Je hebt de generatiekloof en je hebt de minigeneratiekloof, en tussen mijn kinderen, die pubers zijn, en kinderen op de basisschool gaapt een minigeneratiekloof. Daardoor heb ik amper iets gemerkt van de trend van de wonderlijke spulletjes uit allerlei Aziatische landen waardoor vooral jongere kinderen nu bevangen zijn.
In mijn jeugd waren dit soort spulletjes ook een tijd in de mode, wat zich allemaal samenbalde in het invloedrijke figuurtje Hello Kitty, een katje dat van haar voornaam Hello heette en van haar achternaam Kitty, of misschien ook niet, en waarvan ik een heel assortiment gummen, etuis, knuffels, rugzakjes en plastic koffertjes bezat.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De grote hype uit Azië onder kinderen van nu is de blind box, weet ik van mijn informanten van rond de 11 jaar. De informant werd 11 en ze wilde een blind box voor haar verjaardag, dus mijn opdracht luidde: ga naar de Aziatische cadeauwinkel in de Kalverstraat die blind boxes verkoopt.
Zonder die winkel ooit te hebben opgemerkt en zonder te weten wat een blind box was, ging ik erheen. Het was vreemd dat ik de winkel nooit had gezien, want er stond, in de allesverzengende zon, in de windstille en kokendhete Kalverstraat, een lange rij voor de winkel, met vaders, moeders, kinderen, peuters en stellen van een jaar of 20. Binnen zag ik een groot assortiment blind boxes: kleine, kartonnen doosjes met, blijkbaar, een verrassing erin. Ik weigerde daarvoor in een rij te gaan staan.
Gelukkig is er verderop in de Kalverstraat nóg een winkel gespecialiseerd in speelgoed uit allerlei Aziatische landen: je vindt dingen als een ‘sushikat garnaal’ (dat is een knuffel van een bozig katje met een garnaal op haar rug).
Hier was het rustiger. In de schappen vol blind boxes bekeek ik de ene na de andere. Je had er een paar met afbeeldingen van een hondje erop, van Harry Potter, anderen hadden een afbeelding van een bloem. Vaak stond er ‘15+’ op, wat me intrigeerde. Wat zou er voor verrassing in zo’n klein doosje kunnen zitten dat alleen door mensen van boven de 15 bekeken kon worden?
Voor de zekerheid kocht ik een doosje zonder leeftijdsgrens, met een lachend maiskolfje op de voorkant.
Eenmaal bij de jarige bleek ik per ongeluk toch een 15+-doosje te hebben gekocht.
Nieuwsgierig, zij en ik allebei, keken we wat erin zat. Het was een erg klein plastic casserolletje met een lachend gezichtje, en een piepkleine asperge, ook lachend. Iets wat je in een ouderwets verrassingsei zou aantreffen, maar dan raarder, en aanzienlijk duurder, want 15 euro.
De vraag is: wat moet een 11-jarige met een glimlachend plastic casserolletje? De andere vraag is: waarom mogen alleen mensen boven de 15 een plastic casserolletje en een plastic mini-asperge in hun verrassingsdoos aantreffen?
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant