Home

‘Groene’ chips maken met duurzame stroom en een warmtebatterij: snack wordt klimaatvriendelijker

De chipsfabriek van Lay’s in Broek op Langedijk wilde het bakproces vergroenen door over te stappen van aardgas op elektriciteit. Dat bleek, zoals zo vaak bij de energietransitie, makkelijker gezegd dan gedaan.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

In de metershoge deuropening van het betonnen gebouw staan drie metalen bakken, gevuld met duizenden kiezelachtige stenen. Samen met nog 57 van dit soort bakken vormen deze straks een warmtebatterij, die de fabriek ernaast helpt te verduurzamen.

Een warmtebatterij doet precies hetzelfde als een batterij voor elektriciteit, alleen slaat deze geen stroom op, maar – het woord zegt het al – warmte. Warmteopslag wordt het Volgende Belangrijke Ding in de energietransitie: veel van energie die in Nederland wordt gemaakt en gebruikt, is warmte. Ook die moet groener worden, vooral om industriële processen te verduurzamen.

Dus worden her en der plannen gemaakt, en sporadisch ook al ten uitvoer gebracht. Zoals hier, bij de chipsfabriek van Lay’s in het Noord-Hollandse Broek op Langedijk. Nu worden de chips hier nog gebakken op aardgas, over enkele maanden gebeurt dit in olie die voor de helft met groene stroom wordt verhit. De reusachtige installatie die hiervoor gaat zorgen, is gebouwd door energieconcern Eneco.

Reuzen-Airfryer

Wie denkt dat je voor de overstap van aardgas naar stroom alleen maar een soort reuzen-Airfryer hoeft te bouwen, heeft het mis – al staat er in het gloednieuwe gebouw ook een industriële variant van de elektrische frituurpan die velen thuis hebben.

Maar met een industriële frituurpan ben je er niet, zegt Geert Jan Euverman, bij Lay’s moederbedrijf PepsiCo Nederland medeverantwoordelijk voor de vergroening van de bedrijfsprocessen. Want zo’n elektrische oliekoker vergt enorme vermogens, zo’n 20 megawatt, vergelijkbaar met bijna tienduizend huis-tuin-en-keukenovens. Zulke vermogens aan elektrische energie zijn op het fabrieksterrein niet beschikbaar, althans niet altijd.

Deels komt dit door netcongestie (files op het elektriciteitsnet) waar ook deze regio mee kampt. Maar ook zonder netcongestie zou het een kostbare grap worden als het proces voor het elektrisch bakken van chips precies hetzelfde zou verlopen als momenteel gebeurt: nu gaat de gasbrander aan zodra het nodig is. Met stroom kan dat niet, vooral omdat de prijs ervan door de dag sterk schommelt: soms is elektriciteit schreeuwend duur (bijvoorbeeld in de winter aan het begin van de avond) en soms juist bijna gratis of krijg je zelfs geld toe als je elektriciteit gebruikt. Als je dus olie verhit met stroom gedurende de hele productiedag, loopt de energierekening huizenhoog op.

Met elektriciteit moet daarom slimmer worden omgesprongen. Pas als je stroom gebruikt op momenten dat hij goedkoop is (en er genoeg ruimte is op het elektriciteitsnet) kan de energierekening lager uitvallen dan als er alleen op gas gebakken wordt. En de energierekening moet omlaag om de investering van tientallen miljoenen euro’s te kunnen terugverdienen.

Altijd doorbakken

In de praktijk kan Lay’s daarom niet op elk moment over de gewenste elektriciteit beschikken. Maar de productielijn telkens even stilleggen als de stroomprijs hoog is (of het net vol zit), kan ook niet. ‘Je kunt niet zeggen: omdat er even te weinig stroom is, bakken we het komend uur de chips niet op 180 graden Celsius, maar op 120’, zegt Euverman. ‘We moeten altijd kunnen doorbakken en altijd op de juiste temperatuur.’

Demand side response, het modewoord in stroomnetland waarbij fabrieken met hun stroomgebruik meebewegen op de beschikbaarheid ervan, werkt daarom niet bij de chipsfabriek in Broek op Langedijk: er moet gewoon altijd genoeg warmte zijn om te kunnen bakken. Punt. Dus moest er een oplossing worden bedacht. Die werd gevonden in de warmtebatterij.

Reuzenföhn

Het werkt zo: op momenten dat er overvloedig groene stroom is, wordt de batterij, die straks uit zestig bakken met steentjes (het zijn eigenlijk metaalslakken in een speciale vorm geperst, zodat ze optimaal warmte kunnen bewaren en afgeven) bestaat, ‘opgeladen’ met warmte. Op het moment dat er minder elektriciteit beschikbaar is, wordt de eerder opgeslagen warmte weer aan de batterij onttrokken.

Dat proces verloopt tamelijk lowtech: om de batterij te verwarmen tot de vereiste 800 graden Celcius, is boven in de betonnen bunker een reuzenföhn gebouwd, met metersdikke buizen en extreem krachtige verwarmingselementen. Bij het opwarmen van de batterij wordt de ziedende lucht de ene kant opgeblazen en bij het onttrekken van energie keert de luchtstroom om en geven de stenen (eigenlijk metaalslakken) de opgenomen warmte weer af. Hiermee wordt via warmtewisselaars de thermische olie verwarmd waarmee verderop in de fabriek (na opnieuw door een warmtewisselaar te zijn gegaan) de olie wordt verhit waarin de chips gebakken worden. Het proces is eenvoudig, de schaal omvangrijk.

Nieuw soort stroomcontract

Om het systeem soepel te laten werken, was nóg een slimmigheid nodig. Die komt van netbeheerder Liander. Die ontwikkelde een contract dat precies aansluit bij het bedrijfsproces van PepsiCo. Volgens dit contract kan de chipsfabriek haar installatie alleen gebruiken als er genoeg netcapaciteit is. PepsiCo heeft in Broek op Langedijk niet langer een vaste aansluiting van een bepaald aantal megawatt, maar krijgt elke dag capaciteit toegewezen. Daarbij betaalt het concern alleen netwerkkosten voor de afgenomen megawatturen. Liander hanteert hiervoor een gereduceerd tarief.

Het voordeel, zegt Joris de Groot, bij de netbeheerder verantwoordelijk voor de energietransitie, is dat het elektriciteitsnet nu veel beter wordt benut, omdat PepsiCo het vooral buiten de spits gebruikt. De Groot gaat de komende tijd in gesprek met de honderd grootste gasgebruikers van de netbeheerder, om te onderzoeken of deze contractvorm ook voor hen geschikt is.

Slimmer omgaan met het stroomnet is volgens hem noodzakelijk om de kosten van de energietransitie te beteugelen, ook voor de industrie, die toch al zucht onder de dure energierekening.

Want de elektrificatie van de Nederlandse industrie, noodzakelijk om de CO2-uitstoot omlaag te brengen, verloopt veel te traag. Wat evenmin helpt is dat de problemen op het stroomnet alleen maar lijken te groeien: zo meldde hoogspanningsbeheerder Tennet onlangs dat uitbreidingsprojecten in Utrecht, de Flevopolder en Gelderland jaren extra vertraging oplopen. Daarnaast hapert de groei van windenergie op land en zee. Offshore windenergie wordt gezien als het werkpaard van de energietransitie, maar de komst van nieuwe parken is onzeker omdat ontwikkelaars hun bedrijfsplannen niet rondgerekend krijgen, doordat de groei van de stroomvraag hapert en de kosten sterk zijn opgelopen.

Lelijk transformatorhuisje

Ook in Broek op Langedijk ging de overstap van aardgas naar elektriciteit allesbehalve makkelijk. Toen het plan enkele jaren geleden werd aangekondigd, was het idee dat de fabriek al in 2023 voor ruim de helft op elektriciteit zou draaien. Maar zoals zo vaak met groene voornemens, blijkt ook hier de praktijk balsturig. Zo waren er tegenslagen bij de bouw, waar eind vorig jaar bij een ongeval een werknemer van een van de aannemers om het leven kwam. Ook duurde de aanleg van een stroomkabel voor de fabriek, helemaal vanuit Heerhugowaard, langer dan gepland en waren er andere technische hobbels.

Vooral het vergunningentraject bleek een hindernisbaan, zegt Euverman. Dat het verkrijgen van vergunningen lang duurt, was bekend, maar met name op gemeentelijk niveau bleken de molens soms traag te draaien, en soms domweg stil te staan. Vaak liep het vast op onverwachte zaken. Zo wees de plaatselijke welstandscommissie het benodigde transformatorhuis op het fabrieksterrein af; het gebouwtje werd onaantrekkelijk gevonden. Later was er een probleem met de poort problematisch, die netbeheerder Alliander in geval van een calamiteit toegang geeft tot het elektriciteitsgebouwtje: omdat de deuren ervan openzwaaien over het terrein van de buren, werd de bouw afgewezen.

‘Iedereen is van goede wil’, zegt Euverman, ‘maar we moeten voor de energietransitie zaken opnieuw uitvinden en dan blijken de bestaande regels niet altijd aan te sluiten.’ Ambtenaren bleken de regels soms wel erg strikt na te leven. Begrijpelijk, zegt hij, maar er ontstond hierdoor veel oponthoud. Het zou volgens hem beter zijn als in deze vroege fase wat meer rekkelijkheid aan de dag wordt gelegd, totdat er meer ervaring is opgedaan. Dan kunnen de regels worden aangepast aan de nieuwe groene realiteit. ‘Deze manier van werken hoort ook een beetje bij pionieren.’

Inmiddels zijn alle horden genomen en kan de installatie in oktober draaien en zijn de chips ineens voor de helft groen. Figuurlijk dan. De consument blijft gewoon lekkere chips proeven, maar wel met een betere nasmaak voor het klimaat.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next