Het gezoem van insecten en getjilp van vogels sterft langzaam weg rond de Nederlandse akkers. Met het Biodivers Akker Mozaïek proberen ecologen en boeren het ecosysteem een slinger te geven – met succes. ‘Je bouwt hiermee de hele voedselpiramide op.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Op de akker van Peter van de Erve in de Hoeksche Waard staat de rode klaver in volle bloei. Ecoloog Anthonie Stip knielt aan de rand van de strook en glijdt met zijn ogen langs de paars-roze bloemen. ‘Deze is leuk!’, roept hij. Hij wijst naar een grote hommel, met zwarte en geelbruine strepen over zijn lichaam. Een zandhommel, verklaart de insectenkenner van de Vlinderstichting. ‘Een heel bijzondere. Deze noemen we ook wel de panda van de delta.’
Vroeger kwam de zandhommel nog veel voor in Nederland, maar de intensivering van de landbouw heeft weinig ruimte overgelaten voor het beestje. Alleen in het zuidwestelijke deltagebied, waar de Hoeksche Waard middenin ligt, wordt de hommel nog weleens gespot – al wordt hij vanwege zijn zeldzaamheid dus vergeleken met de panda. ‘Een cadeautje hoor’, vindt Stip.
De zandhommel is voor Stip het zoveelste bewijs van het succes van het Biodivers Akker Mozaïek, ook wel BAM-akker genoemd. Een idee dat hij samen met akkervogelkenner Ben Koks en landbouwkundige Sander Bernaerts heeft ontwikkeld.
Veel insectenpopulaties zijn de afgelopen decennia met de helft of zelfs meer geslonken. Met akkervogels als de veldleeuwerik en de gele kwikstaart gaat het nog slechter. De BAM-akker, bestaande uit meerdere stroken van gewassen en kruiden, moet insecten en vogels weer naar de Nederlandse bouwlanden lokken.
Bij elf pilotbedrijven zijn vorig jaar zulke akkers aangelegd. Boer Van de Erve doet mee met een klein perceel van 6 hectare op zijn land in Nieuwendijk (gemeente Hoeksche Waard). Volgend jaar ruimt hij een ander deel van zijn land ervoor in.
Eind juni is de BAM-akker in volle glorie te zien. Het opvallendst zijn de kleurrijke stroken met meer dan twintig verschillende kruidensoorten. Elk moment van het jaar bloeit er iets anders. Nu zijn vooral de kleine gele bloemen van de rolklaver en het lichtroze muskuskaasjeskruid goed te zien. Door de hele strook zoemt het van de insecten, net als op de strook met rode klaver ernaast.
Naast de kruiden groeit luzerne, verderop staat de haver tot borsthoogte. Tussen die hogere gewassen kunnen vogels hun nest bouwen. In de haver zitten meerdere nestjes van gele kwikstaarten, weet akkervogelexpert Koks.
In het grote geheel heeft elk plantje zijn eigen functie. Iedere bloem trekt andere insecten aan, die weer als voedsel dienen voor de vogels en hun opgroeiende kuikens. ’s Winters blijven de luzerne en de gemaaide stoppels van de haver staan als beschutting voor overwinterende vogels.
‘Je slingert hiermee het hele ecosysteem aan’, zegt Stip, ‘omdat je van onderaf voedsel aanbiedt. Daar komen zweefvliegen op af, en lieveheersbeestjes en sluipwespen. Vervolgens komen er weer libellen die daarvan eten, en sprinkhanen. En dan vogels die de insecten eten. Je bouwt de hele voedselpiramide op.’
Het succes van de akkers verrast zelfs de bedenkers ervan. Het natte voorjaar leidde vorig jaar tot een slecht insectenjaar. Toen Stip de BAM-akkers in de zomer langsging, was hij stomverbaasd over wat hij aantrof. ‘Op die elf akkers waren er gemiddeld 54 bloembezoekende insecten per 500 vierkante meter. In zo’n slecht insectenjaar was ik al blij geweest met tien, misschien vijftien. Maar 54, wauw!’
Ook op de akker van Van de Erve hoef je de insecten bepaald niet met een vergrootglas te zoeken. ‘Dagpauwoog, dagpauwoog, dagpauwoog, dagpauwoog’, zegt Stip, wijzend naar de ene na de andere rode vlinder met kenmerkende blauwe ogen op de vleugels. Hij begint te tellen: ‘Tien, elf, twaalf. Daar een oeverlibelle. Dertien.’ Op dit kleine deel van de akker zijn het er misschien wel vijftig, concludeert Stip. ‘Dan heb ik het nog niet eens over de hommels, of de zweefvliegen.’
Achter de haver staat nog een strook met veldbonen. ‘Dat is nu geen reclame’, mompelt Van de Erve. Na het zaaien hebben ganzen alle zaadjes uit de grond gepikt. De boer moest ze opnieuw zaaien, dieper dan eerst, en nu hopen dat de bonen nog op tijd rijp worden.
De mogelijkheid om te experimenteren met onbekende gewassen, zoals veldbonen, is volgens Koks een van de redenen waarom boeren gebruikmaken van de BAM-akker. Ze krijgen namelijk een vergoeding vanuit een project van ‘Rotterdam de boer op’, een organisatie voor natuurvriendelijke en lokale voedselproductie rond de havenstad. ‘Op hun gewone land durven ze het niet aan, binnen de BAM-akker kunnen ze het veilig doen.’
Voor Van de Erve was de vergoeding de belangrijkste reden om mee te doen. ‘Die moet er wel wezen.’ De akker geldt daarnaast als een rustgewas, dat boeren vanuit het Europees landbouwbeleid eens in de vier jaar moeten telen om uitputting van de grond te voorkomen.
De haver, luzerne en veldbonen kan hij oogsten, maar ‘het is geen cashcrop’. Maar met het telen hiervan legt hij wel stikstof vast in de grond, wat de vruchtbaarheid vergroot. ‘Volgend jaar zet ik er aardappels in, die moeten dan beter zijn.’
De toename van insecten en vogels is het primaire doel van de BAM-akker, maar de bedenkers hebben hem bewust zo ontworpen dat boeren er ook mee uit de voeten kunnen. Waar Van de Erve haver en veldbonen teelt, kan een boer ook voor onder meer tarwe, gerst, erwten of vezelhennep kiezen. De opbrengst van de oogst maakt het – samen met de vergoeding – aantrekkelijk.
Stip en Koks hebben goede hoop dat boeren vanaf volgend jaar BAM-akkers kunnen aanleggen met een vergoeding uit overheidsfondsen voor agrarisch natuurbeheer. ‘Stel je eens voor, dan gaan we overal dat ecosysteem aanzwengelen’, zegt Stip. Voorlopig moet hij zich tevredenstellen met de akkers die er al liggen. Geen probleem, blijkt als hij weer een zandhommel aantreft tussen de kruiden. ‘Het lijkt gewoon, maar het is écht bijzonder.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant