Vanuit de helikopter zien we zaterdag het Noord-Franse platteland, zo plat als een centime met sporadisch een rimpeling en een puistige heuvel steenkool, erfenis van het mijnverleden. Het Tourpeloton heeft 80 kilometer afgelegd, nog 100 te gaan naar de meet in Lille, als vijf prematuur ontsnapte wielrenners worden bijgehaald: ‘De strijd om het bergklassement ligt weer open’, meldt Andries Lamain, de nieuwe vaste Tourpresentator bij de NOS.
Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en tv-recensent.
Kilometer 80 was het moment dat ik dacht: de geest van Theo Koomen is weer vaardig over de Tourverslaggeving. De betreurde 20ste-eeuwse radioverslaggever mocht de spanning bij de goedgelovige luisteraar graag opkloppen om zelfs de beklimming van een verkeersdrempel te doen voorkomen als een alpine heldenepos.
Ook zaterdag was de verslaggeving, aanvankelijk, doorspekt van gezwollen wielerlyriek. Er heerste nervositeit in het peloton, er woei een straffe wind (kracht 4) met angstwekkende kans op waaiers. En steeds weer, bij de vooraf opgenomen interviews, die prangende vraag: ‘Ben je zenuwachtig?’ Gedwee antwoordden de sporters met ja, of: ‘Dat niet, wel gespannen.’
Niet eenvoudig om een lange middag openingskoers live vol te kletsen, bewees ook co-presentator en ervaringsdeskundige Michael Boogerd met verhandelingen over het kleurenpalet van de shirts van de Lidl-ploeg, hoe een valpartij voelt (‘Fijn is het niet’) en de geringe interesse van de wielrenners voor het Franse erfgoed: ‘Je denkt niet: mooi kasteel daar, wat zal daar ooit geweest zijn?’
‘Deze streek is grauw, ongezellig, ze moeten er doorheen’, oordeelde Boogerd, waar ik juist duizenden vrolijke wielerliefhebbers langs de wegen en een eindeloze kralenketting van rotondes zag staan. Nutteloze, fraaie kerkjes, huizen in anarchistische architectuur die de nabijheid van België verraden. Goudglanzende graanvelden. Fans met onleesbare teksten op een bord, dromend van hun fifteen seconds of fame. Jongetjes die het voorbijrazende peloton wilden bijbenen. En, ontroerend, een toeschouwer die zijn plastic tuinstoel aanbood aan de gevallen, pijnlijdende Stefan Bissegger.
Geen sport waar het gewone volk en zijn helden elkaar zo dicht naderen als het wegwielrennen. Geen sport waar de visuele bijvangst, de schoonheid van alles wat zich naast het parcours voor de camera’s ontvouwt, zo overvloedig is.
Bij de finish zag ik vanaf de bank thuis een, uiteraard, zielsgelukkige winnaar. En de teleurgestelde sprinter Dylan Groenewegen, wiens maandenlange voorbereiding – hij zag een uitgelezen kans op etappewinst – werd beloond met plek 60. Hij was in de tweede waaier terechtgekomen en had door die straffe wind de aansluiting met de kop gemist. ‘Ik zat tegen het zuur en kramp aan.’
Toen realiseerde ik me: Lamain en de zijnen hadden gelijk, met hun voorspelde waaiers, die het koersverloop wel degelijk zouden beïnvloeden. Hun enthousiasme was aanstekelijk, maar niet over de top. Geen bargoens (‘een snok’) en Pogacar werd niet één keer Pogy genoemd. Ja, met deze tv-ploeg kunnen we weken vooruit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant