schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
De rollende ogen van de populaire meisjes, als zíj iets slims zegt. Hun demonstratief zuchten als zij over een ervaring vertelt in het kringgesprek. Het groepje roddelaars op het schoolplein dat stopt met fluisteren, zodra zij eraan komt. Of in lachen uitbarst als ze een nieuwe trui aan heeft. Dat haar voor ‘lesbi’ uitmaakt als ze niet de voorgeschreven kleren draagt. Haar mierzoet vragen mee naar het park te gaan, om haar daar af te branden. Het ‘liefdesbriefje’ van de stomste jongen van de klas dat ze in haar tas vindt. En uiteraard: niet worden uitgenodigd voor feestjes, of voor whatsappgroepen, nooit likes krijgen op Snapchat en TikTok.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Er bestaan vrouwen die zeggen dit niet te herkennen, maar ik geloof hen niet. Vrijwel iedereen is ooit ofwel een mikpunt geweest, of een queen bee, of een lid van haar hofhouding, en anders wel een toeschouwer. De hel, dat zijn de anderen, maar de hemel net zo goed. Zelfs uitgesproken eenlingen vinden het vreselijk om te worden buitengesloten door de groep.
Ik weet er alles van. ‘Meidenvenijn’ – toen ik op de lagere school zat, heette het nog niet zo, maar het bestond wel. Ook toen was het smeulend als een veenbrand, en pijnlijk. Nu bieden sociale media geniepige nieuwe instrumenten. Ik wist niet hoe je dat deed, een leuk meisje zijn. Van jongens had ik nooit last.
Achteraf denk ik dat het komt doordat ik opgroeide met drie oudere broers. Jongensgedrag kende ik, ook stompzinnig, agressief en hanig gedrag. Ik begreep hun botte grappen. Op de middelbare school hield het venijn gelukkig op. Ik kreeg een beste vriendin, die de codes evenmin beheerste. In mijn volwassen leven heb ik goede vriendinnen. Maar als ik een meisje zie dat klassiek wordt uitgekotst, gaat er een steek door mijn hart.
Aan de term ‘meidenvenijn’ zit een seksistisch luchtje, alsof pesten door jongens minder gemeen is, wat niet waar is. Meidengekonkel is minder zichtbaar. Jongens schelden, duwen elkaar van de apenrots, vernederen openlijk zwakkeren en rollen vechtend over straat. Jongens leggen het sneller bij, ook uit laf zelfbehoud.
‘Meidenvenijn’ klinkt ook vergoelijkend, alsof het nu eenmaal bij meiden hoort. Het wordt niet altijd herkend: queen bees worden ook door veel ouders en leerkrachten gezien als normaal, vrolijk en gezellig. En natuurlijk is dit giftige gedrag een gevolg van de maatschappelijke eis aan meisjes om aangepast, vrouwelijk en aantrekkelijk te zijn. Niet zelden heeft een queen bee een even koninklijke en manipulatieve moeder. Mijn eigen moeder voelde zich in het verpleegtehuis nog buitengesloten, door andere demente vrouwen.
Hoe je het ook noemt, dit meidengedrag kan schade aanrichten: een laag zelfbeeld, blijvende angst en isolement. Wat ertegen te doen? Deze week las ik daarover op Kennisrotonde.nl. De conclusie is dat er weinig onderzoek over bestaat. Wel weten onderzoekers dat meiden vooral ‘relationeel’ pesten en dat dit een specifieke aanpak vereist. Er zijn interventies die ‘goed onderbouwd’ zijn. Het is net als bij het vrouwenhart, waarbij ook pas onlangs is ontdekt dat het anders werkt dan het mannenhart.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns