Zzp’ers die minder dan 36 euro per uur verdienen, kunnen vanaf juli volgend jaar gemakkelijker eisen dat ze als werknemer worden behandeld. Als zij zich melden bij hun opdrachtgever, zal die moeten aantonen dat er géén sprake is van schijnzelfstandigheid en dus ook geen sprake van recht op een arbeidsovereenkomst.
is politiek commentator en chef van de politieke redactie.
Met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Vbar) zet het demissionaire kabinet het streven van het vorige kabinet (Rutte IV) voort om meer duidelijkheid te bieden aan zzp’ers en aan werkgevers. Als de werkgever er niet in slaagt aan te tonen dat er sprake is van echte zelfstandigheid, krijgt de zzp’er alsnog alle voordelen van een werknemer, zoals het recht op zwangerschaps- en ziekteverlof, ontslagbescherming, een werkloosheidsuitkering en een vangnet bij arbeidsongeschiktheid. De werkgever moet dan de bijbehorende premies en belastingen betalen.
Dat is de kern van het wetsvoorstel dat demissionair minister Van Hijum van Sociale Zaken (NSC) maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is zijn bedoeling dat de wet per 1 juli 2026 van kracht wordt.
Vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt is te vaak sprake van schijnzelfstandigheid met negatieve gevolgen voor de zzp’ers, is Van Hijums overtuiging: lage betalingen gaan gepaard met een gebrek aan sociale zekerheid. Het leidde in 2023 tot het markante Deliveroo-arrest, waarin de Hoge Raad bepaalde dat de bezorgers van Deliveroo onterecht werden gezien als zzp’ers.
De rechter tikte ook de Volkskrant op de vingers. Een zzp’er die jarenlang bij de krant werkte als corrector had in loondienst moeten worden genomen, bepaalde de rechter in 2024.
Dergelijke rechterlijke uitspraken bepalen sinds enkele jaren de spelregels voor de arbeidsverhoudingen: schijnzelfstandigheid is in principe verboden. Voor veel betrokkenen is echter niet duidelijk waar de wettelijke grens tussen zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid ligt.
Die duidelijkheid hoopt Van Hijum met zijn wetsvoorstel te bieden. Een belangrijk criterium is de vraag of de opdrachtgever bepaalt wanneer en hoe het werk gedaan moet worden. Hoeveel heeft de zzp’er daarover zelf te zeggen? Maar ook wordt gekeken hoe zzp’ers zich buiten het werk gedragen: werven zij bijvoorbeeld nieuwe klanten voor zichzelf?
Harde cijfers ontbreken, maar het departement schat dat zo’n 200 duizend mensen als schijnzelfstandige opereren: zij werken als zzp’er, terwijl bij de aard van het werk eigenlijk een arbeidscontract hoort. Omdat ongewenste schijnzelfstandigheid vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt negatieve gevolgen heeft – mensen met hogere uurtarieven kunnen zichzelf verzekeren – richt Van Hijum zich op de mensen die voor minder dan 36 euro per uur werken. Dat bedrag zal jaarlijks worden aangepast aan de stijging van het minimumloon.
Onder die grens gaat het ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’ gelden. Het voordeel van de twijfel ligt daardoor voortaan bij de zzp’ers. Hun opdrachtgevers zullen moeten aantonen dat er geen sprake is van werknemerschap.
In zijn toelichting benadrukt Van Hijum dat het hem er niet om te doen is zelfstandigheid uit te bannen. ‘Als je echt zelfstandig werkt en onderneemt, dan is daar alle ruimte voor.’
Wel hoopt hij vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer stabiliteit te bieden. ‘Werk moet je zekerheid geven. Als je aangestuurd wordt in je werk en je loopt geen ondernemersrisico, dan ben je een werknemer en heb je recht op de zekerheid die daarbij hoort. Daarnaast versterken we de positie van mensen die gedwongen tegen een lager salaris via een zzp-constructie werken.’
Het wetsvoorstel gaat nu naar de Tweede Kamer, waar het na het politieke zomerreces behandeld kan worden. Onomstreden is het zeker niet. Na de presentatie van het concept-wetsvoorstel reageerden veel zzp’ers kritisch: mensen die juist heel bewust voor een bestaan als zelfstandige hebben gekozen, zijn bang dat opdrachtgevers hen door de nieuwe regels minder snel zullen inhuren. Dat zou kunnen leiden tot verlies van werk en inkomsten.
Ook de Raad van State, de belangrijkste adviseur van de regering bij nieuwe wetgeving, reageerde kritisch op het concept-wetsvoorstel. De Raad vreest dat de duidelijkheid waarop Van Hijum hoopt niet geleverd zal worden, omdat de wet alleen vastlegt wat rechters eerder al bepaalden. In de praktijk zal het vaak lastig blijven de grens tussen zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid te bepalen, waarschuwt de Raad: ‘De feiten en omstandigheden van het geval zullen uiteindelijk beslissend blijven.’
Alles over politiek vindt u hier.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant