is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
De hoofdprijs van de Tour de France is voor de start al uitgekeerd. De excentrieke weduwe Marie-Odile Amaury gunt zichzelf vlak daarvoor een dividend van 10- tot 20 miljoen euro, zo schreef de Belgische krant Het Laatste Nieuws over Madame Tour de France. Zij is de eigenaar van het circus dat drie weken door Frankrijk trekt en na de Olympische Spelen en het WK voetbal het grootste sportevenement ter wereld wordt genoemd.
Marie-Odile Amaury is 85 jaar, maar heeft de touwtjes strak in handen bij het familiebedrijf dat al sinds 1946 eigenaar is van La Grande Boucle. ‘Machtig, vakkundig en hautain’, omschreef deze krant de opticiensdochter uit Straatsburg vijf jaar geleden.
De Tour de France is net als wielerklassiekers (Parijs-Roubaix) en rondes (Vuelta) en andere grote sportshows (Parijs-Dakar) in handen van de ASO (Amaury Sport Organisation) die weer een dochter is van het mediaconcern Groupe EPA (Éditions Philippe Amaury), uitgever van de sportbladen L’Équipe en France Football. Als weduwe van de in 2006 overleden Philippe Amaury verdeelt de president daar de baantjes, met name onder haar kinderen.
Over EPA en ASO is weinig bekend. Het is een gesloten familiebastion met een omzet van 600 miljoen euro. Voor de rest worden de cijfers verhuld.
Daar is een reden voor. Want de hoofdpersonen in het spektakel komen er maar bekaaid af. De helden die weer en wind trotseren en hun leven riskeren in massasprints en afdalingen, worden in vergelijking met de voetballers op het WK voor clubs, de tennissers op Wimbledon en de golfers op het Britse Open zwaar onderbetaald.
Al vaker is gezegd dat het verdienmodel van de Tour de France niet deugt. Maar er verandert niets. De wielrenners zijn vooral afhankelijk van hun ploegensponsors. De inkomsten van de sponsors van de ronde zelf, zoals de bank Crédit Lyonnais, verdwijnen in het imperium van Marie-Odile Amaury, net als de verkoop van de televisierechten.
Er zijn buitenlandse gegadigden geweest waaronder het opkoopfonds CVC, de Chinese Wanda Group en een consortium rond de bank Rothschild om de ASO over te nemen voor 1,5- tot 2 miljard euro, maar daar heeft Madame Tour de France geen oren naar. Dat is vervelend voor de deelnemers. De prijzenpot voor de Tour is dit jaar slechts 2,3 miljoen euro - net zoveel als de edities van 2024 en 2023 - waarvan 500 duizend voor de winnaar. De winnaars van de groene- (sprintklassement) en bolletjestrui (bergklassement) moeten het met 25 duizend euro doen. Een etappe-overwinning levert slechts 11 duizend euro op, wat veelal moet worden verdeeld onder zeven teammaten.
Ter vergelijking: de prijzenpot voor het tennistoernooi van Wimbledon bedraagt ruim 60 miljoen euro, waarvan de winnaars bij mannen en vrouwen ieder 3 miljoen krijgen. Alleen een plek in de eerste ronde levert met 77 duizend euro al meer op dan zeven etappe-overwinningen.
In de Tour is de gele trui de tweede prijs. De hoofdprijs is de eurotrui van de weduwe.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns