Als de Amerikaanse president een Nederlandse boom zou willen kopen, zou hij waarshijnlijk uitkomen in Baarn. Met zijn flamboyant beleden liefde voor nicheproducten bouwde Hans Blokzijl daar de afgelopen jaren een goedlopend bomenimperiumpje.
‘Ik zag hier de prachtigste bomen’, zei Donald Trump anderhalve week geleden tijdens de Navo-top in Den Haag. ‘Ik wil er zelfs een paar meenemen.’
Mocht de Amerikaanse president bij het ontbijt op Huis ten Bosch aan zijn gastheer hebben gevraagd waar je die bomen koopt, dan was hij waarschijnlijk doorverwezen naar Hans R. Blokzijl, ondernemer te Baarn. ‘Ik heb er destijds heel wat geplant toen Beatrix er nog woonde’, zegt Blokzijl (71) met een stem die decennia sigaargenot verraadt. ‘Eigenlijk heb ik overal in Nederland wel bomen geplant.’
De eigenaar van Bomencentrum Nederland, een kwekerij met twee groene evenementenlocaties, zit in een ruim bemeten werkkamer aan z’n vergadertafel – ‘gemaakt van honingbomenhout, uniek’. Aan drie kanten kijkt hij uit op de bomen die hij verkoopt. Blokzijl voelt er wel wat voor Trump een boom te doneren, maar is er nog niet uit welke soort dan.
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Bomencentrum Nederland, opgericht in 1986, met vier werknemers (‘en veel inhuur’) omzet interesseert ondernemer Hans Blokzijl niet maar de ‘winst bedraagt enkele tonnen per jaar’.
Zijn werkruimte houdt het midden tussen een studeerkamer en een herensociëteit. Op de achtergrond speelt een jukebox hits uit de jaren vijftig. Links en rechts van de open haard hangen schilderijen met het landschap van Baarn zoals het er vier eeuwen gelden uit moet hebben gezien. Er is een globe waarin de whisky schuilgaat. Verspreid staan diverse dranken, botanische boeken en fotolijstjes van Blokzijl met allerhande grootheden. ‘Je hoeft dit interieur niet mooi te vinden. Maar je moet je er wel ontspannen voelen’, zegt Blokzijl. ‘Dat komt de zaken ten goede.’
Het zaadje van zijn bomenliefde ontkiemde in Rotterdam, waar hij als kind bijna dagelijks Blijdorp bezocht en dol was op de Kralingse plas. Het commerciële zat er ook al vroeg in. ‘Als 8-jarige verkocht ik al plantjes.’ Dus toen hij twee keer bleef zitten op de HBS was de middelbare tuinbouwschool een logische keuze. De hogere tuinbouwschool volgde en daarna een studie in Wageningen. ‘Ik heb heel veel over bomen geleerd.’
Na zijn afstuderen begon Blokzijl bij een grote kweker in Brabant die bijna alle Nederlandse gemeenten als klant had. ‘Praten over bomen en dan verkopen, dat beviel me uitstekend.’ Dus vroeg hij de eigenaar of hij het bedrijf niet kon overnemen. ‘Dat ging niet gebeuren, maar hij vond het mooi dat ik voor mezelf begon.’
Om te bepalen welke boom hij aan Trump zou sturen, pakt Blokzijl het boekje Bomenhoroscoop erbij. Auteur: Hans R. Blokzijl. ‘Honderdduizend van verkocht’, zegt hij nonchalant terwijl hij bladert naar de geboortedatum van de president. 14 juni, een vijgenboom. Blokzijl leest voor: ‘Het feilloze gevoel van de vijg voor wat goed en kwaad is wordt vaak enigszins verzacht door gevoel voor humor.’ Als je die karakterisering al treffend zou vinden, valt de vijg toch af omdat het niet bepaald een Nederlandse boom is. Dus blijft de kwestie nog even hangen in de rook van zijn sigaar.
Net als een andere vraag, trouwens. Over het voor deze rubriek zo belangrijke omzetcijfer blijft Blokzijl zeggen: ‘daar kom ik zo op terug’. Totdat hij dan toch een antwoord geeft. ‘Ik ben niet zo geïnteresseerd in omzet.’ Om er over de bril kijkend veelbetekenend aan toe te voegen: ‘Ik ben geïnteresseerd in het verschil tussen inkoop en verkoop.’
Dat antwoord mag triviaal klinken, maar is het niet. ‘Ik ben gefascineerd door nicheproducten’, legt Blokzijl uit. ‘Dingen die je niet echt nodig hebt, maar die je gewoon heel graag wil hebben. Bij dat soort aankopen is de prijs voor de koper ondergeschikt.’
Dus toen Blokzijl halverwege de jaren tachtig een failliete kwekerij in Groenekan overnam, koos hij niet voor massaproductie van berken, beuken en populieren. Onder de statige naam Bomencentrum Nederland stortte de jonge ondernemer zich maar liefst zevenhonderd andere soorten.
‘En ik kwam met nieuwe vormen, zoals de bolplataan, vonden de groenbeheerders van gemeenten prachtig.’ Zijn vermogen om klanten te verleiden tot het kopen van iets nieuws, iets exclusiefs, heeft hem geen windeieren gelegd. ‘Ik heb door de jaren heen tussen de 20 en 40 procent winst gemaakt, enkele tonnen per jaar.’
In 1995 ontving hij voor zijn ‘creativiteit en marktgerichte aanpak’ de Tuinbouw Ondernemersprijs uit handen van landbouwminister Jozias van Aartsen. Enkele maanden later hing Van Aartsen aan de telefoon, vertelt Blokzijl. ‘Het ministerie had een verlieslatende kwekerij in Baarn waarop bomen werden gekweekt voor provincies en Rijkswaterstaat. Jozias wilde dat ik die zou kopen. Binnen drie maanden was het geregeld.’
Het is een transactie die nu nooit meer zou kunnen, erkent Blokzijl. ‘Dat zou openbaar aanbesteed moeten worden.’ Aanbesteden was uiteindelijk ook de dood in de pot voor zijn handel met de gemeenten. ‘Je had rond de eeuwwisseling de bouwfraude en daarna moest ineens elke opdracht aanbesteed worden. Maar ik had altijd de hoogste prijs.’
Dus besloot hij het bedrijfsonderdeel waarmee hij bomen plantte en verzorgde te verkopen en een nieuwe niche te zoeken. Op zijn kwekerij, die vlak naast de A1 ligt, bouwde hij een ‘unieke evenementlocatie’. Een wonderlijk gebouw midden tussen weelderige bomen, struiken en bloemen.
Later volgde nog een klassieke kas voor grote bijeenkomsten. Buiten zijn tientallen plekken waar je tussen het groen in kleinere gezelschappen kunt brainstormen. Duizenden gasten ontvangt Blokzijl er jaarlijks. ‘Grote bedrijven vergaderen hier met hun management, we hebben feesten en recepties en er worden nieuwe producten gepresenteerd.’
En nadat managers een middag onder dak van platanen hebben zitten vergaderen, willen ze ook nog weleens de kwekerij oplopen om zo’n boom te kopen. Sowieso zijn veel van zijn bomenklanten nu particulieren. Die vallen vaak voor de inmiddels oude en grote bomen op zijn land. ‘Rijkman Groenink koopt bij mij, en Joop van den Ende.’ De prijzen lopen op tot wel 8.000 euro per stuk.
Inmiddels is hij aan het afbouwen. De botanische tuin in zijn buitenhuis op Madeira vraagt aandacht. Van de 35 medewerkers die hij ooit had, zijn er nog vier over.
De honderden bomen die hij nog heeft staan gaan ‘voor prettige prijzen’ van de hand. Zo heeft hij ook nog vele rode beuken, tot wel tien meter hoog. ‘Dat zou zeker wel een mooie boom zijn om naar Trump te sturen’, besluit Blokzijl. ‘Heel vurig, net als hij. Het is ook echt een Nederlandse boom, die het goed zou doen in het klimaat van Washington.’ Versturen is geen probleem. ‘Ik heb al zoveel bomen op het vliegtuig gezet. Als iemand eerst maar even regelt dat Trump hem daar van me in ontvangst neemt, kom ik hem wel afleveren bij het Witte Huis.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant