Filmproducent Rob Houwer, die zondag op 87-jarige leeftijd overleed, maakte de allerbeste, maar ook de allerslechtste Nederlandse films. Vriend en vijand erkenden zijn inzicht en talent. Hij was de baas, vond hij.
Mensen in Nederland hebben nauwelijks een idee wat een filmproducent doet, zei Rob Houwer eens. De roemruchte Nederlandse filmproducent, die afgelopen vrijdag op 87-jarige leeftijd overleed, droeg daar zelf ook aan bij. Want hoe kun je verklaren dat de man die in de jaren zeventig de beste én best bezochte Nederlandse films van de grond trok, van Turks Fruit tot Soldaat van Oranje, nadien óók de allerslechtste flops leverde, zoals De Zeemeerman (1996) en Het woeden der gehele wereld (2006)?
Houwer zag zichzelf als een ‘creatief producent’, wat betekende dat hij zich met alles bemoeide, of dit in elk geval poogde. Hij was de baas, vond hij, niet de regisseur. Sommige filmmakers werden er gek van: de hoeveelheid memo’s die ze ontvingen tijdens de opnamen.
Wie zijn creatieve bemoeienis negatief wil typeren, vindt zo munitie: Houwer wilde bij slecht aflopende films wel eens aandringen op een happy end. Bijvoorbeeld bij De kleine blonde dood, naar de roman van Boudewijn Büch, waar die dood nota bene in de titel stond vermeld. Of Turks Fruit: kon die door Monique van de Ven vertolkte Olga uit de Jan Wolkers-verfilming niet tóch genezen van haar kanker?
Maar niet alles wat hij voorstelde was onredelijk, zo valt te lezen in Rob van Scheers’ biografie Paul Verhoeven - een filmersleven. Zo wist de producent zijn regisseur ervan te behoeden om Olga’s einde als een gruwelscène te draaien, inclusief injecties in haar door de ziekte opgezwollen gelaat. ‘Dat is Goddank niet doorgezet’, blikte Van de Ven terug.
Jean van de Velde, regisseur van De kleine blonde dood, constateerde in Het Parool ooit dat er een ‘aardige en een monsterlijke’ Houwer was, wat zou voortkomen uit het ‘enorme ego’ van de producent. Maar zelfs de regisseurs die op enig moment brouille met hun producent kregen, erkenden ook diens inzicht en talent. Al was het maar op financieel gebied. Verhoeven, twintig jaar terug in een profilerend stuk over zijn producent in NRC: ‘Rob kon als geen ander een deal afronden tot zijn eigen volle bevrediging’.
De regisseur en diens onlangs overleden scenarist Gerard Soeteman braken na de Reve-verfilming De vierde man (1983) met Houwer, mede vanwege een geschil over de inkomstenverdeling. Toch zag Verhoeven zonder rancune om: ‘Zonder Rob was ik nooit in Amerika aan de bak gekomen.’
Robert Piet Houwer werd in 1937 geboren in Hoogeveen en vertrok als tiener al naar München, waar hij eerst filosofie en theaterwetenschappen studeerde, om zich daarna te bekwamen in ‘camera’ en ‘regie’ aan de Hochschule für Fernsehen und Film. Zijn eerste korte regie viel op: Hundstage (1960), gedraaid met het budget van zesduizend geleende Deutsche marken. Opvolger en kortfilm Anmeldung (1964) won zelfs een Zilveren Beer op het festival van Berlijn.
Houwer maakte als enige Hollander deel uit van het clubje rebelse regisseurs van de Oberhausner gruppe, dat de oude cinema ‘dood’ verklaarde. Nadien maakte hij in Duitsland ook naam als speelfilmproducent, onder meer voor regisseur Volker Schlöndorff (o.a. Michael Kohlhaas en Mord und Toschlag).
Terug in Nederland ontmoette Houwer de jonge regisseur van de tv-serie Floris, Paul Verhoeven. Samen brachten ze een nog altijd onwaarschijnlijk succesvolle reeks speelfilms uit, van Verhoevens prostitutie-tweeklapper Wat zien ?! (2, 3 miljoen bezoekers) en Keetje Tippel (1,8 miljoen) tot Turks Fruit: met 3,6 miljoen bioscoopbezoekers de best bezocht Nederlandse film ooit .
Houwer klaagde vaak dat Verhoeven stelselmatig het budget overschreed, maar wist ook voor elkaar te boksen dat dit kon. In Hollywood verbaasde men zich erover wat die Hollanders allemaal uit wisten te halen met die 5 miljoen gulden (dan de duurste Nederlandse film ooit) voor Soldaat van Oranje, die zo meeslepende oorlogsfilm naar de memoires van Erik Hazelhoff Roelfzema.
Houwer stelde de film altijd voorop, benadrukte hij graag. De keuze om het verzamelde werk onder zijn eigen naam op dvd uit te brengen, De Rob Houwer Film Collectie, terwijl Verhoeven nog steeds wacht op een waardig gerestaureerde oeuvre-box van zijn vroege speelfilms, moest niet worden beschouwd als ‘ijdelheid’, bezwoer Houwer. Als producent was hij nu eenmaal het ‘merk’. Tussen de 14 titels (inclusief de vijf met Verhoeven), prijkt ook Als je begrijpt wat ik bedoel, de eerste - en zeer succesvolle - Nederlandse animatie-speelfilm.
Houwer was ook een begenadigd ritselaar, die niet per se gaf om de ‘visie’ van de regisseur. In Engeland verscheen een kopie van Soldaat van Oranje waar een uur uit was geknipt. Turks Fruit draaide onder de titel Hotel Sweat in Italiaanse seksbioscopen, waarbij de dialogen nagesynchroniseerd waren door Amerikaanse b-acteurs.
Hij hoopte later ook Soldaat van Oranje 2 nog te draaien, naar de verdere avonturen van Hazelhoff Roelfzema, maar raakte in conflict met de financier. Op dat moment had Houwer zijn reputatie al wat schade aangedaan met De Zeemeerman, over een naar vis ruikende jongen; vaak genoemd als de slechtste Nederlandse film ooit. Ook Het woeden der gehele wereld, waarvoor Houwer zelf (onder pseudoniem) het script schreef, werd vernietigend ontvangen; de zalen bleven leeg.
De laatste jaren leidde de producent een relatief teruggetrokken bestaan. Een enkele keer dook hij op bij de uitreiking van de Gouden Kalveren. Geïnterviewd worden wilde hij niet, gewoon wat praten kon wel. Nederlandse filmers stellen niks voor, zei hij. Behalve die ene dan. ‘Paul was de enige die het écht kon’.
Rob Houwer laat zes kinderen na.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant