ook de 'vragen' uit het publiek zijn vermakelijk, of beter gezegd: verzoeken. Een student vraagt of Vowles volgende week komt kijken bij de Formula Student-wedstrijd waar zijn team aan meedoet (“Nee, mijn vrouw kan elk moment bevallen”), een dame wil weten of ze bij Williams als engineer aan het werk mag (“Het publiek is wel recht voor z’n raap vandaag”), en een man die F1-blousjes verzamelt, wil het exemplaar hebben dat Vowles op dat moment draagt (“Ik heb deze vandaag helaas nog nodig – ik heb geen andere bij me”).
Anderhalf uur later komt Alexander Albon aan. Hij vertelt dat hij net achterin nog wat T-shirts heeft uitgezocht, omdat hij geen tijd had gehad om na Oostenrijk de was te doen. Of hij zijn was dan zelf doet? “Ik zou het zelf kunnen”, geeft hij voorzichtig antwoord. Daarna geeft hij toe dat hij het liever aan zijn schoonmaakster overlaat. “Zij werkt ook voor andere coureurs die in Monaco wonen. Op zondagavond na een race hebben we allemaal een berg was. Die komt ze dan ophalen en later in de week krijgen we het weer schoon terug.”
Daarna gaat het gesprek over serieuzere zaken zoals zijn seizoen tot dusver en zijn thuisrace die voor de deur staat. Tot slot komen de fans weer aan bod. Als hem gevraagd wordt een miniatuurhelm te signeren, komt de vraag wat het gekste is dat hij ooit heeft gesigneerd. “Iemand vroeg me om op haar onderarm te tekenen. Maar ze had een heel knokige onderarm en daardoor schoot ik uit. Ik ging snel verder met het signeren van andere spullen, maar dacht ondertussen: ‘Oh god, ik hoop dat ze daar geen tattoo van laat zetten.’”
Later die avond ben ik terug in de Williams Fan Zone, die inmiddels gesloten is voor publiek vanwege een evenement van teamsponsor Gulf Oil. De oliemaatschappij maakt bekend dat fans opnieuw een eenmalige livery mogen ontwerpen voor de Williams Formule 1-auto. Na de presentatie heb ik een gesprek met Mike Jones, de CEO van Gulf Oil, en interview ik Albon en Vowles kort voor de camera. Aan het einde vraag ik Vowles naar zijn favoriete raceauto in Gulf-kleuren. Hij noemt de Ford GT40. Wanneer ik toevoeg: “uit 1966,” corrigeert hij me: “1969.” Vowles pakt zijn telefoon erbij, maar een snelle Google-actie leert dat ik – natuurlijk – gelijk heb.
Op donderdagochtend word ik opgehaald in Milton Keynes door een collega van Autosport en vertrekken we naar het circuit voor de mediadag. Mijn eerste afspraak is met Sauber-coureur Gabriel Bortoleto, die ik interview voor een artikel in Autosport Magazine én een stuk op Motorsport.com. Voor het blad praten we over tien dingen waar hij buiten het racen van houdt. Dat blijkt nog niet zo makkelijk, want net als Max Verstappen is hij in zijn vrije tijd vooral bezig met simracen. Vervolgens gaan we nog wat dieper in op zijn simrace-activiteiten en zijn betrokkenheid bij Team Redline, Verstappens simraceteam.
Daarna volgen de gebruikelijke mediasessies. Die van Verstappen trekt zoveel journalisten dat de persdame besluit de sessie te verplaatsen naar de eerste verdieping van de Red Bull Energy Station, waar iets meer ruimte is om te staan. Net als een week eerder in Oostenrijk gaan de meeste vragen over zijn toekomst. “Er is niets veranderd, dus ik heb niets toe te voegen aan wat ik vorige week heb gezegd”, zegt Verstappen. Later dat weekend vertelt hij aan de Nederlandse pers hoe hij die sessie beleefde: “Zonder veel emotie. Ik had sowieso niet veel te melden en uiteindelijk zeg ik alleen wat ik wil zeggen. Weet je, heel veel mensen schrijven erover of zeggen van alles, en ze denken het allemaal te weten. Maar de enige die het echt weet, ben ik. En een paar mensen om mij heen. Maar het maakt me niet uit hoor – ik doe gewoon lekker mijn ding.”
Aan het einde van de mediadag neem ik een Uber naar Stowe House, waar een bedrijf een demonstratie geeft van nieuwe technologie. Sommige aspecten klinken futuristisch, maar men verzekert me dat ze op korte termijn realiseerbaar zijn. Het is te complex om hier kort uit te leggen, maar binnenkort lees je er meer over op deze site.
Na afloop moet ik een manier zien te vinden om bij de Aston Martin-fabriek te komen, waar op dat moment een open huis voor de media wordt gehouden. Ik besluit dat mijn kansen op een Uber groter zijn bij de openbare weg en begin aan mijn wandeling over een bijzonder lange oprijlaan. Tot er een auto naast me stopt. David Tremayne, een van de meest ervaren journalisten in het F1-mediacentrum, biedt me een lift aan en vindt het geen probleem om me bij Aston Martin af te zetten.
De fabriek ligt tegenover het circuit. Ze bestaat uit drie grote gebouwen die met elkaar zijn verbonden via wandelgangen. In het eerste gebouw bevinden zich de ontwerpafdeling, de productieafdeling, de race bays en mission control. In het tweede gebouw zijn de kantine en de gym ondergebracht. Het derde gebouw herbergt de windtunnel. Op het terras voor gebouw twee is het al gezellig druk als ik aankom, met muziek, drankjes, hapjes en een F1-auto op display.
Maar ik ben vooral gekomen voor de rondleiding, die in de uitnodiging vermeld stond. Na overleg met de woordvoerder sluiten nog een paar andere geïnteresseerden aan en kunnen we op pad – maar niet voordat de cameralenzen op onze telefoons zijn afgeplakt. In het eerste gebouw loopt een lange ‘straat’ van voor naar achteren, waar alle afdelingen die zich bezighouden met de productie en assemblage van de F1-auto's aan grenzen. We zien hoe onderdelen van koolstofvezel worden vervaardigd en mogen zelf ervaren hoe licht een F1-stoeltje en hoe zwaar juist de neus is – als onderdeel van de crashstructuur.
Boven bij mission control kijken we uit over de immense ontwerpafdeling waar overdag tweehonderd mensen werken. Op deze donderdagavond brandt er nog licht in slechts één ruimte: die van Adrian Newey. Van een afstandje zien we hem peinzend aan zijn tekentafel zitten, af en toe opstaand om iets te wijzigen. Wat hij daar precies bedenkt, zien we volgend jaar op de baan.
Op vrijdagochtend spreek ik nog eens met Vowles, maar dan voor een achtergrondartikel over zijn werk als teambaas, waarna het weekend zijn vertrouwde verloop krijgt. Vlak voor de kwalificatie op zaterdag zeg ik nuchter tegen collega’s: “Max pakt pole.” En inderdaad: met een auto die is afgesteld op weinig downforce gaat Verstappen een tiende van een seconde sneller dan Oscar Piastri en Lando Norris.
Met die set-up moet het zondag echter wel droog blijven. Maar al vroeg in de ochtend trekken er buien over Silverstone en kort nadat ik de grid oploop, begint het opnieuw te regenen. Het maakt het verdedigen van de leiding extra moeilijk – zo niet onmogelijk – voor Verstappen. Al snel na de start gaat Piastri hem voorbij, en een halve spin voor een herstart maakt het er niet beter voor hem op. “Gegokt en verloren”, constateert teambaas Christian Horner later. “In droge omstandigheden had Max zeker op het podium gestaan.”
In plaats van Verstappen stond er een andere Nederlands sprekende coureur op het podium: Nico Hülkenberg. In de anders zo keurige Sauber-hospitality breekt na afloop een groot feest los. Na 239 F1-races is het hem eindelijk gelukt.
Feest bij Sauber na de derde plaats van Nico Hülkenberg.
Foto door: Andy Hone/ LAT Images via Getty Images
Source: Motorsport