Het bloed van alle Nederlanders bevat pfas, blijkt uit landelijk onderzoek. Maar de stoffen zitten ook in talloze producten. Kunnen die wel zonder, als er een Europees totaalverbod zou komen? De industrie zegt van niet, maar anderen zien prima alternatieven.
is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant.
Ze stoten water, vet en vuil af. Ze zijn hittebestendig. En ook nog eens goedkoop te produceren. Niet zo gek dus dat fabrikanten pfas-verbindingen zijn gaan gebruiken in tal van producten, van cosmetica tot smeermiddelen en van regenkleding tot tapijten.
De krachtpatsereigenschappen van pfas (per- en polyfluoralkylstoffen) hebben een keerzijde. Ze breken amper af in het milieu, waardoor ze ophopen in organismen en dus ook in mensen. Bovendien kunnen deze ‘forever chemicals’ gezondheidsschade veroorzaken, zoals aantasting van het immuunsysteem.
Nu het RIVM donderdag na landelijk bloedonderzoek vaststelt dat vrijwel iedere Nederlander te veel pfas in zijn of haar bloed heeft, klinkt wederom de roep om deze chemicaliën zo snel mogelijk uit te bannen.
Hoe treden overheden op tegen pfas?
Sommige soorten uit de moleculaire pfas-familie zijn al verboden. Zo ging in 2008 de stof pfos in de ban, en sinds 2020 ook de stof pfoa, die in hoge dosis bij proefdierstudies zorgde voor leververgroting en problemen bij de ontwikkeling van de ongeboren vrucht.
Sinds de zomer van 2022 geldt er ook een verbod op het gebruik van pfas in papier en karton dat in contact komt met voedsel, zoals bakpapier en pizzadozen. Eén soort pfas mag daar nog wel worden toegepast, omdat daar volgens wetenschappers geen gezondheidsrisico’s aan kleven.
Na een verbod wordt de hoeveelheid pfas vanzelf minder, toch?
Niet noodzakelijkerwijs. Na het verbieden van één specifieke soort introduceren fabrikanten soms een nieuwe die vergelijkbare voor- en nadelen heeft. Daar schieten het milieu en de gezondheid dan weinig mee op.
Een voorbeeld van hoe dat kan gaan komt van outdoormerk Patagonia. Dat bedrijf faseerde tussen 2013 en 2016 alle pfoa uit het waterafstotende laagje op hun producten. De fabrikant verving die door een pfas-variant met een kortere moleculaire keten. Die werd destijds minder schadelijk geacht, maar bleek bij nieuw onderzoek net zo belastend voor milieu en gezondheid.
Inmiddels maakt het bedrijf producten met een waterafstotend membraam waarbij ze de pfas-moleculenfamilie helemaal vaarwel hebben gezegd. Ook diverse andere outdoormerken melden dat hun producten geen pfas meer bevatten.
Komt er een verbod op alle pfas-varianten?
Dat is wel waar een groep landen, waaronder Nederland en Duitsland, in Europa voor pleit. Dit moet voorkomen dat de ene schadelijke variant na een verbod simpelweg wordt vervangen door de volgende.
Europese wetenschappelijke commissies beoordelen nu dit zogeheten restrictievoorstel. Het gaat om een lijst met tienduizend te verbieden pfas-verbindingen, een van de grootste stoffenverboden ooit in Europa. Bedrijven krijgen in het voorstel 1,5 tot maximaal 12 jaar de tijd om een alternatief te ontwikkelen, afhankelijk van hoe makkelijk of moeilijk zo’n verandering wordt ingeschat.
Hoe reageert de industrie?
Sommige bedrijven nemen de vlucht naar voren en ontwikkelen zelf al alternatieven. Zo wemelt het in winkels van pannen zonder antiaanbaklaag met pfas, zoals keramische en gietijzeren pannen. Een gietijzeren pan verwarm je eerst langdurig met olie: het inbranden zorgt voor een soort natuurlijke antiaanbaklaag.
Niet in alle sectoren gaat de overgang zo soepel. Grote bedrijven die de chemicaliën gebruiken en produceren hebben hun krachten gebundeld in de lobbygroep FPP4EU. Het gaat om uiteenlopende toepassingen, van elektrische kabels tot hittebestendige vliegtuigmotoren.
De bedrijven waarschuwen dat het vinden van alternatieven een lang en ingewikkeld proces is. Ze vinden dat niet alle pfas op één hoop gegooid moeten worden in een verbod en waarschuwen voor verstoringen van de productie bij overheidsingrijpen.
Heeft de industrie een punt?
Nauwelijks, vindt emeritus hoogleraar milieuchemie Jacob de Boer, die in zijn carrière veel onderzoek deed naar milieuvriendelijke alternatieven voor schadelijke stoffen, onder meer in vlamvertragers. Hij wijst op het periodiek systeem der elementen dat in elk scheikundelokaal hangt. ‘Daarmee kun je vele miljarden combinaties maken. Er valt altijd iets te bedenken dat de gewenste toepassing heeft, zonder de typische nadelen van pfas-verbindingen.’
Het argument ‘kan niet, moeilijk, moeilijk’ hoort hij ‘al ruim vijftig jaar van de industrie’. Dit gebeurde volgens hem bijvoorbeeld eerder bij DDT. De Zwitserse chemicus Paul Hermann Müller ontving in 1948 nog de Nobelprijs voor de ontdekking van deze insecticide, omdat het zo goed hielp tegen onder meer de bestrijding van malaria. Later bleek dat het schadelijk voor de gezondheid kan zijn.
Sinds 1973 is DDT verboden. Maar omdat het net als pfas amper afbreekt in het milieu, zit het nog overal. De Boer: ‘Je vindt het zelfs nu nog in de moedermelk van vrouwen. Ook voor DDT zijn alternatieven gevonden toen dat verbod er eenmaal kwam.’
Pas na een totaalverbod ontstaat een commercieel belang om alternatieven te ontwikkelen die niet schadelijk zijn, aldus De Boer. ‘Dan wordt het interessant voor start-ups en ontwikkelafdelingen om hun tanden erin te zetten.’
Lobbygroep FPP4EU wijst er namens de industrie op dat het voorgestelde totaalverbod op pfas een enorme impact zal hebben op onder meer de Europese farmaceutische industrie. De chemicaliën worden nu gebruikt in onder meer verpakkingen, testapparatuur en medicijnen. Liefst 1.900 actieve stoffen in geneesmiddelen zouden geraakt worden door het verbod, blijkt uit een inventarisatie van de branche.
De Boer: ‘Je zou een uitzondering kunnen maken voor medische toepassingen, als er een gevaar ontstaat dat bepaalde geneesmiddelen tijdelijk niet leverbaar zijn. Dat gaat om maar een kleine fractie van de totale hoeveelheid pfas. Je moet die bulk aanpakken, dat is het belangrijkst.’
De milieuchemicus denkt onder meer aan make-up. ‘Daar zit nu vaak pfas in vanwege de waterafstotendheid, want je wilt niet dat mascara gaat uitlopen bij een regenbuitje. Maar die eigenschap kun je ook met siliciumverbindingen maken, gebaseerd op veelvoorkomend zand dat niet die milieu- of gezondheidsproblemen met zich meedraagt. Als je echt wilt, is er in de chemie altijd een minder schadelijk alternatief te vinden.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant