Het Rotterdam Bluegrass Festival begon als een bescheiden buurtinitiatief op het Pijnackerplein, inmiddels komen er duizenden bezoekers op af. Toch bleef het buurtgevoel behouden. ‘Bluegrass is heel geschikt om mensen te laten ervaren hoe leuk het is om samen muziek te maken.’
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.
Bluegrass was nooit weg, laat dat gezegd zijn. In de VS is het een geliefd genre. Europa heeft altijd een kleine scene van liefhebbers en uitvoerenden gekend. Het grote publiek haakt af en toe aan, bijvoorbeeld toen de soundtrack van de film O Brother, Where Art Thou? (2000) de belangstelling voor oude Amerikaanse roots-genres een slinger gaf.
Toch is de opleving van de laatste jaren opmerkelijk. In de VS is met Billy Strings een ster opgestaan die de volksmuziek met banjo en fiddle een moderne twist geeft en naar stadions vol jongeren brengt. Ook in Europa trekt bluegrass een nieuwe generatie jonge luisteraars en beoefenaars.
Nederland heeft een belangrijk Europees epicentrum binnen de grenzen: het jaarlijkse, oergezellige Rotterdam Bluegrass Festival in de wijk het Oude Noorden, dat vrijdag 4 juli weer begint.
Het festival begon in 2009 als een buurtinitiatief voor 250 belangstellenden op het Pijnackerplein, waar een fraaie muziekkoepel stond te zuchten onder diverse vormen van overlast. Nu is het een festival voor 15 duizend bezoekers met vier podia, sinds 2023 rond het Noordplein.
Toch is het een buurtfestival gebleven, dat op alle allerlei manieren de hand uitsteekt naar minder draagkrachtigen in de wijk. Volgens organisator, cartoonist, liefhebber en buurtbewoner Guido de Groot leent het genre zich daar goed voor. ‘Bluegrass is volksmuziek, geschikt voor het hele gezin, een genre dat van generatie op generatie wordt doorgegeven’, zegt hij.
‘Daarbij is het een akoestisch genre, authentiek, handgemaakt. En het is immigrantenmuziek, het heeft iets verbindends. In de VS is het bij uitstek een genre waarin conservatieven en progressieve hippies elkaar nog treffen. Al die dingen maken het ook zo geschikt voor deze buurt.’
Dat wordt beaamd door twee Nederlandse muzikanten die op het festival spelen: Tim Knol, die inmiddels twee albums maakte met de bluegrassgroep Blue Grass Boogiemen, en Bertolf Lentink (als artiest laat hij zijn achternaam weg), die in 2023 het bluegrassalbum Bluefinger maakte.
Gerenommeerde Nederlanderse artiesten als Douwe Bob, Stephanie Struijk en het duo Tangarine doen naast hun ‘reguliere’ muziek ook aan bluegrass. En er komen steeds meer Nederlandse bluegrassbands bij: The New West, Renegade Bandits, Chop ’n Roll.
Bertolf en Tim Knol vertellen dat ze, net als Guido de Groot, op jonge leeftijd werden aangestoken door hun vader. ‘Mijn vader is amateurmuzikant en raakte geobsedeerd door bluegrass toen bands als The Byrds zich op het genre stortten’, zegt Bertolf.
‘De mijne speelde in zo’n old time-bandje. Ik ben opgegroeid met de klanken van banjo en fiddle’, zegt Knol.
Old time. Ook wel: old timey. Dat moeten we uitleggen, want die term leidt ons naar een belangrijk aspect van het genre. In de VS is er bluegrass op hoog niveau, om naar te luisteren, maar daarnaast bestaat het old timey-circuit: opener, vrijer. Bluegrass als breedtesport voor het volk.
Bertolf: ‘Banjo, mandoline en fiddle staan bekend als lastige instrumenten. Het professionele niveau ligt hoog, maar de basis is, qua akkoorden en harmonie, eigenlijk heel simpel.’
Knol: ‘Bluegrass klinkt pittig, pakkend en vingervlug, maar de structuur is eenvoudig en je hoeft de nummers vaak niet eens te kennen. Je hebt het op zeker moment wel door.’
Ziedaar: een sterke jamcultuur met lage instapdrempel. Eigenlijk kan iedereen meedoen. Op het Rotterdam Bluegrass Festival staat daarom een instrumentenkluis waarin bezoekers hun meegebrachte instrumenten kwijt kunnen. Er zijn old time jams. En workshops, gegeven door de muzikanten die op het festival optreden.
De Groot: ‘Drie maanden voor het festival bieden we bijvoorbeeld al bluegrassworkshops aan op de Julianaschool, hier in de wijk. Het festival wordt geopend door de schoolband, die ook nog zal optreden in theater Walhalla.’
Kort voor het festival verzorgen ook internationale artiesten masterclasses in de buurt, voor alle niveaus. Het Canadese duo Allison De Groot & Tatiana Hargreaves onderwijst bijvoorbeeld in banjo en fiddle, en van leden van Pixie and The Partygrass Boys kun je leren over de fiddle, mandoline, contrabas en songwriting.
De Groot: ‘Het festival begon ooit gratis, waardoor een heel leuke publieksmix ontstond. Nu moeten we entree heffen, dat kan niet anders meer, maar het buurtgevoel wilden we behouden. Daarom houden we de prijzen laag en proberen we buurtbewoners die geen kaartje kunnen betalen alsnog binnen te krijgen.’
Het festival werkt samen met stichting Nieuw Vaarwater, die mensen schuldhulpverlening geeft. Die mensen kunnen gratis festivaltickets krijgen, als ze dat willen. De dames van de Wizzy Wazzie-bingo, op het festival aanwezig, kennen veel buurtbewoners die ze blij kunnen maken met een kaartje. De Groot wordt zelf ook aangesproken op straat. Iedereen kent hem.
‘Dat doet hij ontzettend goed. Het hoort ook bij bluegrass’, zegt Bertolf.
‘Het is volkse muziek’, zegt Knol. ‘Het is heel erg geschikt om mensen te laten ervaren hoe leuk het is om samen muziek te maken.’
Rotterdam Bluegrass Festival, 4 t/m 6/7, omgeving Noordplein, Rotterdam. Met o.a. The Devil Makes Three, The Brothers Comatose.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant