Home

UvA-rector Peter-Paul Verbeek: ‘De universiteit is geen safespace voor gelijkgestemden, maar een vrijplaats waar het mag schuren’

De Universiteit van Amsterdam heeft een roerig jaar achter de rug, waarin pro-Palestijnse protesten en polarisatie de instelling op scherp zetten. Tussen politieke druk, activisme en interne verdeeldheid probeert rector magnificus Peter-­Paul Verbeek de academische vrijheid te bewaken.

Zijn verslaggevers van de Volkskrant, die voornamelijk schrijven over Amsterdam en onderwijs

Halverwege het interview zegt Peter-Paul Verbeek (54): ‘Het gaat mij erom de universiteit te redden.’

Dat zijn grote woorden. Waarvan moet de Universiteit van Amsterdam (UvA) gered worden?

‘Ik wil mezelf geen messiascomplex aanmeten, maar ik heb wel het gevoel dat ik, samen met mijn collega-rectoren, moet helpen om de universiteit overeind te houden. Om te voorkomen dat die wordt verzwolgen door polarisatie.’

De rector magnificus van de grootste universiteit van Nederland kijkt terug op een bewogen periode. Ruim een jaar geleden liepen pro-Palestijnse protesten uit op grootscheepse rellen en geweld. Ook daarna laaiden protesten geregeld op: in februari werd een interview met defensieminister Ruben Brekelmans op de UvA-campus ruw verstoord, in april werd het Maagdenhuis bezet en vernield.

‘Het was heel heftig’, zegt Verbeek. ‘Activisten stormden gemaskerd binnen, barricadeerden nooddeuren, joegen medewerkers weg en richtten voor 1,5 ton schade aan. Sommige collega’s hebben behoorlijk traumatische ervaringen opgedaan. Het had niks meer met demonstreren te maken.’

Afgelopen jaar kreeg Verbeek bovendien het advies om alleen met UvA-beveiligers naar bijeenkomsten te gaan. ‘Dan denk je: ik wist niet dat dit ook bij deze baan hoort.’ Over straat ging hij nog wel, al zette hij een tijdje een pet op om ongewenste opmerkingen te vermijden. ‘De één riep dat ik een slapjanus ben, de ander dat ik genocide steunde. Die pet stond mij overigens best goed, hoor.’

Die luchtige toon kenmerkt Verbeek, die ondanks de uitdagingen van zijn functie opvallend ontspannen blijft. ‘Het is niet altijd leuk’, geeft hij toe. Hij zou liever meer tijd besteden aan het vormgeven van onderwijs en onderzoek. Toch heeft de chaos ook verhelderende inzichten opgeleverd – over de rol van de universiteit, de grenzen van protest en het waarborgen van academische vrijheid. ‘Wat er nu gebeurt, is ook betekenisvol. Er staat iets op het spel.’

Verbeek is ethicus van huis uit. Hij studeerde technische natuurkunde en wijsbegeerte aan de Universiteit Twente en is internationaal bekend vanwege zijn theorie van technologische bemiddeling, over de wisselwerking tussen techniek, mens en samenleving. Die achtergrond komt hem goed van pas.

Toch verloopt zijn optreden niet altijd vlekkeloos: begin dit jaar concludeerde onderzoeksbureau Berenschot dat hij en zijn medebestuurders voorafgaand aan de rellen pijnlijke fouten hadden gemaakt. Zo had het UvA-bestuur te weinig empathie getoond en werden de eisen van de demonstranten te snel weggezet als ‘onwenselijk en onmogelijk’. ‘Die kritiek prikkelt mij persoonlijk.’

Wie het terrein van de UvA betreedt, treft geen barricades of protestborden meer aan. Op het grasveld bij Roeterseiland, waarop Verbeek vanuit zijn raam uitkijkt, zijn alleen nog de bruine afdrukken te zien van een tentenkamp dat er in juni enkele weken stond. Aan een lantaarnpaal hangt een half verwaaide Palestijnse vlag.

Dat laatste kamp was volgens Verbeek een vreedzaam protest. ‘Er speelde zelfs iemand saxofoon, in het zonnetje. Best gezellig.’ Al hingen er wel een paar spandoeken met ‘niet zulke fijne teksten’. ‘Er stond vooral dat ik moest opdonderen.’

Ondanks die spandoeken heeft Verbeek naar eigen zeggen meermaals op een constructieve manier met de demonstranten gesproken. ‘Maar we bleven het oneens. Een totale boycot van alle Israëlische samenwerkingspartners gaat er niet komen.’

Wel heeft de UvA sinds vorige week nieuwe, aangescherpte richtlijnen om samenwerkingen met buitenlandse wetenschappers en instellingen beter te toetsen. Zo wil de universiteit voorkomen dat onderzoekers ‘onbedoeld bijdragen aan grove mensenrechtenschendingen, ernstige en onomkeerbare milieuschade’ of ‘andere wereldwijd gedeelde belangen’ schaden.

Die nieuwe richtlijnen hebben ruim een jaar op zich laten wachten. Waarom zo lang?

We zijn niet van de korte klap. Deze nieuwe richtlijnen hebben we voorgelegd aan adviescommissies, decanen en de medezeggenschap. Zoiets kost tijd, we wilden iets maken dat standhoudt en niet alleen maar iets roepen om de druk te temperen.’

Op basis van de nieuwe richtlijnen wordt onderzocht of de UvA de samenwerking met de universiteit van Tel Aviv moet opschorten. In maart werd al bekend dat de studentenuitwisseling met de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem (HUJI) niet werd verlengd.

Het besluit veroorzaakte verontwaardiging: zo’n vijftig alumni, onder wie voormalig minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal en advocaat Herman Loonstein, leverden eind maart uit protest hun bul in. Zij verweten het UvA-bestuur te zijn gezwicht voor pro-Palestijnse activisten. Volgens hen is er sprake van discriminatie. Verbeek noemt de actie ‘oprecht heel verdrietig’. Hij begrijpt hun gevoelens, maar zegt zich ook te kunnen inleven in de machteloosheid die de pro-Palestijnse demonstranten ervaren.

‘Ik begrijp het allebei, maar als ik dat zeg, haalt dat niets uit. In de ogen van de ene groep steun ik genocide, omdat de UvA niet zomaar de banden met Israëlische universiteiten verbreekt. In de ogen van de andere groep ben ik slap, omdat ik ook in gesprek ga met de pro-Palestijnse demonstranten.’

Volgens Verbeek onderstreept deze discussie juist het belang dat de UvA ‘koers moet houden’. ‘Ons uitgangspunt blijft dat we de academische vrijheid verdedigen binnen ethische grenzen.’

De UvA is niet de enige universiteit die daarmee worstelt. Ook andere universiteiten nemen hun ‘ethische kaders’ onder de loep en hebben samenwerkingen stopgezet of overwegen dat te doen. Zo staakte de Radboud Universiteit in Nijmegen de samenwerking met Tel Aviv vanwege betrokkenheid bij bewapende drones. De Universiteit van Tilburg schortte de banden met de universiteiten Bar-Ilan en Reichman op, terwijl andere instellingen wél doorgaan met hun Israëlische partnerschappen.

Voor buitenstaanders lijkt het alsof elke universiteit haar eigen onderzoek doet en zelf het wiel uitvindt. Waarom trekken jullie niet samen op?

‘We hebben zeker onderling contact, maar dit is een lastige kwestie waar geen simpel antwoord op is. Het is bovendien een gesprek dat je ook echt intern moet voeren. Je kunt denken: ‘We stoppen gewoon met die samenwerking.’ Maar dat is een fundamentele keuze. Met een totale boycot van een instelling vaar je als universiteit een politieke koers om Israël op andere gedachten te brengen. Dat willen wij niet.’

Waarom niet?

‘Dat is iets voor een regering, niet voor een universiteit. Wij beoordelen geen Israëlische universiteit als geheel, maar concrete projecten en uitwisselingen in hun context. Bijvoorbeeld: onderzoek naar drones zou je nu eerder doen met een universiteit in Stockholm dan met een Israëlische instelling. Maar neem de opleiding Hebreeuws, zij hebben een uitwisselingsprogramma met Ben Gurion. Dat staat nu on hold, je kunt er niet naartoe vanwege een negatief reisadvies. Maar dat is voor studenten Hebreeuws wel dé plek om de taal te leren.’

De Israëlische antropoloog Maya Wind stelde vorig jaar in de Volkskrant dat geen enkele Israëlische universiteit vrijuit gaat en dat alle banden verbroken moeten worden. Want als je samenwerkt met een afdeling zonder militaire betrokkenheid, legitimeer je wel een universiteit die medeplichtig zou zijn aan het Palestijnse leed.

‘Dat is een radicaal perspectief dat sommige van onze activistische studenten en medewerkers ook hebben. Maar het is niet in lijn met onze koers. Als je zegt dat alle Israëlische universiteiten banden met het leger hebben en dus medeplichtig zijn, stel je individuele wetenschappers verantwoordelijk voor het beleid van hun land.

‘Je zou dan ook kunnen zeggen: Donald Trump doodt de academische vrijheid in de Verenigde Staten, dus doen we niks meer met Amerikaanse wetenschappers. Dat is niet onze rol. Universiteiten zijn er juist om verbinding te zoeken en samenwerkingsrelaties open te houden, zolang die niet samengaan met mensenrechtenschendingen.

‘Wetenschap kan een heel sterke, verbindende kracht zijn. Mensen onderschatten dat. Wetenschappers hebben dezelfde methoden, dezelfde soort vragen. Mondiaal werk je samen aan grote uitdagingen. Dat zomaar opeens doorsnijden doe je alleen maar als er echt geen andere weg is.’

Toch schuurt het: na de inval in Oekraïne bevroren alle Nederlandse universiteiten na een oproep van toenmalig onderwijsminister Robbert Dijkgraaf alle banden met Rusland.

Met de wijsheid van nu hadden we dat misschien anders moeten doen. Inmiddels is het wettelijk verboden om samen te werken met Russische wetenschappers, maar ik zou de verbinding het liefst open houden, binnen de ethische grenzen.’

U noemde Trump als iemand die de academische vrijheid in de VS onder druk zet. Is er een situatie denkbaar waarin u de banden met Amerikaanse universiteiten zou verbreken?

‘Wat we in de VS zien, is zorgwekkend. Denk aan alle inperkingen van onderzoek naar klimaatverandering en de haat tegen bijvoorbeeld lhbti-personen. Maar eigenlijk geldt hetzelfde als bij Israël: ook hier moet je het in principe per samenwerking bekijken. Pas als een gehele instelling integraal betrokken is bij zaken die tegen ons ethisch kader ingaan, zeg je: dit willen we niet meer. Dat is nu niet het geval.

‘En daar zit ook iets paradoxaals in. Ten aanzien van Amerika is nu juist de behoefte om wetenschappers daar te helpen, of zelfs hierheen te halen, fondsen in te richten. Waarom zeggen we tegen de Amerikanen: kom maar hier, dan ben je vrij van Trump en zeggen we tegen Israëlische wetenschappers, die ook lang niet allemaal Netanyahu steunen: we willen jullie boycotten.’

Gaat die vergelijking op? Netanyahu voert een oorlog waarin sprake is van genocidaal geweld.

‘Nee, dat is niet zomaar vergelijkbaar. Mijn punt is: als universiteit moeten we waken voor selectieve verontwaardiging. Als we academische vrijheid echt hooghouden, moeten we daar altijd voor opkomen, ongeacht waar ter wereld die in het geding is.’

De protesten rond het genocidale geweld in Gaza hebben niet alleen het debat over universiteiten aangewakkerd, maar ook een andere zorgelijke ontwikkeling versterkt, zegt Verbeek. ‘In landen met rechtsgeoriënteerde regeringen is het beeld ontstaan dat universiteiten vooral broedplaatsen zijn voor protesten en irrelevant onderzoek. Academische vrijheid lijkt dan als iets voor verwende kleuters, die stampvoetend hun onderzoeksbudget eisen en verder met rust gelaten willen worden.’

Volgens Verbeek staat ook in Nederland de academische vrijheid onder druk. ‘Politici roepen soms dat universiteitsbesturen moeten worden vervangen.’ Uit een recent rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) blijkt bovendien dat wetenschappers steeds minder autonomie ervaren in hun onderzoekskeuze en en zich vanwege intimidatie vaker terugtrekken uit het maatschappelijk debat.

‘Onze academische vrijheid is wettelijk onvoldoende beschermd’, waarschuwt Verbeek. ‘Eigenlijk ben je in Nederland als wetenschapper vogelvrij. Als je niet oppast, ligt een scenario zoals in Hongarije of Amerika op de loer, waar de overheid zich steeds meer bemoeit met de inhoud van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs en met het besturen van universiteiten. Dat zou het einde van de wetenschap betekenen. Alleen als wetenschap onafhankelijk is, is ze betrouwbaar.’

Onlangs uitte Harvard-hoogleraar Steven Pinker in de Volkskrant kritiek op het gebrek aan politieke diversiteit, waarbij links georiënteerde studenten en docenten domineren. Hoe kijkt u hier tegenaan?

‘Binnen de UvA komt dit gesprek nu ook op gang. De meningen die je het hardste hoort tijdens de protesten en sit-ins, zitten behoorlijk aan de radicaal linkse kant. Hoeveel politieke diversiteit hebben we eigenlijk nog? Studenten hebben dit onderwerp op de agenda gezet en dat vind ik fantastisch.

‘De universiteit is geen safespace voor gelijkgestemden, maar een vrijplaats voor verschil. Het mag soms ook heel onveilig voelen, met ideeën die schokkend zijn en waar je het niet mee eens bent. Maar waar je wel tegenin kunt gaan. Dat vormt je.

‘Zolang er geen intimidatie is en iedereen de vrijheid voelt om het oneens te zijn, mag het schuren. Daar vecht ik voor.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next