Home

Iraniërs doen zo veel mogelijk wat ze zelf willen en veranderen zo stapje voor stapje de samenleving

Thomas Erdbrink doet opnieuw verslag uit Teheran, waar hij jarenlang werkte als correspondent voor Nederlandse en internationale media.

Een vrouw met recent gevulde lippen staart prevelend naar het grote scherm boven de moskee. Met haar hand slaat ze ritmisch op haar borst, de groene tatoeage op de rug van haar hand goed zichtbaar. ‘O Hossein’, roept ze samen met een menigte, ‘U bent onze heer!’ Een traan biggelt over haar wang.

Ze heeft de in Iran verplichte hoofddoek niet op, zoals zoveel vrouwen vanavond. Tattoos mogen officieel ook niet, maar zijn tegenwoordig overal. Dus staat ze hier op het Tajrishplein voor een moskee, bijna in trance, om met duizenden anderen de gewelddadige dood van een geestelijke van 1.400 jaar geleden te herdenken.

Ook wanneer er bijna duizend doden zijn gevallen door Israëlische bombardementen op Teheran en de rest van het land, gaat het leven door. Volgens de kalender was het gisteren Asjoera in Iran, de dag waarop de grondlegger van hun geloof won door te verliezen.

Op het spel stond het leiderschap over de toen nog prille islam. Hossein, de kleinzoon van de profeet Mohammed, vond dat hij er gezien de familiebanden recht op had. Maar een veel groter leger, geleid door een kalief en zijn kornuiten, dacht daar anders over.

Hossein en zijn kleine clubje volgelingen gingen toch de bij voorbaat verloren strijd aan, uit een gevoel van rechtvaardigheid. Uiteindelijk werd de kleinzoon van de profeet vermoord door de generaal van de kalief. Met de dood van Hossein werd een nieuwe stroming in de islam geboren: de sjiieten.

Tegenwoordig is Iran het enige land in de islamitische wereld waar de sjiieten in de meerderheid zijn. In de rest, van Marokko via Turkije tot Indonesië, zijn dat de soennieten, de aanhangers van de kalief.

Niet alleen zijn Iraniërs dus eenzaam qua geloof, hun taal is ook nog eens anders. Ze spreken Perzisch en geen Arabisch. Daarnaast waren ze ook nog eens wereldheersers voordat de islam zelfs maar bestond. Sommige soennieten kijken op ze neer en vinden ze tweederangsmoslims.

Wellicht daardoor zijn zoveel Iraniërs zo ontevreden over de geestelijken die aan de macht zijn. Die spreken vaak Arabisch en hebben het over de oemma, de gemeenschap van gelovigen, alle moslims. Over Iran praten ze een stuk minder vaak. Want grenzen, landen en nationalisme zijn niet belangrijk in de ogen van de vertegenwoordigers van god.

Veel Iraniërs voelen zich juist allereerst Iraans, de rest komt daarna pas.

In plaats van zich dood te vechten zoals Hossein, dwingen ze hun leiders toch veranderingen te accepteren. Ze doen zo veel mogelijk wat ze zelf willen en veranderen zo stapje voor stapje de samenleving.

Met dat alles als voorgeschiedenis staan duizenden mensen op het Tajrishplein op hun borst te kloppen voor Hossein. Er zijn vrome moslims, maar ook veel mensen die daar qua kleding niet voor doorgaan. Een jongen met een dikke gouden ketting om zijn nek. Meisjes, een tweeling, die ik eerder op een illegaal dansfeestje bij iemand thuis zou verwachten. Een man van in de 40 met een shirt waar ‘Don Julio’ op staat, een van de betere tequilamerken.

Alles loopt door elkaar heen, vrouwen in zwarte doeken, mannen met drie knoopjes open en een zonnebril op, ook al is het 11 uur ’s avonds. Er zijn rookwolken van kruiden die worden verbrand. Instagrampagina’s worden uitgewisseld door flirtende tienermeisjes zonder hoofddoek. Door de luidspreker klinkt: ‘Wij zijn verslaafd aan u, o Hossein.’

Zelfs het geloof, het belangrijkste staatsproject van de geestelijken, wordt door de Iraanse bevolking naar haar zin gevormd, beleefd en veranderd. Ideologie is een zandkasteel, Iraniërs zijn de zee.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next