Home

Openbaar Ministerie trekt lessen uit kritiek op geseponeerde zaken: ‘Het kan en moet beter’

Het OM belooft beterschap na een kritisch rapport over hoe het zaken afhandelt waarin verdachten niet worden vervolgd. Verdachten en slachtoffers worden geregeld niet, onduidelijk of onjuist geïnformeerd over een sepot. ‘De kritiek raakt ons.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Een confronterende blik in de spiegel.’ Zo noemt de baas van het Openbaar Ministerie (OM), Rinus Otte, het donderdag gepubliceerde rapport van de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Daarin staat kritiek op hoe justitie besluit om iemand die verdachte is geweest, uiteindelijk niet te vervolgen.

Vorig jaar besloot het OM circa 150 duizend keer een zaak te seponeren. In 2022, het jaar dat werd onderzocht, gebeurde dat grofweg 94 duizend keer. De verdachte moet hierover in principe worden geïnformeerd. Net als het slachtoffer, indien gewenst.

Uit het onderzoek blijkt dat ze in een ‘aanzienlijk’ aantal gevallen geen brief hebben ontvangen. Kregen ze die wel, dan was het bericht voor niet-juristen vaak lastig te begrijpen. Geregeld stonden er onjuistheden in, en soms werd de sepotbeslissing genomen door iemand die onbevoegd was.

Stevige conclusies

Het zijn stevige conclusies, waarop het OM graag wil reageren. Zeker omdat een sepot voor een leek misschien niet zo ingrijpend lijkt, maar wel degelijk vergaande gevolgen kan hebben. In de eerste plaats voor slachtoffers, die wellicht hoopten dat de persoon tegen wie ze aangifte hadden gedaan een celstraf zou krijgen.

Voor verdachten is zo’n sepot ook lang niet altijd goed nieuws. Bijna altijd wordt het namelijk op hun strafblad genoteerd. De overheid legt daarop vast voor welk feit iemand in beeld was en licht kort toe waarom het niet tot een rechtszaak kwam. Bij gebrek aan bewijs, bijvoorbeeld. Wie een strafblad heeft, krijgt vaak geen Verklaring Omtrent Gedrag (meer) en kan zijn baan of gastouderschap kwijtraken.

In zijn rapport neemt de toezichthouder op het OM, de procureur-generaal bij de Hoge Raad, 204 sepotzaken onder de loep. Op basis van die steekproef komt hij tot de conclusie dat justitie de wettelijke voorschriften ‘op een aantal punten niet naar behoren handhaaft of uitvoert’.

Kan en moet beter

‘Zijn kritiek raakt ons’, zegt Rinus Otte (64), voorzitter van het college van procureurs-generaal van het OM. ‘Dit gaat over mensen van vlees en bloed. Het kan en moet beter: verdachten en slachtoffers hebben er recht op dat wij weloverwogen, precieze sepotbeslissingen nemen, die duidelijk en begrijpelijk zijn. Met meer uitleg over de consequenties. Daar gaan we stevig op inzetten. Sterker nog, we zijn er al mee bezig. Dit rapport is een katalysator.’

Binnen het OM is Liesbeth Schuijer (57) verantwoordelijk voor het sepotbeleid. Ze is hoofdofficier van justitie van het CVOM, het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie. Schuijer is geschrokken van de ‘slordigheden en onnauwkeurigheden’. Volgens de hoofdofficier zijn die mede te wijten aan het verouderde digitale systeem van het OM. Daarin is het voor medewerkers lastig om zicht te houden op zaken die zij seponeren.

‘De beslissing om een verdachte wel of niet te vervolgen is bijna altijd terecht’, beklemtoont Otte. ‘Het schort aan de afhandeling. Dat hangt ook samen met de drukte: medewerkers die een zaak afronden, zijn intussen alweer druk met nieuwe dossiers.’

In het rapport staan meerdere voorbeelden van zaken waarin het is misgegaan. Zo werd tijdens corona een vrouw aangehouden voor het niet dragen van een mondkapje in een supermarkt. Ze legde meteen uit dat ze geen mondkapje op hoefde, en dat kon aantonen met een verklaring van haar huisarts. Die had ze alleen niet bij zich.

Nadat ze het briefje had opgestuurd, kreeg ze bericht dat ze niet zou worden vervolgd. Op grond van sepotcode 2; onvoldoende bewijs. Maar volgens de toezichthouder had het OM moeten oordelen dat ze onterecht als verdachte was aangemerkt (code 1). Dan zou zij geen strafblad hebben, nu heeft ze dat wel.

Het OM gebruikt vijftig sepotcodes, zoals 40 (‘gering feit’) en 43 (‘oud feit’). Niet altijd wordt de juiste gekozen, zo blijkt. Zijn het er niet te veel?

Schuijer: ‘Ja, om het overzichtelijker te maken gaan we het aantal verkleinen naar vijf, waaronder ‘de onschuld van de verdachte is aangetoond’. Al hoort er dan wel extra uitleg bij, en dat kost tijd. Zeker tot wij een nieuw computersysteem hebben waarin zaken beter kunnen worden geregistreerd. Maar dat duurt nog wel een paar jaar.’

Hoe zorgt u ervoor dat betrokkenen op z’n minst een bericht krijgen van het OM?

Schuijer: ‘Wat een belangrijk verschil zal maken, is dat we straks via digitale portalen, zoals de Berichtenbox van de overheid, met burgers kunnen communiceren.’

Het Nederlandse OM mag - anders dan justitie in Duitsland of Italië - zelf kiezen of het iemand vervolgt, en zelf boetes opleggen. Je zou zeggen: dat legt de lat voor zorgvuldigheid extra hoog.

Otte: ‘Op ons rust hoe dan ook de dure, zware plicht om het goed te doen. Dat doen we, in het overgrote deel van de gevallen. Als wij een verdachte wél voor de rechter brengen, wordt die heel vaak veroordeeld.’

In februari zei u dat het OM vaker zelf boetes en taakstraffen wil opleggen. Dat leidde tot kritiek. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak zei dat de rechtsstaat wordt ondergraven, omdat de strafrechter buitenspel wordt gezet. Dat zijn grote woorden.

Otte: ‘Te grote woorden, wat mij betreft.’

Dit nieuwe rapport is voer voor critici, want het toont aan dat er geregeld iets misgaat bij zaken die het OM zelf afhandelt.

Otte: ‘Nogmaals, er gaat veel goed. Maar het kan altijd preciezer. De een kijkt precies naar de tekst van een wet, de ander rekkelijk. Recht is geen wiskunde. En ik gun iedereen dit soort toezicht. Het zijn vreemde ogen die dwingen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next