Doelvrouwen zijn nog geregeld mikpunt van spot, maar de tijd dat er vooral zo hoog en hard in het doel geschoten moest worden om een doepunt te maken, is voorbij. Een grotere aanwas en betere trainingen zijn daarvoor de belangrijkste redenen.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Zo nu en dan wordt het nog geopperd: zouden de doelen bij vrouwenvoetbal kleiner moeten zijn? Vrouwen zijn gemiddeld kleiner dan mannen en springen minder hoog, bij volleybal hangen de netten voor vrouwen toch ook lager? Maar Daniëlle de Jong (22) keept al sinds haar vierde en wil er niets van weten.
‘Ik vind het hartstikke mooi dat mijn doel groot is’, zegt de derde keeper van het Nederlands team. ‘Natuurlijk wil ik zo min mogelijk doelpunten tegen, maar de adrenaline na een redding is fantastisch. En hoe groter het doel, hoe groter de uitdaging.’
Daar komt bij dat het haar en de andere Nederlandse keepsters aardig lukt om ballen tegen te houden in dat grote doel. Zo werd Lize Kop (27) dit jaar door haar transfer van Leicester City naar Tottenham Hotspur een van de duurste keepsters ooit. De Engelse kampioen Chelsea had flink wat geld over om het grote talent Femke Liefting (20) van AZ over te nemen.
Ajax-keepster Regina van Eijck (23) liet zich zien in de Champions League en De Jong, die onlangs tekende voor de Italiaanse topclub Juventus, was meteen belangrijk bij haar Oranje-debuut. Tegen Finland voorkwam puntverlies dankzij een reflex vlak voor tijd. En dan is er natuurlijk nog de nummer 1: Daphne van Domselaar (25), sluitpost bij Arsenal.
‘Het is een enorme weelde’, zegt Erskine Schoenmakers, de keeperstrainer van Oranje. ‘En Nederland is geen uitzondering. Het niveau is enorm gestegen, in de top zie je bij de vrouwen bijna geen slechte keepers meer.’
Schoenmakers was er al bij op het EK in 2017 in Nederland, de doorbraak van het vrouwenvoetbal bij het grote publiek. Over de doelvrouwen werd toen nog lacherig gedaan en helemaal onterecht was dat niet. Nederland had met Sari van Veenendaal weliswaar een betrouwbare keepster, maar bij veel andere landen was het grabbelen geblazen. Vooral bij hoge ballen gingen ze vaak de mist in.
Dat het met sprongen vooruit is gegaan, komt onder meer doordat keepsters nu vaker en op jongere leeftijd training krijgen. De Jong begon op haar 8ste al met een paar keer per week keeperstraining. Van Domselaar was er op haar 15de relatief laat bij, maar dat is nog altijd jaren eerder dan Van Veenendaal.
De grotere aanwas van voetbalsters, en dus ook keepsters, maakt het ook makkelijker om kieskeuriger te zijn. Echt kleine doelvrouwen zijn er daarom in de top bijna niet meer. Zij komen vaak letterlijk tekort om een goede ‘werkhoogte’ te halen, een term die Schoenmakers uit het volleybal heeft overgenomen.
‘Het gaat niet alleen om lichaamslengte’, legt hij uit. ‘Als je wat kleiner bent, dan kun je dat compenseren met sprongkracht. Maar Daphne heeft niet alleen een goede lengte, ze kan ook gigantisch hoog springen. Voor Daniëlle en Lize geldt hetzelfde, zij zijn hartstikke explosief.’
De keeperscoach merkte het onlangs bij de wedstrijden van Nederland tegen Duitsland in de Nations League. De Nederlandse keepsters werden bij Duitse corners en vrije trappen steeds omringd door drie tegenstanders, terwijl de Duitsers normaal gesproken de doelvrouwen juist met rust laten.
‘Wij hebben keepers die graag van de lijn afkomen en dat goed kunnen’, zegt Schoenmakers, die na dit EK afscheid neemt. ‘Dan doen ze er alles aan om die vast te zetten.’
Ook bij Oranje kijken ze natuurlijk naar de sterke en zwakke punten van de opponenten, inclusief de keepsters, maar de tijd dat er gewoon zo vaak en hoog mogelijk in het doel geschoten moest worden is echt voorbij. Wat niet wil zeggen dat er nooit eens een keepster een blunder maakt of onder een bal doorgaat.
‘Maar wat is een fout?’, zegt Schoenmakers. Veel mensen zien vrouwenvoetbal alleen bij grote toernooien, de veel zichtbaardere mannen zijn voor hen de norm. Alleen al door het lengteverschil is dat geen eerlijke vergelijking; topkeepsters zijn gemiddeld zo’n 15 centimeter kleiner dan keepers, die meestal ook nog eens langere armen hebben en hoger kunnen springen. De Engelse krant The Telegraph berekende dat hun reikwijdte zo’n 15 procent lager ligt.
‘Bij vrouwen vallen er daarom soms ballen binnen die er bij de meeste mannen niet ingaan’, zegt Schoenmakers, ‘maar ik kijk naar de positie en de timing. Als die goed zijn, vind ik het geen fout.’
Toch zal de roep om kleinere goals waarschijnlijk nooit helemaal verstommen. Ook in het vrouwenvoetbal zijn er voorstanders, en niet de minste ook. De bondscoach van Amerika Emma Hayes opperde het in de tijd dat ze nog trainer van Chelsea was.
De suggestie dat aanpassingen seksistisch zouden zijn, wees deze pionier in het vrouwenvoetbal van de hand. De fysieke verschillen zijn gewoon een feit, bij atletiek zijn de horden voor vrouwen toch ook lager? Met kleinere doelen, voorspelde Hayes, ‘zouden we het over fantastische keepsters hebben in plaats van ze te bekritiseren’.
Er is alleen een praktisch bezwaar: het aanpassen van de doelen is lastig, omdat mannen en vrouwen vaak van dezelfde velden gebruikmaken. ‘Voor mij hoeft het ook niet’, zegt Lize Kop, de tweede keeper van Oranje. ‘Ik ben eraan gewend en er is natuurlijk een verschil: vrouwen schieten over het algemeen minder hard dan mannen. Dus wij hebben vaak ook meer tijd om te kunnen reageren.’
De steeds beter getrainde keepsters redden zich dus prima, laten ook de cijfers zien. Zo zijn de reddingspercentages van de mannen en vrouwen in de beide eredivisies behoorlijk vergelijkbaar, blijkt uit data van Statsperform. De laatste vijf seizoenen lag het gemiddelde bij de vrouwen op 68,3 procent, bij de mannen tweetiende hoger. Afgelopen jaar boekten de doelvrouwen met 70,7 procent zelfs een nieuw record. Zo hoog is het bij de mannen, waar sinds 2010 wordt gemeten, nooit geweest.
Opeens stond Daphne van Domselaar onder de lat, tijdens het EK in 2022 in Engeland. Sari van Veenendaal viel geblesseerd uit en haar opvolger keepte alsof ze er altijd had gestaan. Drie jaar later speelt ze bij Champions League-winnaar Arsenal en twijfelt niemand er meer aan dat zij de beste keepster van Nederland is en een van de beste van de wereld.
‘Bij haar debuut was alles nog onbevangen’, herinnert Schoenmakers zich. ‘Dat is natuurlijk veranderd, maar Daphne is nog steeds nauwelijks van haar stuk te brengen.’
Van Domselaar was altijd al goed met de voeten, maar haar trainer vindt dat ze zich nog flink heeft verbeterd. ‘En vroeger tikte ze vaker ballen weg, nu pakt ze ze makkelijker vast. Terwijl ze niet zulke grote handen heeft trouwens. Dat is ook een verschil tussen mannen en vrouwen hè.’
De keepster werd het afgelopen jaar geregeld geplaagd door blessures, maar kan ook zonder wedstrijdritme goed keepen. ‘Tegen Schotland in mei voorkwam ze twee, drie tegendoelpunten, dan staat ze precies op de goede plek. Dat is puur talent. Ze haalt er ballen uit die er bij anderen vaak wel invliegen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant