Home

Opinie: De verspreiding van kernwapens kan je niet wegbombarderen

De belangrijkste oorzaak van nucleaire proliferatie is het gevoel van onveiligheid of de wens van een land macht en invloed te vergroten. Daarom zal het gebruik van geweld Iran er nooit van weerhouden kernwapens te ontwikkelen.

In 1966 waren de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China niet alleen de enige landen met kernwapens, maar bezaten ze ook voldoende wijsheid om de gevaren van de verspreiding ervan te onderkennen. Ondanks hun vele en diepe politieke verschillen kwamen ze tot overeenstemming om de verdere verspreiding van ‘kernwapens of andere nucleaire explosieven’ tegen te gaan.

Dat leidde in 1970 tot het Non-Proliferatieverdrag (NPT) waarbij niet-kernmachten overeenkwamen om geen kernwapens te verwerven en te accepteren dat al hun kernactiviteiten door het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) werden gemonitord. Op hun beurt verplichtten de vijf kernwapenmachten zich om ‘in goed vertrouwen te onderhandelen over effectieve maatregelen rond het tegengaan van de kernwapenwedloop ( …) en te streven naar nucleaire ontwapening’.

Met 191 ondertekenaars is het NPT de breedst gedragen internationale overeenkomst na het Handvest van de Verenigde Naties. De enige landen die niet meedoen zijn India, Pakistan en Israël. Deze drie landen gaan elk door met het ontwikkelen van kernwapens. Noord-Korea, dat aanvankelijk wel meedeed, trok zich later terug en heeft een eigen kernwapenarsenaal opgebouwd.

Over de auteur

Mohamed ElBaradei is voormalig vicepresident van Egypte en voormalig hoofd van het Internationale Atoomagentschap (IAEA). Hij en het Agentschap kregen in 2005 samen de Nobelprijs voor de Vrede.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Kernkoppen

De vijf oorspronkelijke kernwapenmachten hebben zich niet gehouden aan hun belofte met betrekking tot ontwapening. Integendeel, ze hebben AI en andere technologieën gebruikt om hun arsenaal te moderniseren. Er zijn nu meer dan 12 duizend kernkoppen in de wereld; zij zijn het belangrijkste symbool geworden van de macht en het prestige van een land.

Luister maar naar de Russische leiders. Al de hele oorlog tegen Oekraïne hebben ze met hun kernwapenarsenaal gezwaaid als symbool van onoverwinnelijkheid. Ze weten dat het risico van een nucleaire holocaust alle andere machten ervan zal weerhouden Rusland direct aan te vallen. Hetzelfde geldt voor Noord-Korea: omdat dat kernwapens heeft, kiest de VS voor een zachtere aanpak via diplomatie en economische prikkels. Daartegenover staat Libië, waar Moammar al-Kadhafi bereid was om zijn prille kernwapenprogramma op te geven, maar toch het leven liet na een luchtaanval op zijn regime door de Navo.

Geen volledige ontwapening

Een van de lessen uit de laatste decennia is dat kernwapenmachten niet van plan zijn om tot volledige ontwapening over te gaan. Erger nog, op dit moment is er nog maar één Verdrag voor Vermindering van Strategische Kernwapens tussen Rusland en de VS en dat loopt in februari 2026 af. De krachtigste afschrikking die een land kan hebben is het bezit van kernwapens of het lidmaatschap van een alliantie die bescherming met kernwapens biedt (zoals de Navo). Zo’n dertig landen hebben of zelf kernwapens, of genieten een dergelijke bescherming. De rest van de wereld moet intussen maar hopen dat de kernmachten zich voorbeeldig blijven gedragen.

Vooral in het Midden-Oosten is de situatie zorgwekkend. De regio wordt geteisterd door oorlogen, geweld, instabiliteit en een gebrek aan alomvattende veiligheidsregelingen. Voeg eraan toe dat Israël het enige land met kernwapens is en je hebt een recept voor chronische onveiligheid.

Iran

De joker in het spel is natuurlijk Iran, een land dat al onder geweld en onrust lijdt sinds de jaren 1950, toen de VS en het Verenigd Koninkrijk een staatsgreep beraamden waarbij de eerste democratisch gekozen regering van het land werd afgezet. In de jaren 1980 viel Irak Iran aan met steun van westerse mogendheden en buurlanden, die vastbesloten waren om het prille islamistische regime te verpletteren. Na acht jaar van bruut geweld, waarbij Irak veel chemische wapens inzette, kwam de Islamitische Republiek tot de voorspelbare conclusie dat ze kernwapentechnologie nodig hadden. Volgens het Internationaal Atoomenergieagentschap, de VS en andere inlichtingendiensten heeft Iran dat programma echter in wezen in 2003 beëindigd.

De afgelopen twintig jaar is het heel lastig gebleken om Iran zover te krijgen dat het land openheid geeft over zijn heimelijke activiteiten in het verleden. Na een periode van sancties besloot de Amerikaanse president Barack Obama het via de diplomatieke weg te proberen. Het idee was om economische prikkels en diverse technische maatregelen in te zetten om Iran te weerhouden van het ontwikkelen van kernwapens en het land onder druk te zetten om openheid te geven over die eerdere heimelijke activiteiten. Dat waren de belangrijkste punten van het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) dat in 2015 werd ondertekend door Iran en de vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad (China, Rusland, Frankrijk, het VK en de VS), en ook door de Europese Unie.

Trump

Deze regeling werkte als bedoeld, en Iran hield zich er volledig aan, totdat president Donald Trump in 2018 opeens de VS terugtrok uit de overeenkomst. Hij vond het JCPOA maar een stoplap en eiste een ‘deal’ waarbij niet alleen het Iraanse kernenergieprogramma onder controle kwam, maar ook de ‘ontregelende’ activiteiten van het land in het Midden-Oosten (zoals de steun aan Hamas in Gaza, Hezbollah in Libanon en de Houthi’s in Jemen). Het gevolg: Iran weigerde mee te werken aan enkele van de belangrijkste inspectiemaatregelen van het JCPOA en begon met het verrijken van uranium tot een niveau waarmee kernwapens zouden kunnen worden gemaakt.

Tijdens het presidentschap van Joe Biden probeerde de VS vergeefs het JCPOA nieuw leven in te blazen. Toen Trump begin dit jaar terugkeerde in het Witte Huis eiste hij dat Iran het recht op verrijking helemaal zou opgeven. Na een paar onsamenhangende gespreksronden tussen de VS en Iran lanceerden Israël en de VS hun onwettige aanval op Iraanse nucleaire en militaire doelen, zonder enig geloofwaardig bewijs van een kernwapenprogramma.

Het ogenschijnlijke doel was de vernietiging van alle Iraanse verrijkingsinstallaties, maar er werd ook gefluisterd over het aanzetten tot een machtswisseling in Iran – wat sterk deed denken aan beweegredenen voor soortgelijke onwettige militaire interventies in Irak en Libië.

Onveilig gevoel

De echte oorzaak van de verspreiding van kernwapens is het feit dat een land zich onveilig kan voelen of streeft naar meer macht en invloed. De focus van Iran op slagkracht komt voort uit een verlangen om buitenlandse inmenging te voorkomen, uit een gevoel van onbalans in de veiligheid van de regio en uit de wens om te worden erkend als regionale macht. Het gebruik van geweld en vernedering zal de nucleaire ambities van Iran bepaald niet verminderen, maar er juist toe leiden dat het land nog meer vastbesloten wordt. Hetzelfde hebben we gezien in Irak nadat Israël daar een onderzoeksreactor vernietigde in 1981.

De enige oplossing tegen de verspreiding van kernwapens in het Midden-Oosten is het gesprek aan te gaan op basis van wederzijds respect, betekenisvolle veiligheidsgaranties (hetgeen bereikt kan worden door strikte protocollen rond techniek en inspectie) en economische prikkels (hetzij door te dreigen met sancties of door te beloven die op te heffen). Met andere woorden: het oplossen van de Iraanse kernwapenkwestie vereist uiteindelijk een terugkeer naar een overeenkomst zoals het JCPOA, zij het dan voor onbepaalde tijd en wellicht aangevuld met een overeenkomst over de omvang van het raketprogramma van Iran.

Palestijnse kwestie

De aanpak van de al lang bestaande problemen rond vrede en veiligheid in het hele Midden-Oosten zal uiteindelijk ook een alomvattende overeenkomst vereisen over de Palestijnse kwestie, de kernwapens in Israël en de behoefte aan economische en maatschappelijke ontwikkeling. Een rechtvaardige vrede en een inclusieve veiligheidsstructuur vormen de beste verdediging tegen de verspreiding van kernwapens.

Aangezien kennis niet kan worden ‘weggevaagd’, zal het jezelf met bombardementen een weg banen naar een deal onvermijdelijk contraproductief blijken te zijn. Daarmee dreigt de wereld weer een stap dichter bij een nucleair Armageddon te komen.

Copyright: Project Syndicate
Vertaling: Leo Reijnen

Buitenlandse media

Sinds 24 juni is een fragiel staakt-het-vuren tussen Israël en Iran van kracht. Maar de spanning als gevolg van de Israëlische en Amerikaanse aanvallen op de Iraanse nucleaire installaties en de locaties waar de Iraniërs hun verrijkte uranium bewaren, is daarmee verre van uit de lucht. Afgelopen woensdag nog maakte de Iraanse president Masoud Pezeshkian bekend dat Iran de samenwerking met het Internationaal Atoomagentschap heeft opgeschort. Hierdoor mag de IAEA geen inspecties meer in Iran uitvoeren en is de verhouding tussen Iran en het Westen weer eens op scherp gezet.

Intussen heerst nog altijd onduidelijkheid over hoe groot de schade eigenlijk is die Israëliërs en Amerikanen met hun bombardementen aan het Iraanse atoomprogramma hebben toegebracht. Maar een ding lijkt duidelijk: ‘Het non-proliferatieregime, dat het Iraanse atoomprogramma jarenlang transparant hield, is in duigen gevallen’, schrijft veiligheidsexpert Olamide Samuel in een opiniestuk voor de Arabische nieuwszender Al Jazeera.

‘In plaats van de mogelijke verspreiding van kernwapens te beteugelen, heeft deze kortzichtige militaire actie de nucleaire dreiging die ze probeerde in te dammen wel eens kunnen versterken, waardoor niet alleen het Midden-Oosten, maar ook de hele wereld een veel gevaarlijker plek is geworden.’

Volgens Samuel hebben Israël en de VS door faciliteiten te bombarderen die onder actief IAEA-toezicht vielen ‘in feite elke niet-nucleaire staat laten weten dat samenwerking weinig veiligheid oplevert’.

‘De aanvallen hebben een gevaarlijk precedent geschapen: een land dat zijn locaties voor inspecteurs openstelde en zich aan afspraken hield, heeft toch met militair geweld te maken gekregen. Als landen tot de conclusie komen dat naleving van het Non-proliferatieverdrag (NPV) en het toestaan ​​van inspecties hen niet beschermt tegen aanvallen of dwang, zouden ze wel eens kunnen besluiten dat de ontwikkeling van een nucleaire afschrikking de enige betrouwbare veiligheidsgarantie is.’

Dus kan Samuel niet anders concluderen dat ‘welke tijdelijke tegenslag dit slecht bedacht machtsvertoon ook beoogde, het risico nu bestaat dat het zal leiden tot een strategische teloorgang van het non-proliferatieregime en de stabiliteit in de regio’.

Volgens John Bolton, oud-ambassadeur bij de Verenigde Naties en voormalig nationaal veiligheidsadviseur van Trump vatten tevredenheid en frustratie het best samen wat Amerika’s reactie zou moeten zijn op de recente bombardementen op Iran.

‘Tevredenheid omdat de aanvallen, met name op het kernwapenprogramma, mogelijk hebben bereikt wat decennia van illusie, naïviteit, misplaatste diplomatie en ontoereikende economische sancties niet hebben bereikt. En frustratie omdat de aanvallen vroegtijdig en onnodig werden beëindigd’schrijft Bolton - die geldt als een uitgesproken hardliner - in een opiniestuk In The New York Times.

‘Heeft Washington voldoende lering getrokken om de vernietiging van de Iraanse nucleaire infrastructuur te voltooien, desnoods met militaire middelen. Nu Iran zoals bij vele eerdere keren heeft aangekondigd de samenwerking met de IAEA te staken, is aangetoond dat er op dit moment geen serieuze mogelijkheid bestaat op een bevredigende diplomatieke oplossing.’

Dus heeft Bolton een helder advies: ‘We moeten de klus in Iran afmaken.’
Iñaki Oñorbe Genovesi

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next