Home

Hoe spreek je iemand aan op asociaal gedrag zonder dat het escaleert?

Een reiziger die luid telefoneert in de stiltecoupé. Een voordringer bij de kassa. Asociaal gedrag in de publieke ruimte kent vele vormen. Hoe spreek je iemand hierop aan zonder dat het uit de hand loopt?

In de film A Man Called Otto (2022) speelt Tom Hanks een man die zich snel ergert: aan de chihuahua van de buurvrouw die (mogelijk) op straat plast, aan auto’s die door de straat rijden ondanks het verbod, aan te vrolijke buren.

Niemand wil een mopperkont zijn als Otto. Toch zijn er genoeg ergernissen in de publieke ruimte. Denk aan de buurvrouw die nooit de poep van haar hond opruimt of de vader die staat te schelden langs het voetbalveld. Hoe corrigeer je asociaal gedrag zonder dat het escaleert?

Ingrijpen of tolerant zijn: volgens Marie Rosenkrantz Lindegaard, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, is dat geen gemakkelijke keuze. ‘In veel situaties is de sociale norm ambigu.’ In een stiltecoupé kun je wijzen naar de sticker op het raam, maar wanneer passeert de roepende voetbalouder de grens van gezond competitief naar asociaal gedrag? Hondenpoep moet worden opgeruimd, maar hoe zit het met een viervoeter die tegen jouw hek plast?

De Canadees-Amerikaanse socioloog Erving Goffman bedacht de term ‘civil inattention’ (‘beleefde onoplettendheid’) om te beschrijven hoe mensen op straat doorgaans met elkaar omgaan. ‘Burgers erkennen elkaars aanwezigheid, maar houden bewust afstand en zijn niet te nieuwsgierig naar elkaar’, zegt Lindegaard. Onze eerste natuurlijke reactie bij asociaal gedrag is dan ook: negeren. ‘Bij luidruchtige reizigers in de stiltecoupé proberen we ons eerst af te sluiten.’

Uitspreken vormt risico

Wat ook meespeelt, is dat mensen bang zijn om iemands gedrag te corrigeren. ‘Je uitspreken vormt een risico’, zegt psycholoog Catherine Molho, universitair hoofddocent aan de Toulouse School of Economics en gespecialiseerd in morele besluitvorming. ‘De agressie van de schreeuwende voetbalouder kan zich tegen jou keren.’

In een studie van de Vrije Universiteit Amsterdam noteerden ruim 250 deelnemers twee weken lang in een dagboek welk asociaal gedrag ze tegenkwamen in het dagelijks leven en hoe ze hier vervolgens op reageerden.

‘Mensen zijn eerder geneigd de ander te confronteren als ze zelf het directe slachtoffer zijn van de normovertreding, bijvoorbeeld als iemand voordringt bij de kassa’, zegt Molho, die betrokken was bij het onderzoek. Ze komen minder snel in actie als ze slechts toeschouwer zijn, bijvoorbeeld wanneer een collega een racistische opmerking maakt over iemand anders.

Ook maakt het uit of de dader een bekende is. ‘Als een buurman of vriend iets ongepasts doet, zul je hem eerder corrigeren, omdat je er last van hebt als hij het vaker doet én zijn reactie beter kunt inschatten’, zegt Molho.

Omstanders erbij betrekken helpt

In situaties waar men de dader minder goed kent, minder macht ervaart of zelf niet het slachtoffer is, kiest men een andere strategie: roddelen. Uit de studie blijkt dat dit gebeurt in de helft van de gevallen. Roddelen klinkt negatief, maar heeft wel degelijk een functie. Molho: ‘Je kunt de reputatie van de dader verzwakken én je krijgt informatie over hoe anderen over de situatie denken.’ Soms kan roddelen anderen motiveren om samen iemand aan te spreken.

Door omstanders erbij te betrekken, check je je eigen waarneming. ‘Hebben zij er ook last van of heb jij gewoon slecht geslapen, waardoor je minder tolerant bent?’, zegt Lindegaard. Met de instemming van derden is de druk vaak van de ketel. ‘Door de bevestiging dat ze in hun recht staan en het vaststellen van hun morele superioriteit ten opzichte van de dader, zijn mensen hun frustratie vaak al kwijt, waardoor een confrontatie soms niet meer nodig is.’

Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl

Wil je het asociale gedrag toch aankaarten? Bedenk dan dat woorden niet het enige middel zijn. De corrigerende blik is een machtig middel. ‘Het klinkt belachelijk, maar iemand lang aankijken werkt. Mensen ervaren dat als zeer onprettig’, aldus Lindegaard. ‘Ze worden zich ineens bewust van hun eigen gedrag.’

Escalatie gebeurt vooral in situaties waar de aangesproken partij gezichtsverlies lijdt, vertelt Lindegaard. Die kans is groter als ze in het bijzijn van anderen worden terechtgewezen. ‘Als het even kan, neem die voetbalouder of buurvrouw even apart zodat omstanders niet meeluisteren.’ Zo voorkom je een publieke terechtwijzing.

Beschrijf de feiten zonder beschuldigende toon

‘Beschrijf zo feitelijk mogelijk waar je last van hebt, zonder beschuldigende toon’, zegt Molho. ‘Hoe minder boosheid, hoe beter.’ Bijvoorbeeld: ‘De kinderen spelen vaak voetbal op straat en we worden een beetje moe van al die poep aan de schoenen.’

Lindegaard: ‘Wees onderzoekend in plaats van confronterend. Bij de roepende voetbalouder kun je benoemen dat hij erg competitief overkomt en vervolgens vragen of hij vroeger zelf heeft gespeeld.’

Vinden we iemand aanspreken op asociaal gedrag lastiger dan vroeger? ‘Dat is moeilijk te meten’, zegt Lindegaard. ‘Maar mijn persoonlijke inschatting is dat we het moeilijker vinden om op een rustige, informele manier onze grenzen aan te geven.’ Al snel wordt de officiële weg bewandeld, via een klacht of het inschakelen van een instantie. Dat is verstandig bij grote overtredingen, maar bij kleine, alledaagse ergernissen is dat jammer. ‘In dat conflict zit de potentie om echt met elkaar in gesprek te komen, wat zorgt voor maatschappelijke samenhang.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next