Het allersociaalste wat je kunt doen, als voorbereiding op een ramp, is zorgen dat je zélf niet meteen gered hoeft te worden. Daarom is het dedain van SCP-directeur Karin van Oudenhoven over een noodpakket ongepast, stelt Jonathan van het Reve.
Wat moet je nou écht in huis hebben, voor noodgevallen? Dat hangt uiteraard van het noodgeval af: als het drinkwater stopt, heb je niks aan warme dekens of droge spaghetti. En als er een bom op je huis valt, had je achteraf geen pallet pleepapier op zolder hoeven leggen. Je weet het dus nooit, maar toch: de meest basale dingen (eten, drinken, medicijnen, zaklamp, et cetera) moet je natuurlijk gewoon hebben. De overheid smeekt ons ook al een tijd om zo’n noodpakket in huis te halen, zodat wij, burgers, de eerste 72 uur na een ramp een beetje zelfstandig kunnen overleven.
Klinkt logisch, maar niet iedereen doet het. Sommige mensen denken nu eenmaal niet graag na over rampen, anderen hebben zonder officiële rampsituatie al genoeg aan hun hoofd – allemaal best te begrijpen. Maar dan heb je ook nog Karen van Oudenhoven, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zij heeft óók geen noodpakket in huis, maar zij vindt dat we überhaupt op het verkeerde spoor zitten, met dat gehamer op zaklampen en drinkwater.
Over de auteur
Jonathan van het Reve is schrijver.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Zij is namelijk bijzonder hoogleraar maatschappelijke veerkracht, en gelooft dat ‘sociaal kapitaal’ een veel betere investering is dan conservenblikjes: ‘Veelzeggend vond ze het, de oproep van de regering om een noodpakket in huis te halen met zo’n knijpkat, bonen en 3 liter water per dag zodat je als burger voorbereid bent op noodsituaties. Want veel te eenzijdig én wel erg individualistisch.’
Jazeker: het advies om een kratje eerste levensbehoeften in huis te halen is eenzijdig en individualistisch. En ze meent het echt, want ze gaat verder: ‘Stapels onderzoeken laten namelijk onmiskenbaar zien dat als de nood aan de man is, je het vooral van de mensen om je heen moet hebben; van buren en familie en andere sociale contacten.’
Dat wil ik best geloven, zeker als die sociale contacten wél flessen drinkwater hebben. Maar zelf heeft Van Oudenhoven dus géén noodpakket. Althans: ze heeft wel ooit ‘een soort lightversie gekregen met een waterfilter’, vertelt ze, ‘als cadeautje toen ik meedeed aan een panelgesprek’. Zo zie je maar weer hoe nuttig sociale contacten kunnen zijn.
En nee, natuurlijk is van Oudenhoven niet tégen noodpakketten. Ze vindt gewoon dat er méér aandacht moet zijn voor sociale cohesie – juist ook in de context van rampen – en minder voor praktische dingen als knijpkatten. Maar haar theorie over het huidige gebrek aan cohesie is dan wel heel opvallend: ‘Iedereen denkt altijd dat diversiteit de grote boosdoener is, maar het opleidingsverschil is een veel grotere bedreiging’, zegt ze, en ze waarschuwt ‘dat theoretisch opgeleiden (...) met dedain kijken naar praktisch opgeleiden. Hun neus voor hen ophalen.’
Op zichzelf verfrissend dat de schuld een keertje bij de snobs ligt, in plaats van bij de racisten, maar het is wel ironisch: Van Oudenhoven bepleit méér respect voor mensen met een praktische opleiding, terwijl ze tegelijkertijd haar neus lijkt op te halen voor praktische oplossingen – of in elk geval niet bereid is om zelf iets praktisch te regelen.
Hoe ziet ze dat voor zich, als de pleuris uitbreekt? Want je kunt als academicus wel uit alle macht de praktisch opgeleide buurman respecteren, maar hoe denkt die buurman over jou als je vijf minuten na het begin van de cyberoorlog al komt vragen hoe dat malle waterfilter eigenlijk werkt en of je je e-reader even mag opladen met zijn noodaggregaat?
Misschien overdreven, maar het is wel een serieus probleem: de maatschappij is totaal niet gericht op zelfredzaamheid. Want ja, de mens dankt zijn succes aan samenwerken en specialiseren – het is superhandig dat de fietsenmaker niet elke ochtend zelf brood hoeft te bakken. Maar het kan ook doorschieten: als niemand meer een band kan plakken, een vis kan vangen, of zelfs maar gereedschap in huis heeft om een lekkende kraan te fiksen, wordt de maatschappij wel erg kwetsbaar op momenten dat er iets misgaat.
En als de theoretisch opgeleiden dan ook nog eens weigeren om wat simpele basisbehoeften in huis te halen – sterker nog: een beetje smalend doen over dat eenzijdige, individualistische gezeur over noodpakketten – dan is de les vooral: dáár moet je dus niet naast gaan wonen. En ja: natuurlijk heb je elkaar nodig in een noodsituatie. Niemand redt het in zijn eentje. Maar het allersociaalste wat je kunt doen, als voorbereiding op een ramp, is zorgen dat je zélf niet meteen gered hoeft te worden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant