Home

Aanbod studentenkamers keldert met een derde: ‘Als ik maar niet elke dag tweeënhalf uur in de trein hoef te zitten’

Kamernood De zoektocht naar een studentenkamer wordt steeds moeilijker. Het aanbod op openbare platforms ligt tientallen procenten lager dan een jaar geleden, blijkt uit dataonderzoek van NRC.

Emma Kielstra woont in Alkmaar en gaat studeren in Leiden maar kan daar geen woning vinden.

Sinds de 23-jarige Vita Davydova enkele jaren geleden naar Amsterdam kwam voor haar studie, is ze van tijdelijke woning naar tijdelijke woning gegaan. Inmiddels heeft de Finse haar bachelor politicologie behaald en wil ze na de zomer beginnen aan haar master. Weer moet ze haar tijdelijke woning uit en dus is ze weer op zoek naar onderdak. „Het is heel, heel moeilijk”, zegt Davydova: „Er zijn zo ontzettend veel studenten op zoek naar een woning.”

Nu de meeste scholieren hun eindexamens hebben afgerond, is de jacht op studentenwoningen weer in volle gang. Die zoektocht verloopt moeizaam, want er is al jaren een groot gebrek aan betaalbare woonruimte voor studenten.

De kamernood zou deze zomer wel eens nog groter kunnen zijn dan voorgaande jaren, want het totale aanbod van huurwoningen in de particuliere sector is fors afgenomen. Werden er in het tweede kwartaal van 2024 nog zo’n 45.000 woningen aangeboden, in het nu net afgesloten tweede kwartaal zijn dat er minder dan 26.000 – een afname met 40 procent.

Dit blijkt uit cijfers van Rent.nl, een online platform dat geautomatiseerd de openbare advertenties voor huurwoningen verzamelt – veelal in de particuliere sector. Een centraal register voor huurwoningen bestaat niet, maar door het huidige aanbod te vergelijken met een jaar geleden valt een inschatting te maken van de situatie op de huurmarkt.

Er is een verklaring voor de daling. Beleggers hebben massaal huurwoningen verkocht. Door de regulering van de huursector verdienen ze minder aan de woningen.

Bijna 30 procent

Deze krimp van het aanbod komt hard aan bij studenten. Zij komen doorgaans niet in aanmerking voor een sociale huurwoning en zijn veelal aangewezen zijn op kleinere woningen zoals kamers en studio’s in de particuliere huursector. Het aanbod van zulke woningen nam in de studentensteden (mbo, hbo, universiteit) met bijna 30 procent af tot minder dan 5.800. Dit leert een analyse van de cijfers door NRC, waarbij een woning als klein geldt als die minder dan 25 vierkante meter is. Voor deze categorie huurwoningen is de maandhuur in de studentensteden met ruim 10 procent gestegen tot 38,50 euro per vierkante meter.

De scherpe afname van het aanbod is een „zeer zorgelijke situatie”, zo vindt voorzitter Maaike Krom van de landelijke studentenvakbond LSVB. „Voor jongeren is op kamers gaan een belangrijke stap in hun ontwikkeling. We zien dat veel studenten grote moeite hebben met het vinden van een kamer. Dit is slecht voor hun toekomstperspectief en de toegankelijkheid van het onderwijs.”

De aanwas van nieuwe studentenwoningen valt daarbij tegen – wat volgens Krom naast de trage bouw ook komt door het terughoudende vergunningsbeleid in studentensteden. „In sommige steden mogen geen woningen meer ‘verkamerd’ of gesplitst worden. Ook zijn er vaak te strenge regels voor woningdelen; bij sommige woningcorporaties die dit aanbieden geldt een inkomenseis van ruim 27.000 euro. Welke student verdient dat nou?”

In Amsterdam moeten er in 2030 ongeveer zestienduizend studentenwoningen zijn bijgebouwd. „Dat schiet niet op”, zegt Teun Otte, voorzitter van de Amsterdamse studentenvakbond ASVA: „Het afgelopen jaar zijn er helemaal geen permanente studentenwoningen gebouwd, alleen tijdelijke.” Dit klopt, zo, zegt een woordvoerder van het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders. Voor het lopende jaar moeten er 980 woningen bij komen.

Maandenlange zoektocht

Studenten doen er lang over om een woning te vinden, leert een enquête die Rent.nl afgelopen weken heeft uitgevoerd op en met de verhuurplatformen Kamer.nl en Huizenvinder.nl. Van de ruim vijftienhonderd studenten die de vragenlijst invulden, deed grofweg de helft er meer dan drie maanden over om een woning te vinden. Ruim een kwart deed er een tot drie maanden over.

Zo ook de negentienjarige Emma Kielstra uit Alkmaar. Hoewel het begin van het studiejaar nog ver is (in september begint zij aan een studie archeologie in Leiden) begon ze al in februari met zoeken. In april had ze haar eerste hospiteeravond. „Ik heb al zo’n vijftig keer gereageerd, daarvan tien keer iets teruggekregen – en zeven keer ben ik uitgenodigd om te kijken. Helaas nog zonder succes.”

Het is niet omdat ze zo kritisch is.

Emma Kielstra woont in Alkmaar en gaat studeren in Leiden.

Want hoewel ze natuurlijk het liefste in het centrum van Leiden zou wonen, zegt Kielstra, reageert ze vanwege de kamernood op alles wat er binnen haar budget van 700 euro per maand beschikbaar is. Ze hospiteerde in studentenhuizen in de stad, maar ook in gemeenten rond Leiden. Zo staat ze op de lijst voor een woongroep in Katwijk, en ging ze hospiteren in Oegstgeest en Alphen aan den Rijn. Kielstra: „Voor mij is het vooral belangrijk dat ik per fiets op de uni kan komen. Of het nou tien minuten of drie kwartier duurt, als ik maar niet elke dag tweeënhalf uur in de trein hoef te zitten.”

Opgelicht

Sommige studenten hebben sneller een woning te pakken. Zo vond een op de twaalf ondervraagden in minder dan twee weken een huis. Aanvankelijk leek Vita Davydova zo’n geluksvogel. Bij haar komst naar Amsterdam had ze al een contract op zak voor een huurwoning. Maar kort na haar verhuizing kreeg ze bezoek van handhavers van de gemeente: ze bleek in een illegaal onderverhuurde seniorenwoning te zitten en moest eruit.

Met veel moeite vond Davydova een andere woning, waar ze al snel ademhalingsproblemen kreeg. In het ziekenhuis werd ze onderzocht op astma en allergieën, vertelt ze: „Uiteindelijk bleek de zwarte schimmel in mijn kamer de oorzaak te zijn.” De huisbaas weigerde er volgens haar iets aan te doen. Ze verhuisde uiteindelijk naar een andere – tijdelijke – woning. „Nog altijd heb ik last van mijn longen en moet ik vaak hoesten.”

Veel studenten zijn niet erg blij met hun woning, blijkt ook uit de enquête. Ruim een op de drie studenten geeft aan ontevreden tot zeer ontevreden te zijn, terwijl twee van de vijf studenten tevreden tot zeer tevreden zijn.

Toch zijn studenten terughoudend om actie te ondernemen tegen hun huisbaas, bijvoorbeeld door de hoogte van de huur aan te kaarten bij de Huurcommissie. Een op de drie ondervraagden weet niet eens wat de Huurcommissie is. Als ze al overwegen om de commissie in te schakelen (een op de zeven), zien ze daar toch vaak (een op de tien) van af – vooral omdat ze bang zijn om de relatie met de huisbaas te bederven.

Die angst is gegrond, denkt Davydova. „Als je huisbaas je tijdelijke huurcontract moet verlengen, ben je helemaal voorzichtig.” Een vroegere huisgenoot van haar, die juridisch is geschoold, wist met de dreiging van een zaak voor hemzelf een lagere huur af te dwingen. Davydova: „Hij was wel Nederlands.”

Kwetsbaar

Internationale studenten zijn namelijk nog kwetsbaarder, voornamelijk doordat ze de weg niet kennen. Bij hun zoektocht stuiten ze op advertenties met teksten als Dutch only en No internationals. Twee van de drie internationale studenten zegt in de enquête weleens te zijn uitgesloten, omdat ze geen Nederlander zijn.

Dat vindt studentenvakbond LSVB een slechte zaak. „We hebben hier de plicht om ook internationale studenten een goede huisvesting te geven. Je wil dat de universiteit een plek is waar je ook andere culturen tegenkomt”, aldus LSVB-voorzitter Maaike Krom, die tegelijkertijd ook enig begrip heeft: „Studenten willen natuurlijk ook hun eigen huisgenoten kiezen. Het blijft een lastig punt.”

Inmiddels ontmoedigen universiteiten al een tijdje de komst van buitenlandse studenten. Dat is nog niet te merken in Amsterdam, zegt Otte van de ASVA: „Zelfs al er straks minder internationale studenten komen, dan nog zal dat de kamernood nauwelijks verminderen. Alleen bijbouwen van woningen helpt.”

Als Davydova opnieuw de keuze had, zou ze niet meer naar Nederland komen. „De kwaliteit van de studie is hoog en Amsterdam is een geweldige stad”, zegt ze. „Maar door mijn ervaringen op de woningmarkt raad ik vrienden en familie af om hier te komen studeren.”

Eindeloos hospiteren

Hoe vaak kun je hospiteren voor een kamer in een studentenhuis? Heel vaak, leert het verhaal van Kane van Hulten (22 jaar). In ongeveer een jaar tijd mocht hij 24 keer langskomen bij een huis om zichzelf te presenteren aan de bewoners: „Twee keer kon ik niet, 22 keer ben ik gegaan.” Al die keren werd hij het niet.

Van Hulten studeert nu twee jaar sociologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en heeft al die tijd bij zijn moeder in dezelfde gemeente gewoond. Hij ging begin 2024 op zoek.

Hij reageert op sociale media of stuurt een e-mail met foto’s en een persoonlijke tekst. „Foto’s waarop je er een beetje leuk en sociaal uitziet. In studentenhuizen letten ze daar heel erg op.” De tekst moet kort en pakkend zijn. „Al in eerste zinnen moet je met iets leuks komen. „Top. Jullie hebben mijn hospiteermail gevonden.” En dan snel iets als: „Ik heb nog een idee voor een huisweekend-tripje naar Oktoberfest.”

Vervolgens is het hopen dat je wordt uitgenodigd om langs te komen. Dan moet je een kwartier of een half uur vragen beantwoorden. Waar kom je vandaan? Hoe oud ben je? Welke studie doe je? Hoe ziet je week eruit?

De tijd is te kort om echt te laten zien hoe je bent, vindt Van Hulten. „Nog lastiger is het als je alternatief bent, met blauw haar bijvoorbeeld. Of als je een beetje introvert bent, zoals een heel aardige jongen bij mijn studie. Die komt in zo’n kwartiertje niet echt goed uit de verf.”

Met Van Hulten is het hospiteren vaak heel goed gegaan, naar zijn gevoel tenminste. En toch wordt hij elke keer – net – niet gekozen. De weigeringen zijn demotiverend. „Vrienden zeiden dan: ‘Het ligt echt niet aan jou.’ En dan ging ik weer door.”

Bij het laatste huis werd hij weer niet gekozen, hij werd tweede. Hier heeft het lot hem uiteindelijk een handje geholpen. „Onlangs is uit dat huis nog iemand weggegaan. Ze hebben toen besloten om niet weer een oproep te doen, maar om mij te die kamer te gunnen.” Het is een heel mooie kamer, met een redelijke huur. „In augustus verhuis ik.”

Liever geen studenten

Niqué ten Bos (21) wil verhuizen van een plaats bij Enschede naar het oostelijk deel van de provincie Utrecht. Haar vriend Mik (17) is een talentvolle tennisser, die een topsportprogramma gaat volgen aan een tennisacademie in Doorn. Zelf wil ze haar business-opleiding afmaken in de stad Utrecht. „Elke dag anderhalf uur heen- en anderhalf uur terugreizen gaat gewoon niet”, zegt Ten Bos. „Vooral niet doordat mijn vriend soms twee trainingssessies op een dag heeft.”

Inmiddels heeft ze bijna zestig e-mails verstuurd en berichten geplaatst op Facebook, Instagram en TikTok. „Vaak hoor ik dat de verhuurder geen studenten wil”, vertelt Ten Bos – mogelijk omdat die nog niet veel geld verdienen. „Wij kunnen niet door de topsport niet veel werken naast onze studie. De inkomenseisen per maand zijn vaak te hoog, meestal drie keer de huurprijs per maand.”

Net als Ten Bos en haar vriend zich gaan oriënteren op een tijdelijk verblijf op een vakantiepark, mogen ze twee appartementen in Baarn bezichtigen. Er zijn meer gegadigden, maar kort voor het weekend belt de makelaar met het bericht dat ze hun favoriete appartement mogen huren. „Goed nieuws!”

Stapeling van wetten

Veel verhuurders hebben de afgelopen tijd hun huurwoningen op de koopmarkt aangeboden, zodra van de laatste huurders het contract afliep. Huisbazen klagen over een stapeling van wet- en regelgeving die is bedoeld om hun huurders te beschermen, maar die het voor verhuurders te risicovol en niet langer rendabel maakt om hun woningen aan te houden.

Sinds 1 juli geldt de Wet betaalbare huur, die regelt dat bijna alle huurwoningen zijn gereguleerd en een huurplafond hebben, gekoppeld aan het woningwaarderingsstelsel. Dit puntenstelsel geldt al voor sociale huurwoningen.

Daarbij mogen volgens deze wet niet meer dan twee personen in een zelfstandige woning wonen – tenzij ze een gezin, of een (religieuze) woongroep vormen. „Samenwonende studenten vallen hier over het algemeen niet onder”, zo valt te lezen op de site van de Rijksoverheid. Ook in een woning met vier kamers mogen dus ‘maar’ twee studenten wonen. Dit leidde er al toe dat sommige huurders met een flinke huurverhoging te maken kregen of moesten vertrekken toen hun huisgenoot verhuisde en er niemand voor terugkwam.

Het gevolg is dat veel verhuurders, met in de vrije sector, ervoor kiezen hun huurwoningen te verkopen.

Source: NRC

Previous

Next