Home

Al wordt Amalia geen opperbevelhebber, de Oranjes hebben wel een band met de krijgsmacht

Koningshuis Prinses Amalia gaat komend jaar als werkstudent bij defensie aan de slag. Haar vader sprak over de „verbondenheid” tussen de Oranjes en de krijgsmacht en noemde zijn tijd bij de krijgsmacht „goed vormend voor de rest van mijn leven”.

Prinses Amalia poseerde twee weken geleden in Amersfoort met het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia. Als de koning wordt gevraagd even opzij te gaan en vervolgens vanaf de zijkant iets roept, schiet zijn dochter in de lach.

Prinses Amalia vloog drie jaar geleden al eens mee met een F-16, maakte een rit in een Leopard-gevechtstank en voer mee met de onderzeeboot Zr.Ms. Zeeleeuw. Zo maakte ze ter gelegenheid van haar achttiende verjaardag kennis met de Nederlandse krijgsmacht.

Nu knoopt de prinses (21) daar een deeltijdopleiding bij het Defensity College aan vast. Als werkstudent zal ze vanaf september, naast een bachelor Nederlands recht, één à twee dagen in de week worden opgeleid tot militair reservist, vertelde ze maandag tijdens het jaarlijkse gesprek met de pers.

Als troonopvolger hóéft ze geen kennis te hebben van de krijgsmacht. In tegenstelling tot haar Europese collega’s wordt Amalia geen opperbevelhebber en de dienstplicht – die sinds 2020 ook voor vrouwen geldt – is opgeschort. In Nederland is de Koning sinds de Grondwet van 1848 alleen symbolisch „de aanvoerder van ’s lands troepen”.

Die rol vervult haar vader met verve. Koning Willem-Alexander bezoekt regelmatig de drie onderdelen van de krijgsmacht, ook in het buitenland zoals begin dit jaar in Estland Nederlandse piloten die daar de grens met Rusland bewaken. Afgelopen zaterdag was hij aanwezig op Veteranendag in Den Haag en twee weken geleden reikte hij een standaard (een regimentsvaandel) uit aan het nieuwe Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia. In aanwezigheid van Amalia, die toekeek hoe de koning tijdens een parade op de Bernhardkazerne in Amersfoort eerst de standaarden van drie oudere regimenten, die opgingen in het nieuwe regiment, ceremonieel innam. Op de tribune keken veteranen van Huzaren van Sytzama, Huzaren Prins Oranje en Huzaren Prins Alexander geëmotioneerd toe.

De koning sprak over „de verbondenheid” tussen de Oranjes en de krijgsmacht en refereerde aan de drie veldslagen waarbij zijn voorouders en de drie regimenten betrokken waren: Quatre-Bras en Waterloo tegen Napoleon (beide 1815) en de Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen (1831).

Podcast

Zulke ceremoniële handelingen voerden Beatrix en Juliana ook uit – zonder militaire achtergrond. Dat Willem-Alexander de dienstplicht vervulde en als wachtofficier bij de marine werkte en daarna diende bij de land- en luchtmacht, maakt wel uit, zeggen militairen. Hij begrijpt volgens hen ‘de taal’ van defensie.

Omdat hij lid is van de regering, dat als collectief het opperbevel heeft, is Willem-Alexander sinds hij in 2013 koning werd, geen actief dienend militair meer. Hij draagt nog wel een uniform als hij troepen bezoekt, dat mag als voormalig militair. Maar hij heeft geen rang.

De koning noemt zijn diensttijd „fantastisch” en „goed vormend voor de rest van mijn leven”, zei hij zei hij in 2023 in de podcast Door de ogen van de Koning. „Ik zeg altijd dat er een heleboel dingen zijn die ik misschien anders zou doen, misschien nog zou heroverwegen. Maar één ding dat ik onmiddellijk weer zou doen, is mijn diensttijd.”

Willem-Alexander leerde er militaire vaardigheden, waaronder omgaan met een wapen en „echt ook fysiek hard” trainen. „Het mooie is, iedereen zit er wel een keer doorheen. Als je elkaar niet helpt, dan lukt het gewoon niet.”

Werkstudent

Iets soortgelijks wil Amalia nu ook ervaren aan het Defensity College, een programma van het ministerie van Defensie voor studenten die een hbo- of academische studie doen en dat sinds 2017 bestaat. Het achterliggende idee is jongeren enthousiasmeren voor een baan bij defensie of om reservist te worden, en dat ze „tijdens hun studie al iets bijdragen aan de maatschappij”, aldus de website van Defensie.

Maximaal drie jaar veranderen de werkstudenten om de zes maanden van werkplek, zodat ze alle krijgsmachtonderdelen leren kennen. Daar gaan ze aan de slag met projecten waar ze hun talenkennis, achtergrond en studie kunnen inzetten, bijvoorbeeld bij het bedenken van duurzame innovaties. Het is, vertelde programmamanager Erik Noordam eerder aan NRC, een gewilde bijbaan geworden. Er zijn meer sollicitanten dan plekken (450).

De studenten volgen eerst een algemene militaire opleiding voor reservisten, waar ze leren schieten en navigeren, het militaire equivalent van EHBO, en militair recht. Aan het fysieke deel zal prinses Amalia voorlopig niet meedoen, zei ze maandag. Een maand geleden viel ze van een paard „en toen lag mijn arm toch in een vervelende hoek”. Ze had „een flinke breuk”, maar de arm herstelt.

Voor Amalia zal haar tijd aan het Defensity College overigens een „aanstelling buiten bezolding” zijn, ze krijgt niet zoals haar medestudenten betaald. De prinses heeft dit jaar een inkomen van 300.000 euro, dat ze terugstort in de schatkist tot ze is afgestudeerd. Sinds januari houdt ze wel de 1,6 miljoen euro die is bedoeld voor onkosten. Aan de premier schreef ze vorig jaar dat ze dat wil gebruiken voor „een secretariaat en reserveringen voor een woon- en werkverblijf”.

Europese collega’s Elisabeth, Léonor, Christian en William

In andere landen zijn de vorsten wel opperbevelhebber. Elisabeth van België (23) ging daarom een jaar naar de Koninklijke Militaire School en deed mee aan militaire zomerkampen. Léonor van Spanje (19) heeft een jaar aan de militaire academie achter de rug, deed de marine-opleiding en spendeert nu een jaar op de San Javier Air Academy. Verder volgt Christian van Denemarken (19) een officiersopleiding. Ingrid Alexandra van Noorwegen (21), tweede in lijn voor de troon, vervulde haar dienstplicht en deed een opleiding tot genie-soldaat. De Britse William (43) volgde na de militaire academie Sandhurst een opleiding tot helikopterpiloot.

Het Militair Huis van de Koning Adjudant-generaal

Uit de tijd dat de Koning nog legeraanvoerder was, is het zogenoemde Militair Huis aan het hof overgebleven. Dat bestaat uit een adjudant-generaal, een chef-staf, acht adjudanten in gewone dienst, twee in bijzondere dienst (prins Maurits en Pieter van Vollenhoven) en een aantal in buitengewone dienst (oud-adjuncten).

De adjudant-generaal, sinds 2018 schout-bij-nacht Ludger Brummelaar, coördineert al het militair ceremonieel en onderhoudt de niet-politieke contacten met het ministerie van Defensie. Ook is hij bij alle veiligheidsaspecten rondom bezoeken. Hij is de schakel tussen het paleis, de persoonsbeveiligers van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging, de marechaussee en politie.

De adjudanten zijn betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van die bezoeken. Ze worden voor drie jaar benoemd en betaald door het ministerie van Defensie. Daarvoor is dit jaar 2,6 miljoen euro begroot.

Source: NRC

Previous

Next