Home

Belg Merlier stort zich met doodsverachting in sprint en pakt zege in derde etappe Tour

Tim Merlier heeft de derde etappe van de Tour de France gewonnen. De Belg was in de massasprint nipt sneller dan Jonathan Milan en bewees dat sprinters het niet zonder doodsverachting kunnen stellen.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

De finale van de rit naar Duinkerke werd ontsierd door meerdere valpartijen. ‘Het was heel moeilijk positie te houden’, vertelde Merlier. ‘Maar ik wist dat ik het kon en heb me daarop gefocust. Ik ben hier naar de Tour gekomen om een rit te winnen en ik ben blij dat het is gelukt.’

Als een veelkleurig blok schoof het Tour-peloton maandagmiddag in de richting van Duinkerke. Dicht opeen, de neuzen van de mannen op kop in de felle noordenwind die recht van voren blies. Terwijl de laatste kilometers onder de wielen wegzoefden, ging het tempo steeds verder omhoog.

Door de straten van de havenstad werd de groep opgerekt, vervormde tot een lint onder impuls van de sprintvoorbereiders en ontstond er een grote valpartij met Remco Evenepoel als een van de slachtoffers. Even later, op een paar honderd meter van de finish ging het weer mis, onder anderen Cees Bol ging onderuit. Geletruidrager Mathieu van der Poel kwam zonder tijdsverlies aan de finish en behoudt de leiding in het klassement.

Philipsen stapt af

Jasper Philipsen, winnaar van de openingsrit en groenetruidrager, was daar al lang niet meer bij. De Belg was bij de tussensprint in Isbergues, op 60 kilometer van de finish, hard ten val gekomen en moest opgeven. Laurenz Rex en Bryan Coquard botsten vlak voor de neus van de winnaar van de openingsetappe tegen elkaar. Zij konden nog net overeind blijven, maar Philipsen niet.

De manier waarop Philipsen bij het opstaan zijn rechterarm na de val tegen het lichaam hield herkennen veel wielervolgers: een gebroken of anderszins gekwetst sleutelbeen. Niet lang daarna meldde de koersradio: ‘abandon’.

Saai. Dat was heel lang het beeld van de derde etappe. Geen vroege vlucht, geen echte aanvallen. Uitsluitend een compleet peloton dat een halve snipperdag leek te nemen na een zwaar openingsweekend. Maar in de Tour is kalmte een rekbaar begrip. De coureurs voelen in deze koers voortdurend spanning en er loert altijd gevaar.

Na de val van Philipsen keerde de rust terug in het peloton. Tot, met nog een kleine 40 kilometer te gaan, de groep tegen de harde wind in breeduit over de weg reed. Tim Wellens besloot in zijn eentje op pad te gaan.

Enige bergpuntje

De ploeggenoot van Tadej Pogacar pakte even later het enige bergpuntje dat vandaag te verdienen was, in Cassel. Hij ging in de stand om de bollentrui zijn Sloveense kopman voorbij. Wellens is daarmee pas de negende coureur die in alle grote rondes de bollentrui heeft gedragen. Een van die andere acht: Karsten Kroon.

Na de verovering van die ene bergpunt liet de Belg zich snel weer inlopen. Het peloton maakte zich op voor de eindsprint. De harde tegenwind drukte elke aanvalslust de kop in én drukte het tempo. Met een gemiddelde van net iets meer dan 40 kilometer per uur werd de etappe voltooid.

Sprinters weten dat de echte snelheid pas in de allerlaatste meters werkelijk van belang is. En de bereidwilligheid om alle gevaar te vergeten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next