Na ruim twaalf jaar celstraf en twee jaar tbs-behandeling kreeg zedendelinquent Robert M. maandag de kans om rechters inzicht te geven in zijn geestesgesteldheid. Hun oordeel liet niet lang op zich wachten: hij komt voorlopig niet vrij.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Met een zwarte hoodie over zijn hoofd zit zedendelinquent Robert M. (41) maandagmiddag in de Amsterdamse rechtszaal. Hij smoest wat met zijn advocaat en houdt zijn gezicht zoveel mogelijk weg van alle tekenaars en journalisten.
Pas enkele ogenblikken voordat hij met de rechter moet praten, trekt hij zijn capuchon omlaag. Ineens is er een enorme, dikke, zwarte pruik met lange haren in vol ornaat zichtbaar. De haardos zal M., die ook een ringbaardje en bril draagt, de hele zitting aan het zicht van de zaal onttrekken. Alleen de rechters zien hem goed.
Robert M., geboren in Letland, werd twaalf jaar geleden veroordeeld in een van de grootste en gruwelijkste zedenzaken van Nederland: hij pleegde seksueel misbruik bij tenminste 67 baby’s en peuters. De meeste slachtoffers waren ten tijde van het misbruik niet ouder dan 2 jaar, het jongste slachtoffer was 19 dagen oud. M. kreeg van de rechter bijna 19 jaar cel en tbs.
Vandaag moet de rechter beslissen of deze tbs-behandeling, die in 2023 begon, moet worden verlengd. Dit gebeurt in principe om de twee jaar.
‘Hoe gaat het daar nu?’, vraagt de rechter over de tbs-kliniek.
M. is even stil. ‘Het is wisselend’, zegt hij. ‘Soms is het heel zwaar. De therapieën zijn intensief. Veiligheid is ook een aandachtspunt. Maar… het gaat.’
Zijn zwarte pruik mag hij van de rechtbank vanwege de veiligheid ophouden. Om dezelfde reden wordt ook niet vermeld in welke kliniek hij onder behandeling is. Het is slechts duidelijk dat deze buiten de Randstad ligt.
Uit de rapportages blijkt dat M. zich ‘gestresst en angstig’ voelt door de manier waarop andere tbs’ers met hem omgaan. De rechter vraagt hem of hij nog altijd wordt bedreigd en uitgescholden. ‘Nog steeds’, zegt M. ‘Maar alleen wat minder.’ Zijn begeleider bevestigt dit: ‘Het gebeurt ook echt in de kliniek.’
Het misbruik van de tientallen kinderen speelde zich af tussen 2007 en 2010. Daarbij viel op hoe berekenend M., die destijds crèchemedewerker was, te werk ging. Hij bouwde doelbewust een vertrouwensband op met ouders, zocht uit of huizen ‘geschikt’ waren, werkte met cola om geursporen te verbergen.
De deskundigen beschreven M. als een bovengemiddeld intelligente man die anderen instrumenteel gebruikt. Hij heeft een opgeblazen zelfgevoel, gebrek aan empathie, toont hooghartig gedrag en conformeert zich niet aan de geldende normen. Spijtgevoelens ontbreken.
Naast zijn pedofilie en zijn hyperseksualiteit heeft hij volgens de experts een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale, theatrale en borderline-trekken.
In de rechtszaal vraagt de rechter aan de behandelaar van M. of er inmiddels meer duidelijkheid is over die narcistische en antisociale kenmerken. ‘Die beide trekken zien wij ook’, meldt de behandelaar kort. Hoe M. daar zelf naar kijkt? ‘Ik ben het met de diagnose eens’, antwoordt M. meteen.
‘Andere patiënten’, zegt de rechter, ‘ervaren u soms als lastig in de omgang. Soms vinden ze dat u zich opstelt als iemand die alles beter weet.’
M.: ‘Onder constante stress en spanning kan ik niet altijd adequaat reageren. Dat herken ik wel.’
Tijdens de zitting blijkt dat de kliniek korte tijd toezicht hield op zijn post: M. slaagde er in 2017 vanuit de gevangenis in een excuusbrief naar de ouders en de Volkskrant te sturen, zonder dat justitie iets doorhad. Dat toezicht is alweer voorbij, meldt de therapeut. Volgens hem werkt M. ‘over het algemeen’ mee aan zijn behandeling. ‘Ik heb vooral baat bij schematherapie’, zegt M. tegen de rechter.‘Daarbij krijg je inzicht in gedragspatronen.’
De rechter meldt tussen neus en lippen ook dat M. in de gevangenis proefbehandelingen heeft gehad met libidoremmende middelen. Het effect daarvan blijft onbenoemd. Op dit moment zijn libidoremmers in elk geval niet aan de orde, zegt de behandelaar. Dat wordt alleen weer overwogen als hij vrijheden krijgt.
Dat laatste lijkt voorlopig onwaarschijnlijk: de kans dat hij opnieuw in de fout gaat als hij vrijkomt, achten deskundigen op dit moment ‘hoog’.
‘Wat vindt u daar zelf van?’, vraagt de rechter.
‘Ik ben pas aan het begin van mijn behandeltraject’, zegt M. kalm. ‘Het is niet meer dan logisch dat het zo wordt ingeschat.’
In een aparte rechtbankzaal kijken volgens advocaat Richard Korver van de slachtoffers ruim tien ouders en kinderen mee met de zitting. Veel slachtoffers zijn inmiddels jongvolwassenen.
Met een deel van hen gaat het goed, met anderen helemaal niet, stelt de advocaat. Volgens Korver zet ‘de poppenkast met de pruik’ kwaad bloed bij sommige ouders en kinderen. ‘Eentje zei: het lijkt wel een clown. Deze bescherming is misschien voorstelbaar als iemand nog verdachte is, maar deze man is veroordeeld.’
De advocaat, die in toga in de zaal zit, mag van de rechtbank niet spreken tijdens de zitting. Slachtoffers hebben in tbs-verlengingszittingen sinds kort beperkt spreekrecht, maar dit wordt alleen toegestaan zodra een tbs’er vrijheden krijgt. En dat is niet het geval.
Korver zegt zich niettemin hard te willen maken voor uitbreiding van dit recht. Wat hij vandaag had willen zeggen? ‘M. zegt met alles mee te werken’, stelt Korver. ‘Maar welke waarde moet je hechten aan de woorden van iemand die zo manipulatief en berekenend is? Mijn cliënten zijn bang dat mensen hier niet doorheen zullen prikken. Ik had willen vragen of het niet beter is om bij iemand met zo’n ernstige, persisterende stoornis te zeggen: u komt nooit meer terug in deze maatschappij.’
De Amsterdamse rechtbank is na een half uur bedenktijd in elk geval duidelijk: Robert M. blijft de komende twee jaar nog in de tbs.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant